Nijkerk werd op 20 april 1945 bevrijd, maar de andere kant van het riviertje de Laak stond nog onder controle van de Duitsers. Zo kwam het dat Nijkerkerveen nog twee weken in de frontlinie lag. Alie Bast maakte het op 18-jarige leeftijd mee. Op 24 april 1945 werd de schuur achter haar woonhuis getroffen door een granaat. Aan haar kleindochter Katja vertelde ze jaren later over het droevige lot dat hun familie trof.

,,Een explosie, een knal zo luid dat trillingen door het woonhuis gingen en mijn oren suisden. De fragiele, glazen raampjes van onze kast sprongen uit hun sponningen en scherven verspreidden zich over de vloer. Servies, beeldjes, ornamenten en boeken vielen om. De zware dreunen van bom- en granaatinslagen van voorgaande oorlogsjaren waren we bekend mee, maar wennen deed het nooit. Mijn moeder en ik keken elkaar verwilderd aan. Deze was zó dichtbij, dit was hier op onze grond. Achter het huis. De schuur. Zo snel we konden, op benen met lood erin, haastten we ons naar achteren. Wat ik daar zag…

ZWARTGEBLAKERD De grote, rechthoekige schuur voor onze dieren was duidelijk geraakt. Het dak voor het grootste gedeelte ingestort, de muren aan gruzelementen, de lichamen van de uiteengereten koeien, vleeswonden. Bloed, veel bloed overal. Een dood varken zag ik, kippen waarvan er een paar met flapperende vleugels en kakelend rondrenden, rook en kruitdampen. En toen zag ik opa Harmen in het puin op de grond rondkruipen op zijn buik. Zijn schedel was zwart en zijn pet, die hij altijd ophad, was er niet. Die lag veel verderop, eveneens zwartgeblakerd.

Lees de rest van het artikel op Stadnijkerk.nl
Foto: Privecollectie