“Witzels zijn taai”
Foppe Witzel, een man die sinds het jaar 1966 heel veel voor Nijkerkerveen heeft betekend. Hij was directeur van de CJ van Rootselaarschool, was nauw betrokken bij de bouw van Sporthal De Baggelaar en de Eben-Haezerk en een belangrijk man voor Stichting Oud Nijkerk. Hij overleed op 3 februari 2020. Diverse mensen waaronder zijn zoon Hajo en een tweetal oud leraren kijken terug op zijn leven.

Hajo Witzel: ,,Mijn vader is eerst kwekeling geweest. In 1954 deed hij eindexamen op de Jan van Nassaukweekschool in Utrecht. Vervolgens is hij zijn loopbaan in het onderwijs begonnen in Brummen. Hierna volgde een school in Tienhoven in 1958. Zes jaar later werd hij jeugdwerker in Hilversum; dat bleek geen succes en vanaf 1965 stond hij weer voor de klas. Toen er een positie vrijkwam als schoolhoofd kwam hij in 1966 naar Nijkerkerveen, waar hij meester de Bruin zou vervangen.

In 1990 kon Foppe op zijn 58e met vervroegd pensioen dankzij de DOP-regeling, dat voor Doorstroming Ouder Personeel staat. Hij is toen aan een tweede leven begonnen in het verzamelen en archiveren van historische informatie. Hajo: ,,Voor hem was zijn pensioen een tweede carrière. Van jongs af aan heeft hij het onderzoeken en verzamelen in zich gehad. Hij woonde als kind naast de familie Stoker. Vader (Willem) Stoker was hoofdopzichter van de Domtoren. Van hem heeft hij zijn historische belangstelling voor Utrecht meegekregen. Mijn vader heeft dan ook een enorme verzameling over Utrecht en de Dom in het bijzonder. Meneer Stoker was ook een geschiedkundige en verzamelaar, iets wat hij duidelijk heeft overgebracht op mijn vader. Hij kreeg het als klein jongetje mee en heeft ook ons, zijn eigen kinderen, er mee besmet. Als wij op vakantie gingen reden we gerust kilometers om, om een romeinse zuil te bekijken. Met onze vader zochten we ook grenspalen op tussen Nederland en België. Die staan altijd ergens in de bush bush. In Frankrijk zochten we naar menhirs. Ik zocht ze op een kaart op en dan gingen we er samen naartoe. We hebben tot in den treuren kerkjes bekeken. Maar: we genoten ervan. En ik heb zelf nu ook een enorme verzameling aan historisch materiaal.

Een andere passie (één van zijn vele) was de “Oude Rijn”. Een 16e-eeuws gedempts kanaal, dat een verbinding had moeten worden tussen de Rijn en de Zuiderzee. Hier zijn nog stukjes van te vinden in het Nijkerkse landschap. Voor mijn vader was dit een soort Holy Grail. Hij bekeek graag oude landkaarten om te zien hoe dit kanaal heeft gelopen. Op een gegeven moment zagen we op Google Earth ook een lijn waar het kanaal had moeten lopen, precies achter het complex van de Veensche Boys. Daar aangekomen zagen we echter helemaal niets. Op de computer bleek later die lijn een schaduw te zijn van een GSM-mast! Als mijn vader geen onderwijzer was geworden, was hij vast archeoloog of iets dergelijks geweest.”

Callenbach

Hajo is projectmanager in de ICT en ondersteunde zijn vader digitaal bij het aanleggen van het archief voor de vele Callenbachboeken van de Stichting Oud Nijkerk. ,,Voor die tijd typte hij alles uit op de typemachine. Dit is iets wat je je nu niet meer voor kunt stellen. Dat ging toen ook nog met stencilmachines. Als er wat veranderd moest worden, gebruikte hij typex zodat hij eroverheen kon typen. Het was echt monnikenwerk.”

Saskia van den Berg en Yolijn van der Kroll van Museum Nijkerk over hun tijd met Witzel

Van den Berg “Stichting Oud Nijkerk is in 1968 opgericht. Na 10 jaar was helaas de fut er uit. De Rotary, een steunpilaar door de jaren heen, besloot de stichting nieuw leven in te blazen. Op een vergadering voor nieuwe leden in 1981 kwam o.a. Foppe af, en ja, daar kwam een geboren leider. Hij vertelde graag: ‘Janny zei nog zo: kom niet met een baantje thuis, maar ja, niemand wilde, en toen ik thuis kwam was ik voorzitter.

Later werd Foppe algemeen bestuurslid. Het nieuwe bestuur besloot gewoon dingen te gaan doen i.p.v. alleen naar een gebouw te zoeken. Er kwamen werkgroepen, en Foppe stortte zich op het maken van een tijdschrift. Vanaf 1982 is onafgebroken 4x per jaar een uitgave van de stichting verschenen! Eerst een gestencild blad, en later een mooi gedrukte uitgave. Foppe was lid van de redactie en schreef zelf ook veel artikelen. Zijn serie ‘In steen gebeiteld’ telde maar liefst 40 afleveringen”.

