Vrijwilligers zijn de smeerolie van de samenleving. In deze rubriek spreekt De Stad Nijkerk met bevlogen helpers. Deze keer vertelt Wilma Jongste (74) over haar jarenlange inzet voor mensen met een beperking. Vrijwilligerswerk kreeg ze van huis uit mee: haar ouders waren actief, haar moeder zelfs medeoprichter van het Rode Kruis. Op haar zestiende stond Wilma al klaar bij rampenoefeningen als LOTUS-slachtoffer. Niet veel later combineerde ze dat met haar jonge liefde voor Teunis, een dag oefenen eindigde zelfs in een spontane fietstocht naar zee.
Op haar achttiende behaalde ze haar Rode Kruis-diploma en ging ze mee op bootreizen voor zorgbehoevenden. Dat deed ze uiteindelijk 22 jaar, vaak samen met haar moeder. Ze zorgde voor patiënten onder eenvoudige omstandigheden, bouwde hechte banden op en voelde zich verantwoordelijk voor hun welzijn. Later volgden hotelvakanties en vrijwilligerswerk met verstandelijk gehandicapten. Ook thuis zette ze zich in: een meisje met het syndroom van Down logeerde twintig jaar lang regelmatig bij het gezin. “Het klikte gewoon,” zegt ze daarover.
Na 45 jaar vrijwilligerswerk bleef Wilma zich inzetten in allerlei rollen: buurtbemiddeling, bestuurswerk en ondersteuning in wijkcentrum het Paashuis. Ze helpt bij activiteiten voor mensen met een beperking, wandelt met cliënten en is actief in het museum en de bibliotheek. Ondanks alles blijft ze bescheiden. Wel mist ze soms wederkerigheid. Toch gaat ze door, ook nu haar man ziek is. “Hij heeft me altijd gesteund. Ik ben hem dankbaar.”
Lees het volledige artikel op destadnijkerk.nl.
Foto’s: Aalt Guliker en Lida Naber.
















