De nieuwe systematiek van de gemeente Nijkerk voor waarderingssubsidies voor sportverenigingen leidt tot grote ongelijkheid en oneerlijkheid en draagt niet bij aan een stimulerend sportbeleid. Dat melden de voetbalverenigingen Veensche Boys en Sparta Nijkerk in een gezamenlijke reactie richting de gemeenteraad van Nijkerk. De gemeente Nijkerk heeft een voorstel voor een nieuw subsidie- en tarievenbeleid gepresenteerd voor de huur van de gemeentelijke sportaccommodaties. Belangrijke uitgangspunten voor het rapport zijn transparantie, gelijkheid en eerlijkheid. Veensche Boys en Sparta in een reactie: ‘Wij onderschrijven deze uitgangspunten en constateren dat het rapport leidt tot een transparant en op onderdelen ook gelijk beleid. Het rapport gaat echter de mist in met het voorstel voor de nieuwe systematiek voor waarderingssubsidies. Veensche Boys en Sparta Nijkerk zijn van mening dat de nieuwe systematiek voor waarderingssubsidies leidt tot verdere ongelijkheid, oneerlijk is en een stimulerende werking mist. Met name de Nijkerkse buitensportverenigingen worden hiervan de dupe. Wij hebben in de afgelopen periode onze mening uitdrukkelijk geuit richting de gemeente en aangegeven dat wij geen voorstander zijn van het voorgestelde beleid. Wij merken echter dat de opstellers van het rapport hierop geen enkele wijze mee rekening hebben gehouden. Wij vragen de Nijkerkse gemeenteraad daarom het voorstel ten aanzien van de waarderingssubsidies niet aan te nemen en aan het tarievenbeleid ook het aspect ‘kwaliteit’ toe te voegen.’
Het standpunt van Veensche Boys en Sparta Nijkerk is als volgt toegelicht.
De voorgestelde nieuwe systematiek leidt tot ongelijkheid. De belangrijkste wijziging in de systematiek voor waarderingssubsidies is dat in plaats van een vast bedrag per spelend lid een nieuwe systematiek voor de waarderingssubsidie wordt voorgesteld. Dit leidt ertoe dat:
· Er een sterk dalend bedrag per lid aan waarderingssubsidie wordt gegeven:
o Gemiddeld variabel bedrag bij 20 leden: € 50,-/lid
o Gemiddeld variabel bedrag bij 100 leden: € 35,-/lid
o Gemiddeld variabel bedrag bij 400 leden: € 13,75/lid
o Gemiddeld variabel bedrag bij 900 leden: € 9,50/lid
· Er boven 950 leden € 0,- per extra lid aan subsidie wordt gegeven.
De voorgestelde nieuwe systematiek leidt daarmee tot grote ongelijkheid tussen de verenigingen. Een onderbouwing voor deze ongelijkheid is in het rapport niet te vinden. Het principe van gelijkheid wordt wel toegepast ten aanzien van de huurtarieven voor de sportaccommodaties, maar is volgens de opstellers kennelijk niet relevant voor de waarderingssubsidies. Wij vinden het selectief hanteren van het gelijkheidsprincipe onterecht. De voorgestelde nieuwe systematiek is oneerlijk. Volgens de opstellers van het rapport en de betrokken gemeenteambtenaar is de voorgestelde systematiek voor de waarderingssubsidies ‘eerlijk en rechtvaardig’. Waarom de systematiek eerlijk en rechtvaardig is, staat in het rapport niet vermeld.
In de informatieve bijeenkomst op 4 februari is hiernaar gevraagd. De betrokken ambtenaar herhaalde daarbij dat hij de systematiek eerlijk vond, maar gaf hiervoor geen argumenten. Gezien de grote ongelijkheid tussen de verenigingen en het missen van een onderbouwing voor deze ongelijkheid, vinden wij de nieuwe systematiek oneerlijk.
