De gemeente Nijkerk heeft de nota ‘Een kind en gezinsvriendelijke gemeente Nijkerk 2018 – 2025’ opgesteld. De Sociale Domeinraad (SDR) vindt het in die zin een goede inventarisatie om als een handleiding mee te gaan werken. Tegelijkertijd roept de nota veel vragen op. Vragen die betrekking hebben op de uitvoering. Want er worden in de nota veel intenties aangegeven, die wat de SDR betreft op zich prima zijn, maar niet als nieuwe intenties beschouwd moeten worden. Deze beleidsintenties zijn al vaker door beleidsorganen op verschillende niveaus uitgesproken. Ook de speerpunten zijn op zich prima, maar zijn ook niet allemaal nieuw. Iedereen wil graag een fysieke en gezonde jeugd.
Juist omdat de genoemde intenties en speerpunten niet echt nieuw zijn en gezien de problematiek van deze doelgroep was meer uitwerking ten aanzien van de uitvoering verwacht. Dus blijven de vragen daarover nog steeds aanwezig. Kern van deze vragen is: “Hoe kan de betrokkenheid van de jongeren en hun omgeving vergroot worden bij de uitvoering”.
De afgelopen jaren is gebleken dat de pogingen om jongeren naar een informatiebijeenkomst te krijgen niet altijd een daverend succes zijn geweest.
Als dan ook nog de resultaten van zo’n bijeenkomst niet zichtbaar worden voor deze doelgroep dan is dat begrijpelijk. Uiteraard zal de individualisering ook een grote factor hierin zijn, maar de “taal” van de jongeren zal meer gesproken moeten worden.
Daarom is de SDR van mening dat door naar de jongeren toe te gaan, concrete afspraken te maken en ook snel na te komen de betrokkenheid eerder vergroot kan worden. Dit moet dan samen met andere partijen (o.a. zeker met St. Jongerenwerk) geregeld worden.
Zoals hiervoor aangegeven is de nota een goede inventarisatie van de ontwikkelingen op het terrein van de jeugdzorg. Maar het moet niet alleen bij de genoemde intenties blijven. Die zijn al vaker op verschillende beleidsniveaus uitgesproken. Desondanks neemt de problematiek toe.
Voor het beleid is een periode tot 2025 aangegeven. Gezien de problematiek die al jaren speelt en alleen maar toeneemt is dit een lange termijn en zal er sneller concreet een invulling moeten plaatsvinden.
Daarom is de SDR van mening dat er per hoofdrichting een plan van aanpak opgesteld zou moeten worden, waarin per speerpunt wordt aangegeven wat de “nulsituatie” is en welke resultaten er bereikt moeten worden en op welke manier dit wordt opgepakt. Jaarlijks zullen dan die resultaten geëvalueerd moeten worden. Op deze manier wordt de vooruitgang zichtbaar en kan besproken worden of de aanpak bijgesteld moet worden.
De SDR hoopt dat met deze voorlopige reactie op hoofdlijn rekening gehouden wordt bij de opstelling van een definitieve nota.
















