Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Leendert van der Sluijs.
(11) Jon en Silje kijken naar het boek op de tafel en lezen de titel ervan. Maar in het hoofd van Jon begint het na alle verbazing en verrassing en onthutsing nu toch echt als in de trommel van een wasmachine te tollen. Waarom stuurde Nemo over dit boek een appje naar de hertogin in codetaal? V E R B R A N D H E T B O E K – Jon ziet de letters weer voor zijn ogen oplichten. Jon vraagt aan Nemo: ken jij Leo? Leo van onze school? Nemo kijkt weg, hij haalt zijn schouders op. Het wordt raar stil. Het was al een soort van stil daar in die kamer, want met alleen een knappend haardvuurtje hoor je de stilte extra – dat knappen zorgt er eigenlijk voor dat je luistert naar wat je ook zou kúnnen horen, het fluiten van vogels omdat er een raam open staat, of pratende mensen die langs je huis lopen en omdat de brievenbus op een kiertje is blijven staan, sijpelt er heel dun een draadje woordletters naar binnen, die je dan aan elkaar rijgt tot wat ze daar ongeveer lopen te bespreken. Maar als je dat allemaal niet hoort, terwijl het raam toch echt open staat en de brievenbus dat kiertje heeft, dan is er echt iets aan de hand. Als er een dichter in de kamer zou zitten, zou hij zeggen: Waar de stilte spreekt, verstomt al wat van zich horen liet, als een kleine karekiet in het riet, die bij gevaar om zich heen spiedt. Die stilte dus, die nu minder is dan suizen van de wind, zorgt ervoor dat Jon zijn mond opendoet voor nog een vraag aan Nemo maar dan sluit zonder die vraag te stellen.
Jon kijkt in paniek naar het boek en het gezicht van Silje is een groot vraagteken. Huh? denkt ze. Mis ik iets? Is hier iemand bezig in onze film te knippen? Ik hoorde geen antwoord. En Jon lijkt ook geen antwoord meer te verwachten, alsof hij heus wel hoorde wat Nemo zei, maar zij niet.
Nemo zucht.
Jon ziet weer de letters voor zich, de code-letters, en vliegensvlug vertaalt hij opnieuw verb-r-and-the-b-oke, en hij herhaalt het hardop: VERB-R-AND-THE-B-OKE!!
J-a, zegt Nemo, zo ist pre-ci-so. – En jij moet dat zo nodig in onze eigen taal die we op school aangeleerd krijgen om elkaar te begrijpen in de gauwigheid als een code appen aan de hertogin om hoepel toch op Engelse woorden op haar telefoon te toveren??!! De zin rolt er bij Jon zo achter elkaar in één keer uit, als een opduikende slang die zich schuilhield op een onzichtbare plek en nu toeslaat met een woeste giftige beet.
Nemo kijkt weer weg, hulpeloos haalt hij opnieuw zijn schouders op, één keer en dan nog een keer, en dan niet meer te stoppen. Met schokkende schouders snikt hij: I-k k-an k-an k-an er i-k m-ag er n-iks de n-iks over z-egggn – en die laatste woorden maken een raar gierend en piepend geluid.
Weet je Nemo, zegt Jon nu, ik heb ook de code-letter ontdekt. JA, zegt Silje plotseling, die heeft Jon ontdekt! Jon zegt: dat is de letter.. K zegt Silje, de letter K heeft hij ontdekt, dat is de code-letter en die letter moeten wij ontdekken in ons boek en dat is eigenlijk heel makkelijk, want de K dat is gewoon de letter van boeK…
Nemo is gestopt met snikken. Hij staart Silje aan. De letter K?, weet je dat zeker? vraagt hij verbijsterd. En niet alleen Nemo is verbijsterd, Jon is het ook. Wat staat Silje daar nou te bazelen, de letter K?? Hij had toch echt de letter L gevonden? Als de middelste exit-letter van OLE?
Ja zegt Silje onverstoorbaar, de letter K. Die letter is een beroemde letter. Jullie hebben toch ook Kafka gelezen? Zijn boek ‘Het slot’ gaat over iemand die K heet, en zijn boek ‘Het proces’ trouwens ook. En denk eens even na, welke schrijvers zijn de grote drie in deze bibliotheek van jou Nemo! Precies, dat zijn Kierkegaard, Kafka en Kundera. K K K. Dat heb ík tenminste op school geleerd en vertel me nou niet dat ik hier jullie nieuwe dingen sta te vertellen…
Stilte. Bizar zo stil nu. Het lijkt op stilte die er was voordat er ooit geluid was.
Jon verbreekt de stilte, hij zegt: En toch klopt het niet. Kijk eens naar ons boek.., kijk eens naar de hoeken van het boek…, de hoeken vormen steeds de letter L.. En hij kijkt Nemo doordringend aan.

















