Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.
(11a) Nemo kijkt nog altijd weg. Hij weet zich niet zo goed raad met wat er allemaal gebeurt, met alle conclusies die Jon en Silje trekken. Zijn ze nu serieus? Of zitten ze hem voor de gek te houden? Snappen ze elkaar überhaupt wel? Waar komt die K nou toch ineens vandaan? En wat zit Jon nou te bazelen over de L? En hoe kan het dat Jon zijn berichtje aan de hertogin ontdekte? Toch maar goed dat hij codetaal gebruikt heeft. En Leo, waar haalt Jon Leo nu ineens vandaan? Leo…Leo…L-e-o-… Ah nee he, niet Ole!?! En zo werken Nemo’s hersens op volle toeren terwijl Jon hem doordringend aankijkt. Even kijkt Nemo naar Silje, ook zij staat haar, weliswaar minder doordringend, maar meer vragend, aan te staren.
Het boek, zegt Nemo dan ineens, en met een knikje van z’n hoofd wijst hij de kinderen nog eens op het boek dat op de lege en schoon geschrobde tafel ligt. – Oh, nee, nee, nee, nee, nee zegt Jon, bijna lachend. Zo makkelijk kom je er niet vanaf Nemo. We gaan niet door met raadsels en vragen en raadselachtige vragen en vragende raadsels, je zult met meer en beter moeten komen. J-ullie zu-llen h-et ze-lf m-oet-en opl-oss-en, zegt Nemo, weer terug in z’n eigen doen. Zo makkelijk laat hij de kinderen niet door, als ze dan echt zo slim zijn als ze menen te zijn, kom dan maar op.
Jon stopt abrupt met z’n lach. Silje zucht eens diep, ze heeft de verandering in Nemo gezien. Waar ze eerst dacht dat ze haar hulp wel zouden kunnen verwachten weet ze nu dat dat er, voor nu!, even niet meer in zit. Maar ze moeten wel verder komen, ze wil Ole terug vinden, ze wil weer naar huis kunnen gaan… Kom op Jon, zegt ze, we pakken het boek, we vangen dit nieuwe avontuur aan, dan komen we weer verder en onderweg ontdekken we hoe we nog weer verder komen. Weet je nog wat de Chinese filosoof Laozi zei? Ook een weg van 1000 mijl begint met een eerste stap. We zullen toch verder moeten en Nemo gaat ons nu en hier niet meer verder helpen, in ieder geval niet verder dan het boek dat hier op tafel ligt.
Jon kijkt nog wat opstandig, eerst naar Silje en dan nog wat opstandiger naar Nemo, dan haalt hij zijn schouders op en mompelt, nou, ok dan maar. Nemo knikt bedachtzaam. D-an ies et nu j-ullie b-oek, zegt hij en trekt aan de hendel bij de openhaard die de klep van de schoorsteen wagenwijd openzet. Het vuur met zoveel extra zuurstof ineens, laait op en begint te loeien. Jon en Silje doen, ook al hebben ze het eerder gezien, geschrokken allebei een stap achteruit. J-ullie b-oek, zegt Nemo nog een keer, ni-euw? O-f mi-ssch-ien n-iet ni-euw? En weer zien ze wat ze eerder ook al gezien hebben. Boven de twee zinnen op de eerste bladzijde van het boek lichten hun namen op, en terwijl ze naar hun namen staren, gebeurt er nog heel veel meer: op de bladzijde verschijnt achter de twee zinnen eerst langzaam maar dan steeds sneller een donker dennenbos, met precies in het midden een lange laan, een laan die tot in het oneindige lijkt te lopen. Die laan, die kennen ze, ook die hebben ze eerder gezien, eerder bewandelt. Waar ze de vorige keer in paniek raakte op dit moment geven ze zich nu wat gelaten over aan het boek en aan het vuur. Het vuur loeit en de warmte in de kamer wordt hitte, en het donkere dennenbos komt weer snel dichterbij. Met een zucht staan ze weer in de koelte van het bos. Stilte…
En dan, precies zoals ze verwacht hadden, zonder een woord te wisselen met elkaar, kijkend in de verte zien ze de zwarte Autolimo verschijnen. Nog voor de Autolimo er is kijkt Jon naar Silje. Zullen we deze keer maar gewoon instappen? zegt hij. Silje hinkt nog een beetje van haar ene been naar haar andere been, het is koud, ze twijfelt, die Ejlis Nojack vond ze maar niks… De zwarte Autolimo nadert nu snel. Nog een hupje van Silje, ze kijkt naar Jon, en dan heel even vlug naar Nemo, die staat de beide kinderen heel aandachtig op te nemen. Ja, we stappen in, zegt Silje, samen he, we blijven bij elkaar, toch? Yep, zegt Jon, dat doen we, en hij pakt Siljes hand en samen zien ze zwarte Autolimo vaart minderen en pal voor hun neus stoppen.

















