Nog een paar weken en dan valt de deur in Nijkerkerveen achter Herman en Ingrid Willems dicht. Geen vakantie ditmaal, geen retourticket in de tas. Op 29 oktober stappen ze in het vliegtuig naar Curaçao. Een enkeltje. Herman laat het dorp achter waar hij al 51 jaar woont, Ingrid de plek die dertig jaar haar thuis was. Hun kinderen, familie, vrienden, de kerk en zoveel vertrouwde gezichten blijven in Nederland. Het doet pijn. Maar tegenover dat afscheid staat iets wat uiteindelijk zwaarder weegt: de hoop op een beter leven.

„Nu begint het wel te kriebelen”, zegt Herman. Jarenlang was emigreren iets waarover werd gepraat en gedroomd. Nu verdwijnen de meubels uit hun huis, worden de laatste zaken geregeld en komt het afscheid steeds dichterbij. De oorsprong van hun Curaçaose droom ligt bijna elf jaar terug. Via goede bekenden kregen Herman en Ingrid de mogelijkheid twee weken in een huis op Curaçao te verblijven. Het werd een vakantie die ze nooit meer vergaten. Niet alleen vanwege het eiland, de stranden en de warmte. Na een paar dagen zag Ingrid iets aan haar man wat ze in jaren niet had gezien. „Herman, je loopt voor het eerst in tien jaar weer recht.”

Een lichaam dat niet meer wil

Herman kreeg twintig jaar geleden te maken met de ziekte van Pfeiffer. Later volgde de ziekte van Lyme en uiteindelijk ME/CVS. Zijn gewrichten gingen steeds verder achteruit en vermoeidheid en pijn werden onderdeel van zijn dagelijks leven. Jarenlang vocht hij om te kunnen blijven werken. Hij paste zijn uren aan, ging halve dagen werken en probeerde telkens opnieuw door te gaan. Tot het echt niet meer ging. Wat mensen aan de buitenkant zien, vertelt volgens Ingrid maar een klein deel van het verhaal. Herman kan ’s morgens de hond uitlaten, in de tuin bezig zijn of een boodschap doen. „Dan kreeg ik weleens te horen: het gaat goed met Herman, ik zag hem in de tuin werken. Dan dacht ik: kom eens twee weken bij mij wonen. Dan zie je wat er daarna gebeurt.”

Na zo’n activiteit volgt vaak de bank of het bed. Aan het einde van de middag is de energie meestal op. „Ik zit ook heel veel avonden alleen”, vertelt Ingrid. „Rond zes of zeven uur is het vaak klaar voor hem.” Op Curaçao verdwijnt de vermoeidheid niet. Ook daar moet Herman rusten en rekening houden met wat zijn lichaam aankan. Maar de gewrichtspijn is er veel minder. En juist die pijn kost hem dagelijks enorm veel energie. „De levenskwaliteit is daar voor mij tien keer beter.” Daarmee draait hun emigratie niet om iedere dag vakantie vieren onder een palmboom. Ze verlaten Nederland in de hoop dat het gewone leven op Curaçao nét wat gemakkelijker wordt.

Jarenlang twijfelen

Toch pak je na zo’n ontdekking niet zomaar je koffers. Bijna tien jaar kwam dezelfde vraag terug: doen we het wel of niet? Vijf jaar geleden stonden Herman en Ingrid zelfs dicht bij de aankoop van een huis. Hun zoon wilde mee, maar hun dochter niet. Daarmee was de discussie voor het echtpaar klaar. „Of met z’n allen of niet”, vertelt Ingrid. Inmiddels zijn de kinderen volwassen en wonen ze allebei niet meer thuis. Tijdens een vakantie op Curaçao in september vorig jaar kwam emigreren opnieuw ter sprake. Tijdens een autorit viel uiteindelijk de beslissing: „Weet je wat? We gaan het gewoon doen.” Eenmaal thuis gingen ze met hun kinderen om tafel. Natuurlijk vinden die de afstand moeilijk, maar zij hebben van dichtbij gezien wat de gezondheid van hun vader met het gezin heeft gedaan. Hun boodschap was duidelijk: het is ver weg, maar voor papa is het beter. Voor Herman was hun steun noodzakelijk. „Als een van de twee twijfels had gehad, had ik het niet gedaan.”

Daarna ging het ineens snel. Bij drie makelaars op Curaçao werden zoekopdrachten neergelegd. Een paar weken later kwam een filmpje binnen van een huis dat volledig werd gerenoveerd. Herman vloog naar Curaçao om te kijken en inmiddels is de woning gekocht. Naast hun eigen woonruimte is er een appartement dat Ingrid wil gaan verhuren. Herman heeft zijn eigen project al bedacht. Rond het huis ligt nu vooral grind, maar hij wil daar langzaam een tropische tuin van maken. „Iedere dag een beetje rommelen. Ik ga echt niet de hele dag op mijn kont zitten.” Ook een auto is inmiddels gekocht en een deel van hun meubels gaat mee. Het nieuwe leven begint daarmee steeds concretere vormen aan te nemen. Maar hoe dichter 29 oktober nadert, hoe duidelijker ook wordt wat ze achterlaten.

