De nieuwbakken Bewonersvereniging Binnenstad Nijkerk kent een uitstekende start. De eerste bijeenkomst is massaal bezocht. Het Koetshuis was dinsdagavond 8 september tot op bijna de laatste stoel bezet. De Bewonersvereniging Binnenstad Nijkerk bestaat nu nog uit een driekoppig bestuur en circa 35 leden, maar moet uitgroeien tot circa 100 binnenstadbewoners die hun stem kwijt kunnen in een platform en onder meer in vier werkgroepen. Deze werkgroepen bestaan uit communicatie, evenementen, verkeer en parkeren en ombudsman. Gezamenlijk vormen ze het aanspreekpunt voor de gemeente Nijkerk. Voorzitter Aart Markies: ‘Enerzijds vormt de bewonersvereniging de gesprekspartner binnen het gemeentelijk overleg over de binnenstad, variërend van het platform tot verschillende werkgroepen. Als mensen lid worden, kunnen ze zelf onderwerpen inbrengen.  En wij willen gevraagd en ongevraagd advies kunnen uitbrengen als we zelf onderwerpen en problemen signaleren en aandragen.’  De eerste algemene ledenvergadering is op 20 oktober.

Wethouder Marielle Broekman sprak de aanwezigen toe: ‘Hier ligt een mooie uitdaging voor een serieuze samenwerking en ik ben blij met dit aanspreekpunt. Ik ben ook oprecht trots als ik zie hoe de binnenstad momenteel wordt opgeknapt, aldus de wethouder die vooral de sfeer, het verzorgde binnenstadsgebied en de gastvrijheid prijst. ‘Je bent geen nummer als je een winkel inloopt’.

Het bestuur bestaat uit Pietsje Boers, Toon Habers en voorzitter Aart Markies: ‘We vinden het een uitdaging om naar boven te krijgen wat er bij bewoners leeft. Denk aan herinrichting van straten, evenementen, huisdieren in de binnenstad, straatmeubilair (bankjes bijvoorbeeld). Het is goed en nuttig om te verbinden, mensen bij elkaar houden en contacten te leggen met andere partijen.’ Waarom is de nieuwe bewonersvereniging eigenlijk belangrijk voor de binnenstad? Aart Markies: ‘Tot nu toe hebben diverse individuele inwoners zich, op persoonlijke titel en vaak heel verdienstelijk, ingezet voor de binnenstad. Met de vereniging willen we zorgen dat de inbreng vanuit de binnenstad op zo veel mogelijk draagvlak kan rekenen.’

Foto en bron Kees van den Heuvel