Tijdens de dodenherdenking op 4 mei in Nijkerkerveen heeft wethouder Audrey Rohen van de gemeente Nijkerk een indringende toespraak gehouden waarin zij het belang van herdenken verbond met actuele maatschappelijke verantwoordelijkheid. In haar woorden stond niet alleen het verleden centraal, maar vooral de lessen die daaruit getrokken moeten worden voor vandaag en morgen.

Zoals ieder jaar werd stilgestaan bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en bij iedereen die sindsdien is omgekomen door oorlog en geweld. Rohen stelde daarbij de vraag waarom herdenken, ruim tachtig jaar na de bevrijding, nog altijd van groot belang is. Volgens haar ligt het antwoord niet alleen in de grote historische gebeurtenissen, maar juist in de aanloop ernaartoe. “Oorlog begint zelden van de ene op de andere dag,” benadrukte zij. “Het begint met woorden die stigmatiseren, met het ontstaan van een ‘wij’ en ‘zij’, met uitsluiting en met het idee dat sommige mensen minder waard zijn.” Volgens de wethouder zijn dit processen die vaak geleidelijk plaatsvinden en daardoor soms nauwelijks worden opgemerkt.

In haar toespraak verwees Rohen naar de Duitse predikant Martin Niemöller, die na de Tweede Wereldoorlog terugblikte op zijn eigen zwijgen. Zijn bekende woorden over het niet spreken toen anderen werden opgehaald, illustreerden volgens Rohen op pijnlijke wijze hoe onverschilligheid en stilzwijgen kunnen bijdragen aan onrecht. De wethouder onderstreepte dat het begrijpen van geschiedenis meer vraagt dan kennis van feiten alleen. “Het gaat erom dat we begrijpen hoe het zover heeft kunnen komen,” zei zij. “Mensen werden niet ineens weggevoerd, maar eerst anders genoemd, anders behandeld en uiteindelijk uitgesloten.” Rohen trok daarbij een duidelijke lijn naar het heden. Ook vandaag de dag, zo stelde zij, worden mensen nog steeds beoordeeld en buitengesloten op basis van afkomst, geloof, mening of identiteit. “De vormen zijn anders, maar het patroon is herkenbaar,” waarschuwde zij.

De herdenking van 4 mei is volgens haar daarom niet alleen een moment van terugkijken, maar ook van zelfreflectie. Ze riep aanwezigen op zich af te vragen welke rol zij zelf spelen: “Wat doe ik? Wat zeg ik? Waar zwijg ik, terwijl ik misschien iets had kunnen zeggen?” In haar afsluiting benadrukte Rohen dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. “Vrijheid begint elke dag opnieuw, in hoe we met elkaar omgaan. In onze woorden en in onze keuzes.” Ze riep op om die gedachte niet alleen op 4 mei vast te houden, maar elke dag opnieuw in praktijk te brengen.

Tekst en Foto’s: Aalt Guliker.