Dertig jaar geleden brak in het voormalig Joegoslavië een burgeroorlog uit. Duizenden mensen sloegen op de vlucht uit angst voor het geweld dat ontstond tussen verschillende etnische groeperingen. Vier maanden lang leefde Nijkerker Drago Pecenica samen met zijn vrouw en hun pasgeboren dochtertje middenin oorlogsgebied. In een serie verhalen blikt de Nijkerker terug op die tijd. Vandaag het derde en laatste deel. 

Drago deed met knikkende knieën wat de man van hem vroeg, maar bedacht zich ineens en zei: ‘Alsjeblieft, ik heb nog een wens’. ,,De man dacht misschien dat ik afscheid van mijn vrouw en baby wilde nemen, maar ik zei: ‘Sorry, ik ben zo bang, ik heb diarree gekregen. Laat me naar het toilet gaan om mijzelf om te kleden, zodat ik waardig kan sterven’.” Stiekem hoopte Drago toen hij toestemming kreeg dat er een raampje in het toilet zou zitten waar hij door kon ontsnappen, maar niets was minder waar. ,,Ik vond het heel moeilijk om bewust mijn dood tegemoet te treden, ik stelde het steeds uit en genoot bewust van de paar minuten dat ik nog in leven was. Er ging van alles door me heen, ik was zo angstig.:

ONTWAPEND ,,Op een gegeven moment dacht ik: nu moet het maar gebeuren. Ik kwam binnen in een ruimte waar de sfeer totaal veranderd was. Mijn vrouw keek me aan met een blik in de ogen dat het goed was. Onze baby lag op tafel en ze had haar handje om de pink van de soldaat heen gesloten. Hij werd erdoor ontwapend en werd weer mens. Onze kleine baby heeft op dat moment mijn leven gered. De soldaat vroeg wat we wilden eten en er was niets wreeds meer in hem.”

Lees de rest van het artikel op Stadnijkerk.nl
Foto: Drago Pecenica