De gemeente Nijkerk breidt de suïcidepreventie voor jongeren en jongvolwassenen uit. Dat is het antwoord op vragen van raadslid Pam van de Weijer van het CDA. Die preventie vindt onder meer plaats aan de hand van het plaatsen van metalen plaatjes van de campagne “Ik zie je”. Die plaatjes bevinden zich momenteel alleen nog op bankjes. Er is afstemming geweest tussen 113 Zelfmoordpreventie en de gemeente Nijkerk over het plaatsen van de metalen plaatjes vanuit van de campagne ‘Ik zie je’. De metalen plaatjes worden door de hele gemeente Nijkerk geplaatst. Ook op de hondenlosloopvelden, bij speelterreinen en buurthuizen zijn bankjes te vinden waar deze plaatjes op geplaatst worden. Aan 113 Zelfmoordpreventie is gevraagd of de metalen plaatjes ook op andere plekken kunnen worden geplaatst, zoals in het gemeentehuis. Hierop heeft 113 Zelfmoordpreventie nog niet geantwoord.
Voor wat betreft een lokaal preventie netwerk: Is het college van plan om de preventie verder uit te breiden, zoals aansluiten bij het SUPRANET Community-netwerk van Harderwijk? Het zelf opzetten van een lokaal netwerk van betrokkenen rondom iemand die depressief is? Of aansluiten bij een andere vorm gericht op het bieden van een netwerk dat nodig is voor vermindering en nazorg van zelfdodingspogingen en zelfdoding? Antwoord: In de gemeente Nijkerk zetten we ons, met onze partners in voor jongeren met mentale klachten en suïcidale gedachten. We denken dat wij een sluitende aanpak hebben voor jongeren met psychische klachten. Daarom hebben wij geen aansluiting bij een Supranet Community. Er wordt in de gemeente Nijkerk op diverse vlakken aandacht geschonken aan het bespreekbaar maken van suïcidale en depressieve gedachten en gevoelens onder jongeren. Dit gebeurt door voorlichting, informatie en veel verschillende vormen van (jeugd)hulpverlening. Onder andere via de gemeentelijke sociale teams; via huisartsen/specialistisch praktijkondersteuners jeugd of GGZ; op scholen via mentoren van klassen; via de VGGM-jeugdartsen en -consultatiebureauartsen; via de kerken; via het Diaconaal Beraad; via de Wegwijzer; verwijzing naar MIND Korrelatie. De jeugdconsulenten en de procesregisseur zorg en veiligheid (jeugd) kunnen in geval van suïciderisico een multidisciplinair overleg (MDO) plannen om het formele en informele netwerk rondom een jeugdige om tafel te krijgen om samen tot een plan te komen om de veiligheid van een jeugdige te borgen. Wie er aan tafel zouden moeten zitten bij dit MDO is per jeugdige verschillend. Als het nodig is kan er aanvullende (jeugd) hulp op maat ingezet worden. De GGD (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) heeft de in de preventie van suïcide een centrale rol. Zij hebben een belangrijke signalerende rol als het gaat om suïciderisico bij jeugdigen. De jeugdverpleegkundigen en jeugdartsen van de GGD kunnen verschillende preventieve interventies inzetten als er een suïcidedreiging wordt gesignaleerd. Ook kunnen zij doorverwijzen naar belangrijke samenwerkingspartners zoals de GGZ (Geestelijke Gezondsheidszorg)-crisisdienst. Dit doen ze op het moment dat preventieve interventies niet meer afdoende zijn.
De GGD neemt jaarlijks een vragenlijst af onder jongeren waarbij mogelijke suïcidaliteit wordt uitgevraagd. Naar aanleiding van zorgwekkende antwoorden gaat de jeugdverpleegkundige met de
jeugdige in gesprek. Alle jeugdverpleegkundigen volgen een opleiding om zich te specialiseren in het thema ‘suïcidaliteit onder jongeren’. De medewerkers van de GGD geven aan een goede
samenwerking te hebben met de partners rondom suïcidepreventie. Bijvoorbeeld met huisartsen, de GGZ-crisisdienst, het sociale team en de scholen. Zij geven aan dat er geen aparte keten is die zich specifiek richt op suïcidaliteit onder jongeren, wel sluiten zij aan bij het risico-signalenoverleg, waar casussen als deze besproken kunnen worden.