Liefst 73 gemeenten gingen Nijkerk reeds voor om te pleiten voor een oplossing voor vierhonderd asielkinderen die Nederland dreigen te worden uitgezet, maar een motie hierover in Nijkerk van de politieke partij PRO21 wordt niet gesteund door een meerderheid van de Nijkerkse gemeenteraad.

In de motie van Linda de Wals wordt staatssecretaris Mark Harbers gevraagd om een versoepeling van het meewerkcriterium van het Kinderpardon. Hoe zeer ook de intenties van deze motie als sympathiek werden bestempeld, stellen de fracties van CDA, ChristenUnie/SGP en VVD dat de motie niet uitvoerbaar is omdat de gemeente Nijkerk daartoe niet is bevoegd. Marina Lanting van de ChristenUnie/SGP wilde in plaats hiervan wel een brief sturen, die ze ter plekke voorlas, die de fracties naar hun eigen vertegenwoordiging in de Tweede Kamer konden sturen en waarin het leed van de kinderen onder de aandacht werd gebracht. Echter, dat viel weer in het verkeerde keelgat van PRO21 en medestander De Lokale Partij. Dat is immers precies hetzelfde als waartoe PRO21 en De Lokale Partij opdragen, aldus Aart Klompenhouwer. ‘En wij kunnen toch gewoon een signaal afgeven?’ Toen daarna door raadslid Staal (VVD) opmerkzaam werd gemaakt dat Nijkerk zich ook niet mengt in zaken over bijvoorbeeld president Trump was het hek van de dam en maakte een melange van emotie en ratio zich meester van de discussie. Dat leidde overigens wel tot een prachtig debat waarbij vooral Niels Staal (VVD) en Aart Klompenhouwer (De Lokale Partij) elkaar in de haren vlogen.

Niels Staal, die reageerde op een uitspraak van De Wals die vond dat zijn uitspraak over Trump niet kon worden vergeleken met het ‘leed van 400 kinderen’: Ik was hier al een beetje bang voor dat dit zou gaan gebeuren. Ik proef hier morele pretenties en dat vind ik echt heel erg jammer. We zijn allemaal betrokken bij dit onderwerp, iedereen vindt er wat van. Iedereen wil het beste voor deze mensen. En ik heb het u in de eerste woordvoering horen zeggen: ‘Iedereen die oprecht is, die wil dit.’ Ik ben oprecht, ik wil het niet en ik ben eerlijk gezegd ook niet gediend van morele pretenties, van als je een afwijkend standpunt hebt, dat dat niet goed zou zijn.’

Aart Klompenhouwer (De Lokale Partij): Dan had het de heer Staal gesierd om gewoon te zeggen dat hij het niet wil. Dan was het een duidelijker signaal geweest als wanneer u zegt: ‘We gaan er niet over’. Want dat vind ik dan ook spelen met morele principes. Als u dit echt persoonlijk niet wilt, had u dat ook gewoon kunnen zeggen. Dat heeft u niet gedaan. U heeft het gegooid op het feit dat wij er niet over gaan. En dat betekent naar mijn mening als dat zo zou zijn, dat wij als raad nooit meer iets mogen zeggen wat niet over Nijkerk gaat, wij ook nooit meer een motie of een amendement of een vraag mogen stellen aan het college om door te leiden naar Den Haag, als het niet over ons eigen Nijkerkse grondgebied gaat. Ik vind dat een buitengewoon kwalijk iets. U was boos? Ik word dat nu ook. Ik vind het jammer dat u deze constatering maakte en deze vergelijking trok. Dan heb ik liever nog de argumentatie van de andere twee fracties (CDA en ChristenUnie/SGP). Overigens onderschrijf ik die ook niet, want ik snap niet waar men bang voor is.’

Niels Staal (VVD): ‘Wat u nu doet, meneer Klompenhouwer, is inlegkunde. U zegt: U bent eigenlijk tegen het voorstel. Had het dan gezegd. Nee, nee. Ik heb exact aangegeven waarom wij als VVD instemmen met het voorstel. A. Wij vinden dat de gemeenteraad niet het gremium is om als orgaan zijnde zo’n uitspraak te doen. En twee; We vinden dat de motie te weinig richting geeft inhoudelijk, in aanvulling op datgene landelijk al is besloten. Dat houdt in een landelijke commissie instellen, nadat iedereen het probleem heeft erkend en werken aan een duurzame oplossing. De motie voegt op dit moment niets toe en wij vinden dat we het college met deze motie niet op pad kunnen sturen.

Aart Klompenhouwer (De Lokale Partij): ‘Het is jammer dat de heer Van Baak daar niet meer zit, want die zou zeggen: Stop de band. U heeft letterlijk net gezegd: ‘U bent hier voor, ik ben hier tegen.’ Ben ik doof. Voorzitter, ik zou graag bevestigd willen zien dat datgene wat ik zeg over de heer Staal, dat dat waar is. Want u maakt mij nu uit als zijnde iemand die niet de waarheid vertelt. Ik heb het zo gehoord en als ik het verkeerd gehoord hebt, dan wil ik graag van andere horen dat ik het verkeerd gehoord heb. Ik zie niemand reageren, dus iedereen heeft hetzelfde gehoord als ik.’

Kees van den Heuvel