Van der Kroll “Toen Foppe in 1990 afscheid nam als directeur van de C.J. van Rootselaarschool wilde hij als eerste twee dingen doen: het op orde brengen van het schoolarchief en een boek schrijven over het 150 jarig bestaan van de school.

Het heeft hem een hoop tijd gekost, maar Foppe is er uiteindelijk in geslaagd om het archief van de Van Rootselaarschool in kaart te brengen. Vervolgens schreef hij een prachtig boek 150 jaar Christelijk Onderwijs in Nijkerkerveen 1847-1997. Daarna nam hij het restant van het schoolarchief ter hand. Als onderwijzer in hart en nieren was hij natuurlijk in zijn element bij het inventariseren van de collectie landkaarten en schoolplaten binnen de muren van Museum Nijkerk.

Ook de laatste 40 archiefdozen met schoolboekjes en de oude personeelsbibliotheek,  die Foppe jaren lang thuis had bewaard, zijn opnieuw bekeken en gesorteerd, en tot slot ondergebracht bij deels Museum Nijkerk en deels bij de Koninklijke Bibliotheek. De taak die Foppe zich in 1990 had gesteld: “het op orde brengen van het schoolarchief” was na 30 jaar volbracht”.

Van den Berg “Naast de opbouw van de collectie was Foppe zeer geïnteresseerd in het meehelpen bij archeologisch onderzoek en in de monumenten van de gemeente Nijkerk. Jarenlang organiseerde hij vol passie de Open Monumentendag. Op zijn secure manier werd over elk deelnemend pand een bladzijde tekst geschreven met foto’s erbij, de bladzijdes werden in een mapje gestoken en de bezoekers konden komen. Nog steeds gebruiken we de door Foppe verzamelde informatie. Foppe was 30 jaar lid van de Monumentencommissie (vanaf de start in 1985) en adviseerde lange tijd de Straatnamencommissie”.

Van der Kroll “Foppe had al een heel leven , 30 jaar, achter de rug met Museum Nijkerk toen ik hem ontmoette in 2007. Ik werkte toen nog, maar het lukte ons om bijna wekelijks te werken aan de Callenbach boeken. Zittend op een verrijdbaar krukje, staan kon daar niet, schoven wij heen en weer langs de boekenkasten. We hebben samen hard gewerkt, veel gelachen of een traantje weggepinkt. Het was altijd ontspannen en vertrouwd. Mijnheer Witzel was al snel “Foppe”.

In 2009 was er een grote Dubbeltentoonstelling over het bedrijf Callenbach en kinderboekenschrijver W.G. van de Hulst, sterauteur van Uitgeverij Callenbach.

Mede daardoor hebben wij ons samen verdiept in de Callenbachcollectie, niet alleen de aantallen telden voor ons, maar ook de inhoud. Een serie van 9 artikelen verscheen over de Callenbachcollectie in Tijdschrift Oud Nijkerk (2010-2014). Mede door deze artikelenreeks heeft de collectie Callenbach boeken ook landelijke bekendheid gekregen. Inmiddels is de collectie bijna verdrievoudigd”.

Van den Berg “Langzamerhand deed Foppe door ziekte stapjes terug. Maar tot vorig jaar bracht Janny Foppe wekelijks op dinsdagochtend naar het museum, hij zat nog graag bij ons collectie-overleg en kon zijn mening nog verwoorden.

Sinds 2015 is het prachtige Rijksmonument ons onderkomen, een tot een goed einde gebrachte zoektocht naar een pand. Bij de opening in 2015 heeft Foppe het woord  gevoerd. De opening door de Commissaris van de Koning was de bekroning op het vele werk.

Foppe is een van de grondleggers van Museum Nijkerk. Door het werk van hem en van anderen, waaronder Timo Ridder, hebben wij met de huidige 80 vrijwilligers afgelopen jaar een recordaantal bezoekers kunnen ontvangen, ruim 7200. Wij zijn trots op de behaalde resultaten en zetten het levenswerk van Foppe voort”.

Witzel spreekt het publiek toe tijdens de opening van Museum Nijkerk in 2015 (Optica Foto Gerrit van de Veen)

Witzel tijdens een jaarlijks terugkerende Open Monumentendag (Optica Foto Gerrit van de Veen)

Witzel en Yolijn van der Krol in het museum aan de Holkerstraat aan het werk met het register van de Callenbachcollectie. (Stichting Oud Nijkerk)

Aan het werk in het depot aan de Holkerstraat eind jaren 90 (Stichting Oud Nijkerk)