De voorgestelde nieuwe systematiek mist stimulerende werking
Bij het ontwerpen van een subsidieregeling is het van belang dat deze leidt tot een positieve en stimulerende werking. In dit geval zou deze stimulerende werking zich moeten uiten tot een positieve bijdrage aan het sport- en jeugdbeleid. In het rapport missen wij de visie hoe de gekozen subsidiesystematiek leidt tot een positieve stimulerende werking. Vanuit het oogpunt van beleid zou je mogen verwachten dat meer leden leidt tot meer activiteiten en dat vanuit dat principe meer leden leiden tot meer subsidie. Dat is echter niet zo. De voorgestelde regeling heeft geen stimulerende werking vanwege 3 redenen:
– Er is een absolute aftopping vanaf 950 leden
– De bandbreedtes voor de subsidiebedragen zijn groot: het is lastig om de volgende trede te halen en het bedrag per extra lid wordt steeds lager;
– Er staat een bonus op kleinschaligheid.
De voorgestelde systematiek zal daarmee niet bijdragen aan de doelstellingen van het jeugd- en sportbeleid en in het bijzonder niet bijdragen aan de doelstelling van krachtige en vitale verenigingen zoals bedoeld in het Sportakkoord en de Sportnota 2013-2025 van de Gemeente Nijkerk. Integendeel met deze wijze van subsidiëren wordt aan de leden en vrijwilligers van krachtige en vitale verenigingen juist duidelijk gemaakt dat de gemeente Nijkerk hun verenigingen niet ‘waardeert’ hetgeen juist wel de bedoeling zou moeten zijn van een waarderingssubsidie.
Dringend verzoek aan de Nijkerkse politiek namens Veensche Boys en Sparta Nijkerk
Gezien de bovenstaande argumenten doen Veensche Boys en Sparta Nijkerk een dringend beroep op de Nijkerkse politiek om het voorstel voor de nieuwe systematiek voor waarderingssubsidies niet aan te nemen. Indien het voorgestelde beleid ten aanzien van tarieven en subsidies volledig wordt doorgevoerd, leidt dit voor Sparta Nijkerk tot een negatief effect van ruim € 18.000,- en voor Veensche Boys van ruim € 9.000,-. Aangezien beide verenigingen deze subsidie met name gebruiken voor het matigen van de contributie van jeugdleden, stijgt hierdoor de contributie met bijna € 20,- per lid.
Indien de gemeente Nijkerk tot de hierboven aangegeven lastenverzwaring besluit is (naast contributieverhoging) de enige andere optie om de verenigingen meer ruimte te geven om de accommodatie zelf uit te baten, bijvoorbeeld door het verruimen van de horecavergunning of het toestaan van andere dan sportgerelateerde activiteiten. Wij hebben echter ook begrepen dat dit politiek wellicht geen begaanbare weg is.
Aspect kwaliteit moet worden toegevoegd aan tarievenbeleid
Ten slotte hebben Sparta en Veensche Boys nog een reactie op een ander punt. Dit betreft de gewijzigde tarieven voor sportaccommodaties. Vanuit het oogpunt van gelijkheid hebben zij geen bezwaar tegen deze stijging. Echter in het verleden hebben zij gezien dat er regelmatig grote achterstanden in renovatie en onderhoud zijn ontstaan. Deze zijn inmiddels deels hersteld (zoals Veld 2 bij Veensche Boys en het B-veld bij Sparta Nijkerk), maar ook deels niet (zoals bij Sparta Nijkerk het F-veld en achterstand in onderhoud van de opstallen).
Voor de zaken die wel zijn uitgevoerd, was het echter wel nodig dat de verenigingen veel inspanningen moesten doen (waaronder het laten opstellen van een onafhankelijk extern rapport) om dit gedaan te krijgen of soms de investeringen zelf moesten doen (dug-outs D- en E-veld). Ten aanzien van het tarievenbeleid vragen zij daarom de Nijkerkse politiek om ook het aspect kwaliteit aan het tarievenbeleid toe te voegen en te bepalen dat de gemeente Nijkerk verplicht is met de verhoging van tarieven ook de bijbehorende kwaliteit te leveren.
















