Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.

(10a) En daar ging Jon, hij zette het op een lopen, door de deur en verder. Silje riep ‘wacht, toe nou, wacht even, Jon’. Ze was nog niet helemaal bekomen van haar rennende zoektocht naar Jon. Wat zei Jon nou eigenlijk? Ole… Leo… wat bedoelde hij nou? Ze liep richting de deur, toch van plan achter Jon aan te rennen. Wat had ze er immers aan om ook Jon kwijt te raken? Ze moesten zorgen dat ze bij elkaar zouden blijven. Ze stapte door de deur en keek de lange gang in… Ah nee he, geen Jon te bekennen. Ze had haar hand nog op haar zij gedrukt, het steken was nog niet echt voorbij. Wat had de juf met gym ook alweer uitgelegd? Het is pijn in je middenrif, Silje, als jij gaat rennen dan wordt er tegelijkertijd aan je middenrif getrokken en geduwd en dat geeft die pijn in je zij. Nou lekker dan, fijne informatie, maar ze had er nu even helemaal niets aan. Ze kijkt nog eens de lange gang in. He… wat hoort ze daar? Zijn het voetstappen? Ze ziet nog niks in de gang, ze schuifelt wat naar achter, want dit is toch wel een beetje spannend.

He waar blijf je nou!? Het is Jon! Gelukkig… Hij was teruggekomen voor haar. Ja, tjonge, begint Silje, jij ging er zo snel van door, maar ik moest nog even een beetje op adem komen hoor. Wat gaan we nou precies doen? En wie is die Leo nou weer over wie jij het had? Silje kijkt Jon vragend aan. Maar die is niet van plan antwoord te geven op haar vragen. Dat is zo’n lang verhaal, dat moet even wachten, zegt hij. We moeten echt eerst op pad gaan nu om ons boek te zoeken, weet je wel, het boek dat de hertog, die vogelman, in zijn handen had. Silje twijfelt nog even, maar dan besluit ze zonder verdere vragen met Jon mee te gaan.

Samen rennen ze de lange gang uit. Maar aan het einde van de gang stoppen ze allebei abrupt. Waar moeten we nu eigenlijk beginnen met zoeken, zegt Silje? De hertog was zomaar verdwenen, waar moeten zij dan beginnen? Hoe kwamen ze nou aan hun boek?

Enigszins ontmoedigd lopen ze een van de ruimtes in die uitkomen op deze gang. Zoals zo vele is ook dit een ruimte met oneindig veel boeken. Boekenkast na boekenkast gevuld met ontelbaar veel boeken. Mooie boeken, saaie boeken, nieuwe boeken, stukgelezen boeken, dikke boeken, dunne boeken… en een schoon geschrobde tafel met… nee he, niet weer die warme chocolademelk, zegt Jon. Blijf er vanaf hoor Silje, ik vertrouw die hertogin met haar chocolademelk echt niet meer. 

O-, m-aar-z e is- b-est t-e ve-rtr-ouw-en h-oor, zegt ineens een bekende stem achter hen. Nemo! Waar kom jij nou zo ineens vandaan? Roept Jon. Nemo wijst met een handgebaar naar de boeken om hen heen, m-ijn b-ibl-iothee-k! O ja natuurlijk, zegt Jon en hij kijkt enigszins opgelucht. Want het is toch wel fijn om Nemo te zien, een bekend gezicht in dit onbekende avontuur. 

Zeg Nemo, begint Silje, wat weet jij van de hertog en de hertogin? Of eigenlijk, waar kunnen we hen vinden? Of liever gezegd… waar kunnen we hem vinden, de hertog? Hij heeft namelijk een boek, ons boek, en dat moeten we zien te vinden. Nemo kijkt het onderzoekend aan. Hij heeft zich er eerder al ernstig over verwonderd hoe deze kinderen, zonder enige voorkennis in de bibliotheek terecht waren gekomen. Hij zou hen de gemakkelijke weg kunnen wijzen, maar als ze die niet zelf bedenken, zijn ze die gemakkelijke weg dan wel waard? Het enige wat ze moeten doen is aan hem/haar, aan Nemo, vragen waar hun boek staat. Ze snappen toch wel dat er van elk boek meerdere exemplaren bestaan in de wereld? Maar nee, de hertogin had aangestuurd op een nieuw avontuur, dus een nieuw avontuur gaat het worden! V-olg- mi-j! zei Nemo tegen Jon en Silje. En zo gaan de kinderen opnieuw achter Nemo aan. 

Ze komen in een gezellige warme kamer, zo eentje met een knappend haardvuurtje, een schoon geschrobde tafel en… slechts een enkel boek op de tafel? Pffffff, Silje laat lucht tussen haar tanden ontsnappen. Een nieuw avontuur Jon, is dat niet wat de hertogin ook zei, toen ze er met MIJN Ole vandoor ging? Vragend kijken Jon en Silje van het boek naar Nemo en weer terug. En Nemo wijst opnieuw naar het boek: le-es maa-r.