De agenten die op 16 januari waren betrokken bij de aanhouding van de later overleden Nijkerker Bertus de Man zijn hun boekje niet te buiten gegaan. Dat concludeert de Rijksrecherche na het onderzoeken van de omstandigheden rond de arrestatie op de Hof in Amersfoort. De Man bezweek volgens het definitieve sectierapport aan de gevolgen van overmatig cocaïnegebruik. Het Openbaar Ministerie kwam tot verontwaardiging van de familie van het slachtoffer op de dag na zijn overlijden al tot die vaststelling.
De Nijkerker verzette zich na op de avond van 16 januari volgens het OM hevig tegen zijn aanhouding op het stadsplein, die plaats vond na een achtervolging door Amersfoort. Er moesten meerdere agenten aan te pas komen om hem in de boeien te slaan en af te voeren. In het arrestantencomplex in Houten werd De Man onwel. Reanimatie ter plekke en later in het ziekenhuis mocht uiteindelijk niet meer baten. Bertus de Man overleed aan een hartstilstand veroorzaakt door een te hoge concentratie cocaïne in zijn bloed, aldus de patholoog van het NFI (Nederlands Forensisch Instituut).
Reanimatie
De bloeduitstortingen op het lichaam van het slachtoffer zijn volgens het NFI net als enkele botbreuken niet veroorzaakt door politiegeweld, maar het gevolg van de langdurige pogingen om hem te reanimeren. Het is niet waarschijnlijk, vindt het NFI, dat ‘het in bedwang houden van de verdachte een rol heeft gespeeld bij het overlijden. De rijksrecherche stelde vast dat de agenten ‘proportioneel en rechtmatig’ hebben gehandeld bij de arrestatie van de Nijkerker.
















