Er is teveel predatie in de Arkemheense polder, de weidevogels kunnen het niet meer aan. Predatoren zoals reigers, kraaien, kauwen, eksters, mantelmeeuw en ooievaar, hermelijnen en wezels worden er gezien, maar dat is allemaal nog niet zo erg als die predator die we doorgaans niet zien: de vos. In de Arkemheense polder hebben er het hele voorjaar zeker drie gelopen. En als je dan weet dat ze per nacht makkelijk 30 kilometer lopen en alles pakken wat maar beweegt, dan kun je wel nagaan dat de weidevogels het erg moeilijk hebben. Een enkele hermelijn, tja dat hoort erbij, een paar kraaien kunnen ze wel wegjagen, maar ook die vossen, dat is echt teveel voor ze.

Weidevogelvrijwilligers zijn zeer bezorgd. Wat heeft dit prachtige weidevogelgebied wel niet gekost aan herinrichtingskosten en subsidies en overeenkomsten, dan moet je toch niet dralen met maatregelen om de weidevogels te hulp te komen.

Het aantal nesten dat uitkomt is misschien een kwart en soms nog minder. “Dit jaar is het echt droevig” aldus weidevogelvrijwilliger Ans van ’t Klooster. Ze woont al jaren in de polder en heeft een goed beeld: “Vorige jaren waren er ten eerste meer weidevogels en kwamen ze ook over het algemeen goed uit. In het begin van het voorjaar zijn de weidevogels goed begonnen, maar we vonden meer en meer nesten die al weer snel waren leeggehaald. De hermelijn is er altijd geweest, maar die kunnen de weidevogels over het algemeen wel aan net als een enkele kraai, maar de vos doet de kieviten en grutto’s de das om.”

Kosten nog moeite zijn er gespaard. In Arkemheenpolder en Putterpolder zijn uitgeroepen tot weidevogelbeschermingsgebied. SBB heeft gronden geruild om in de kern van de polder plas-drasgebieden te kunnen realiseren voor de weidevogels. Fantastisch zou je zeggen. Ja, maar als er vossen blijven lopen, dan gaat er toch iets mis. Ze zitten in de rietgaten en gaan daarvandaan op strooptocht en richten een slachting aan. De provincie bepaalt het beleid en stelt beperkingen ten aanzien van de jacht op vossen. En als je op dat moment in het voorjaar een of twee over het hoofd ziet, dan hebben die het hele voorjaar ’tafeltje dekje’ en gaan alle weidevogels eraan.

“Het is stil in de polder” aldus Van’t Klooster: “Op sommige plaatsen in de polder is ¾ van de nesten leeggeroofd. De kuikens die het geluk hebben het levenslicht te zien, lopen nog 4 á 5 weken gevaar voor zij vliegvlug zijn. Ze worden steeds meer belaagd door predatoren. Zowel in aantal als in soorten.”