Wat een zaterdag. Soms heb je van die dagen waarop er zoveel gebeurt dat je jezelf eigenlijk zou moeten kunnen opsplitsen. Eén versie naar Veensche Boys, eentje naar de haven en nog eentje naar alle andere gebeurtenissen in onze gemeente. Afgelopen zaterdag was zo’n dag.

In Nijkerkerveen vierde Veensche Boys zijn negentigste verjaardag. Negentig jaar! Een voetbalclub die ooit ontstond tijdens een repetitie van een zangkoor, waarvan spelers in een veewagen naar uitwedstrijden gingen en waar schapen het gras kort hielden. Tegenwoordig telt de club zo’n 800 leden, 28 jeugdteams en een businessclub die zelf alweer 25 jaar bestaat. Maar cijfers vertellen maar een deel van het verhaal. Veensche Boys ís Nijkerkerveen. Dat zag je zaterdag overal. Bij de vrijwilligers, oudgedienden, sponsoren en de jeugd in het speciale jubileumshirt. En natuurlijk bij de komst van Mister Ajax Sjaak Swart. Hoe mooi is het dat zo’n voetballegende uiteindelijk gewoon aan het ontbijt zit tussen opa en oma van Donny van de Beek? Voetbalgeschiedenis aan één tafel.

Een paar kilometer verderop lag nóg een stuk geschiedenis te glimmen. De negentiende Nijkerkse Sleepbootdagen trokken duizenden bezoekers naar de haven. Wat in 2007 begon met het idee om een aantal sleepboten bij elkaar te brengen, is uitgegroeid tot een evenement waar Nijkerk trots op mag zijn. Want sfeer kun je niet bestellen. Die ontstaat dankzij vrijwilligers die maandenlang bezig zijn, schippers die ondanks de lage waterstand Nijkerk proberen te bereiken en duizenden bezoekers die langs de kade genieten. Volgend jaar wacht alweer de twintigste editie.

Maar mijn zaterdag kreeg rond kwart voor één ineens een heel andere lading. De hele familie zat nietsvermoedend bij pa en ma thuis aan de Nieuwe Kerkstraat. Niemand wist iets. Echt niemand. Tot burgemeester Tinet de Jonge en Truus Doornhof van de straatnamencommissie ineens voor de deur stonden. En toen kwam de verrassing. Het nieuwe woonhof dat juist op deze plek wordt ontwikkeld, krijgt de naam Gulikerhof. Tja. Dan ben je even stil en kun je je tranen bijna niet bedwingen. Want voor een buitenstaander is Gulikerhof straks misschien gewoon een straatnaam. Voor mij is het dat absoluut niet. Ik heb op die plek 45 jaar van mijn leven gewoond. Daar liggen mijn jeugd, mijn volwassen jaren en ontelbaar veel herinneringen. Daar leefden en werkten mijn vader en moeder. Daar was onze familie thuis.

De geschiedenis van de familie Guliker op die plek gaat nog verder terug. Melk bezorgen in Nijkerkerveen en Holkerveen, later het tankstation, de oliehandel en de autowasstraat. Generaties Veeners kwamen er over de vloer. De naam Guliker en die plek aan de Nieuwe Kerkstraat raakten met elkaar verweven. En dan zit je daar ineens met de hele familie bij elkaar. Op precies die historische plek. Met pa en ma die van niets weten. Familieleden die net zo verrast zijn. En een burgemeester die samen met Truus Doornhof van de straatnamencommissie vertelt dat juist daar straks Gulikerhof op het bord komt te staan. Voor één keer stond ik niet achter de camera. Ik stond aan de andere kant. En misschien was dat maar goed ook. Want dit was geen moment om door een zoeker naar te kijken. Dit was een moment om zelf te beleven. De verbazing bij pa en ma, de emoties binnen de familie en vooral de trots. Ik denk dat iedereen op dat moment besefte dat dit veel meer is dan de naam van een nieuw woonhof. Het is erkenning. Een stukje familiegeschiedenis dat niet verdwijnt wanneer de gebouwen verdwijnen en de grond een nieuwe bestemming krijgt. Straks komen er nieuwe huizen, nieuwe bewoners en nieuwe verhalen. Maar de naam blijft. Gulikerhof. Lieve pa en ma, jullie hebben dit zo verdiend.

Eigenlijk paste het perfect in deze week. De witte torenspits van Nijkerk bestaat 250 jaar, Veensche Boys vierde negentig jaar geschiedenis en in de haven werd tijdens de Sleepbootdagen het varende verleden gekoesterd. Allemaal totaal verschillende verhalen, maar met dezelfde rode draad. We bouwen nieuwe huizen, verenigingen veranderen en generaties volgen elkaar op. De wereld draait door en meestal kijken we vooral vooruit. Maar gelukkig zijn er mensen die af en toe achterom kijken en zeggen: wat hier was, mag niet worden vergeten. En heel soms krijgt zo’n herinnering voor altijd een naam. Gulikerhof. Tot volgende week.

Aalt.