Elke week domineespost als flessenpost op deze site: een Corona-briefwisseling van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Hun vragen zouden zomaar ook uw/jouw vragen kunnen zijn. Hun antwoorden misschien eye-openers… Vandaag antwoordt ds. Leendert van der Sluijs (met behulp van een ‘derde’).
Ha Judith, beste collega Visser,
Je verwacht op je brief een antwoord van je collega, maar hij zit op dit moment van schrijven in quarantaine. Hij heeft mij gevraagd deze brief aan jou voor hem op te stellen.(1) Zoals sommige boeken door ghostwriters worden geschreven, zo is deze brief een echte brief, maar maakt zoals die boeken een ómweg zullen we maar zeggen.(2) Allereerst moet jou lof worden toegeschreven en gezwaaid voor je brief.(3) Je overwegingen vind ik behartenswaardig en neem ze dienovereenkomstig graag ter harte.(4) Bijvoorbeeld deze: wanneer door corona chaos in huis zegeviert raak niet in paniek! Maar ook elke dag biddend ‘dank U wel’ proberen te zeggen, dat vind ik een mooie opsteker.
Je vraagt in je brief hoe ik(5) positief blijf in deze tijd, voor mijzelf en voor de kerk. Zoals ik je al eens vertelde(6) ben ik een enorme boekenfan, en de beste boeken zijn nog altijd die boeken waarbij je vergeet wie ze heeft geschreven. Het boek is dan gewoon alleen maar het boek waarvan je dan zo geniet. Een beter compliment voor de auteur is er niet, lijkt me.(7) Dat is toch waar hij/zij op hoopte? Maar wat mij betreft: van zo’n boek word ik echt positief! Onlangs kwam ik er een tegen (de naam van de schrijver is ook hier niet belangrijk)(8) en het gaat over niemand minder dan Robinson Crusoe, de eilandbewoner bij uitstek. In tijden van lockdown wordt elk huis een geïsoleerd adres, dus ik dacht van zo’n boek kun je iets leren. Robinson had op zijn onbewoond eiland alleen een Bijbel en een papegaai en hoe komen wij vandaag de dag het leven door, op onze eilandjes, misschien wel op een ‘eilandje van pijn’?(9)
Hier zijn zijn adviezen! A. Verwonder je, en B. Zorg voor structuur, C. Mediteer, D. Kijk af en toe in de spiegel en E. Blijf in gesprek. Mooi hé?! Dus wat ik doe is me verwonderen, ik zorg voor structuur(10) en ik mediteer, kijk soms in de spiegel en blijf graag in gesprek (o.a. dus door deze brief!). Dit helpt me enorm om in deze tijd positief te blijven. Heb jij ook zo’n rijtje als het rijtje van Robinson? Of hou je niet van rijtjes?
De volgende keer wil ik je graag schrijven over hoe we volgens mij positief als kerk kunnen blijven. Maar deze brief is al een beetje aan de lange kant, vandaar.
Ik hoop van harte dat je collega, ik bedoel dat ik, als hij/ik genoten heeft/heb van jouw tweede Corona-brief, weer gezond en wel uit quarantaine is, en hij je weer gewoon kan schrijven zoals normale mensen schrijven, namelijk zonder die ingewikkelde omweg waarvan de crisis de oorzaak is en waardoor een kleine chaos ons allen bedreigt.
Hartelijke collegiale groet
van Leendert van der Sluijs
(1) Ik schrijf dus namens hem. Het zijn mijn woorden die je leest, maar ik schrijf je niets anders dan hij je zou schrijven. Dus eigenlijk is dat wel hetzelfde. Of ik of hij het schrijft maakt echt niks uit. Ik schrijf alleen maar wat hij je zou willen schrijven. Daarvoor ben ik hier ingeschakeld. Dus veel leesplezier – en onthoud even: het zijn niet mijn woorden maar zijn woorden.
(2) De omweg is hier de quarantaine van je collega. Hij wordt geacht al die tijd niet naar buiten te treden, zou hij je dan toch gewoon een brief schrijven, zo een als eerder, dan is het gevaar groot dat het uitlekt dat hij zich toch met de buitenwereld bemoeit. Dat kunnen we niet hebben, dus daarom maar zo.
(3) Datum: 22 januari 2021.
(4) Ik weet niet helemaal zeker of dit de formulering is die normaal gesproken gebruikt zou worden om te zeggen dat je ergens enthousiast over bent. Ik bedoel ermee dat hij je brief top en tof vindt. Deze veel kortere manier van zeggen heeft misschien de voorkeur van de geïnteresseerden in deze correspondentie, maar ik voel voor mijn formulering enige noodzaak: zo geef ik meer gewicht aan de indruk die je brief achterliet – met alleen maar ‘top’ en ‘tof’ schrijven, zouden we je brief misschien tekort doen, wat wel het laatste is wat we willen.
(5) Je weet wie hier wordt bedoeld.
(6) Op de dag dat je dominee werd in Nijkerkerveen.
(7) Gustave Flaubert: “De schrijver in zijn boek moet zijn als God in zijn universum: alomtegenwoordig en nergens zichtbaar.”
(8) Voor de nieuwsgierigen: De naam van de auteur is Harm G. Dane.
(9) Er is een mooi boek van Willem G. van Maanen dat zo heet: Een eilandje van pijn.
(10) Deze brief is daarvan een voorbeeld.
