Afscheid van Nijkerkerveen

Herman woont al 51 jaar in Nijkerkerveen. Als hij tegenwoordig met de hond door het dorp loopt, wordt hij regelmatig aangesproken. „Hé, wat heb ik gehoord?” De een vindt het prachtig, de ander kan nauwelijks geloven dat ze echt gaan. „We laten wel wat achter”, beseft Herman steeds meer.

Dat geldt ook voor de Eben-Haëzerkerk. Ingrid is er sinds haar komst naar Nijkerkerveen in 1996 bij betrokken. Herman kende de kerk al van vroeger. In de loop der jaren werden beiden steeds actiever. Schoonmaken, koffieschenken, boodschappen doen, helpen rond rouwdiensten en trouwerijen en allerlei andere werkzaamheden werden bijna vanzelfsprekend. Herman was bovendien bijna twee periodes ouderling. Tijdens een afscheidsmoment in de kerk werden Herman en Ingrid naar voren gehaald. Speciaal voor hen klonk Opwekking 488, Heer, ik kom tot U, een lied dat hen bij meerdere bijzondere momenten in hun leven heeft begeleid. Daarna kwamen de handen, gesprekken en cadeautjes. „Dan kom je erachter wat je voor mensen hebt betekend”, zegt Ingrid.

Badabounce

Ook bij dansschool Badabounce wordt haar vertrek gevoeld. Ingrid raakte er via haar kinderen bij betrokken en draaide vervolgens zo’n veertien jaar als vrijwilliger mee. Ze was jarenlang stagemanager tijdens de eindshows, zat in de activiteitencommissie en hielp mee aan het ontstaan van het danskamp. Voor eigenaresse Jantina Klompenhouwer gaat het afscheid echter veel verder dan het verlies van een trouwe vrijwilliger. „Wat ik het meest jammer vind, is dat er gewoon een vriendinnetje vertrekt.” Jantina gunt Herman en Ingrid hun stap, zeker omdat ze weet hoeveel verschil Curaçao voor Hermans gezondheid kan maken. Maar toen Ingrid in januari vertelde dat het vertrek definitief doorging, vloeiden er tranen. „Ze zegt: ‘Jantien, het is niet het einde van de wereld, we gaan appen en je kunt langskomen.’ Maar hallo, het is wel twaalf uur vliegen.” Volgens Jantina heeft Ingrid bovendien bijgedragen aan iets wat voor Badabounce belangrijk is: het gevoel een dansfamilie te zijn. „Door haar vrolijkheid, enthousiaste inzet en doordat ze iedereen erbij wilde betrekken. Daar ben ik haar oprecht heel dankbaar voor.”

Een enkeltje

Ook Ingrid zelf houdt zich vaak groot. „Dan zei ik heel stoer: we gaan het doen.” Maar alleen al de gedachte dat er een bord van de makelaar in hun tuin zou komen, kon haar naar de keel grijpen. Want emigreren betekent niet alleen ergens opnieuw beginnen. Het betekent ook loslaten. De kinderen wonen straks niet meer in de buurt. Familie en vrienden kunnen niet even binnenlopen. De vertrouwde kerk, Badabounce, het vrijwilligerswerk en de bekende gezichten in het dorp blijven achter. Tegelijkertijd merkt ook Ingrid dat het Nederlandse klimaat haar lichamelijk steeds meer parten speelt. Ze heeft klachten aan onder meer haar handen, voeten en knieën. De hoop is daarom dat niet alleen Herman, maar zij allebei profiteren van een leven dat zich veel meer buiten afspeelt. Ze weten niet hoe de toekomst eruitziet en maken het ook niet groter dan het is. Mocht het leven op Curaçao uiteindelijk tegenvallen, dan kunnen ze hun huis verkopen en terugkomen.

Maar eerst gaan ze ervoor. Met kerst vieren ze de feestdagen op Curaçao. Later komen de kinderen met hun partners naar het eiland en zal het nieuwe huis ineens weer gevuld zijn met de vertrouwde stemmen die ze straks in Nijkerkerveen moeten achterlaten. Op 29 oktober gaat het vliegtuig. Voor Herman geen dorp meer waar hij al 51 jaar dezelfde wegen en mensen kent. Voor Ingrid geen plek meer die dertig jaar haar thuis was. Daarvoor in de plaats komen een nieuw huis, een tropische tuin en vooral de hoop dat Curaçao hun meer ruimte geeft om samen van het leven te genieten. „We hopen nu echt nog wat jaren te pakken waarin we qua levenskwaliteit meer kunnen genieten dan hier”, zegt Ingrid. En daarvoor durven Herman en Ingrid iets achter te laten wat niet in een verhuiscontainer past: hun thuis.

Interview en Foto: Aalt Guliker.