Saskia en Erik van Dronkelaar zijn al 17 jaar boer en boerin in Nijkerk. De boerderij zelf is al bijna honderd jaar in de familie. Maar de coronacrisis zorgt ervoor dat er een zware druk komt te liggen op het voortbestaan van de kalverhouderij.
Erik nam het bedrijf in 2003 over van zijn vader. ,,De Van Dronkelaars zijn hier al generaties lang. We zitten op een prachtige plek in het buitengebied.” In de hypermoderne stallen klinkt het geratel van het voer voor de dieren door de buizen die van de silo’s naar de stal lopen. Saskia legt uit hoe de kalverhouderij jaren geleden is ontstaan: ,,Een koe moet om de zoveel tijd een nieuw kalf krijgen om melk te kunnen blijven geven die gebruikt wordt voor consumptie. Het stierkalf werd vroeger niets mee gedaan. Na de Tweede Wereldoorlog werd in Nederland de melkveehouderij gestimuleerd, omdat de mensen geen honger meer mochten lijden. Het stierkalf werd gezien als een ‘restproduct’ waar niets mee werd gedaan. Toen kwam iemand op het idee om het kalf te gaan mesten en het vlees te verkopen.”
VOGELGRIEP Toen het echtpaar het bedrijf overnam, was het nog een gemengd bedrijf met 1000 kalveren, 45.000 legkippen en 400 vleesvarkens. In 2003 werd het bedrijf getroffen door de vogelpest. Erik: ,,Wij waren het laatste bedrijf dat besmet werd in Nederland en hadden de pech dat ook onze varkens ermee besmet werden. We waren…
Lees de rest van het artikel op Stadnijkerk.nl
Foto Bert Woudstra
















