Huiduitslag, zwellingen, rode ogen en jeuk. En voor wie echt pech heeft en er erg gevoelig voor is zelfs overgeven, duizeligheid en koorts. Als je last hebt van één van die klachten, weet je dat je ongewild kennis hebt gemaakt met (de brandharen van) de thaumetopoea processionea. De eikenprocessierups. Het kan je nauwelijks ontgaan zijn, de eikenprocessierupsenplaag is alomtegenwoordig in de media. Een hype. In andere jaren zag je wel eens een rood-wit lint om een eikenboom, nu zijn de linten niet aan te slepen. Er zijn meer eikenbomen wél besmet dan niet, zo lijkt het als je het aantal gemarkeerde bomen in een lange rij eiken telt.

Je ziet de opmars van de eikenprocessierups ook terug in het aantal verhaspelingen van de naam van het vervelende beestje. Een greep uit wat ik de afgelopen weken voorbij heb zien komen (met name in kinderuitspraken): de eiken-confessie-rups, de prinsessenrups en de eikel-prosecco-rups. Waarom de Nederlandse vertaling van de soortnaam zo ingewikkeld moet zijn, snap ik ook niet zo goed. Gewoon eikenrups volstaat toch prima? ‘Processie’ in de naam schijnt te maken te hebben met de manier waarop de rupsen zich ’s nachts over de boom verplaatsen op zoek naar voedsel. Dat doen zij in meerdere rijen dicht achter elkaar, als in een (godsdienstig) ritueel: processie. Ja, ja. Soms vreten ze hele eikenbomen kaal, maar overdag zijn ze in hun nest aan de zonnige zuidkant van de eikenboom. Want ze zijn nog kieskeurig ook. Liever geen eikenbomen in het bos, want daar komt te weinig zon. Wel eens zo’n bal van huidjes, brandharen en uitwerpselen aan de eikenboom zien hangen? Je hoeft niet eens in een boom te klimmen om last te krijgen van de brandharen. Die komen vanzelf naar je toe waaien als je een rondje wandelt of fietst. En zo teistert deze soort – die profiteert van de verandering in het klimaat – onze hele voorzomer. Van ongeveer half mei tot eind juni, zegt Wikipedia (waar ik zo’n beetje alle wijsheden uit deze column vandaan heb).

Gelukkig wordt ook deze rups – net als alle rupsen die het niet voortijdig tot koolmees- of andere vogelmaaltijd schoppen – een vlinder. Een onopvallende nachtvlinder, in zijn geval. Voorlopig zijn we dus weer van het gedonder af, hoewel de brandharen nog jaren achter kunnen blijven in een nest dat aan een boom blijft hangen. Met alle irritante gevolgen van dien. De lucht van een hete föhn schijnt te helpen tegen de jeuk. En anders: krab ze!

Nelleke den Besten – De Stad Nijkerk