Het terugplaatsen van de Callenbachcollectie na de verhuizing in 2015

Nijkerkervener Gert Doornhof aan het woord

Gert Doornhof kwam in 1983 in Nijkerkerveen wonen. ,,Foppe woonde toen al 20 jaar in Nijkerkerveen. Onze kinderen waren jong en kwamen bij hem op school. Ik heb Foppe intensief meegemaakt toen ik voorzitter werd van het schoolbestuur. Foppe was een man die heel bevlogen was. Hij stond voor de school, zijn gezin, de kerk en Nijkerkerveen. De volgorde is me nooit duidelijk geworden. Het was een fanatieke man, die ook zijn bijdrage heeft geleverd in Nijkerk waar hij o.a. in de Stichting Oud Nijkerk heeft gezeten en jarenlang secretaris is geweest van de stichting Nijkerk-Schenectady. Foppe en ik zijn elkaar niet uit het oog verloren. Foppe was altijd bezig met alles wat met historie te maken had. Dat was Foppe ten voeten uit. Dankzij hem is de geschiedenis van de C.J. Van Rootselaarschool, die opgericht is in 1847 helemaal in kaart gebracht. Zelfs de oprichtingsbrief is er nog en het hele archief ligt nu bij de gemeente en is geïnventariseerd dankzij Foppe. Het is uniek werk wat daar gebeurd is. Het is altijd een issue geweest of de C.J. van Rootselaarschool de eerste of tweede christelijke school van Nederland was. Het belangrijkste blijft dat het archief bij de gemeente ligt. Foppe heeft o.a. in de bouwcommissies van de Baggelaar en de Eben Haëzerkerk gezeten. Hij begeleidde deze commissies. Hij is ook ouderling geweest van deze kerk. De Eben Haezerkerk is heel belangrijk geweest voor hem. Een heel verdrietig moment was de afscheidsdienst van zijn overleden zoon Arjan in deze kerk.

Witzel tijdens de opening van Sporthal De Baggelaar (Archief familie Bijlsma)

Het was ook de kerk waar hij werd onderscheiden als Ridder in de Orde van Oranje Nassau, waar wij als schoolbestuur een aanvraag voor hebben gedaan. Op dat moment namen wij afscheid van hem als directeur van de C.J. van Rootselaarschool.

Zaterdag 8 februari 2020 vond de dankdienst voor zijn leven plaats in de Eben Haëzerkerk. Foppe is in Nijkerkerveen altijd Meester Witzel blijven heten. Meester Witzel, dat was zijn titel. Een aantal jaren geleden heeft hij onze zoon Hugo gevraagd om te spelen op zijn trompet in zijn afscheidsdienst. Hij was geïnteresseerd in zijn oud leerlingen, waar mogelijk was volgde hij hen. Foppe genoot later als de grootste belhamels hem later groeten met: “Hoi meester Witzel” .

Foppe stond in de jaren dat ik voorzitter van het schoolbestuur echt voor zijn school, alsof het zíjn eigen bedrijf was. Ik weet zeker dat hij de schaalvergroting in het onderwijs maar niets had gevonden. Foppe was nauw betrokken bij alles wat er gebeurde op zijn school, als bestuur was je natuurlijk eindverantwoordelijk, maar het was fijn dat je Foppe als directeur had, hij had altijd alles al zo goed doordacht, voordat hij een voorstel deed. Foppe heeft ook zitting gehad in de “commissie straatnamen”, daarom komt u in Nijkerkerveen veel straten tegen van mensen die veel hebben betekend voor Nijkerkerveen. Een meester “Foppe Witzel straat” verdiend zeker een plaats in ons dorp Nijkerkerveen.

De C.J. van Rootselaarschool

In de tijd dat Foppe bovenmeester werd, had hij een archief gemaakt over de Van Rootselaarschool. Toen Foppe werd opgevolgd door bovenmeester Buijs moest hij de hoofdmeesterswoning verlaten. Hajo: ,,Mijn vader vroeg na een poosje wat de school met het archief had gedaan waar hij aan had gewerkt. Een unieke verzameling waaronder onder andere tientallen oude schoolplaten. Toen men het niet één-twee-drie kon vinden, kreeg hij bijna een hartverzakking. Gelukkig bleek iemand alles in het invalidentoilet opgeslagen te hebben.

Zijn vader stond bekend als een diplomatieke, ouderwetse onderwijsman, die zielsveel van de leerlingen hield. ,,Toch kon mijn vader ook echt bulderen en driftig worden. Hij heeft meerdere generaties aan Veenders in de klas gehad, en iedereen had ontzag voor meester Witzel. Ik had er zelf niet zo’n moeite mee dat mijn vader de bovenmeester was. Ik heb hem ook nooit aangesproken met meester toen ik eenmaal in de zesde klas zat. Maar ook niet met ‘papa’; op de één of andere manier wist ik dit te omzeilen. Nu was ik wel een lastige leerling. Ik stond gedurende mijn lagere schoolperiode vaak meer in de hoek dan dat ik in de schoolbank zat. Ik gedroeg mij uiteraard wel beter toen mijn vader ook mijn meester werd, Ik kan mij nog herinneren dat mijn vader er eens een leerling uit had gestuurd en die was naar huis gegaan. Samen met beide ouders kwam dat jochie terug naar school; duidelijk van plan meester Witzel eens goed de waarheid te zeggen. Moeder was een klein vrouwtje en zijn vader een enorme grote kerel. Mijn vader zei de klas even voor zichzelf te gaan werken, en ving de ouders op bij de hoofdingang, en door naar de lerarenkamer. Een klein poosje later kwam de vrouw huilend naar buiten, terwijl haar echtgenoot er bedremmeld naast liep. Foppe was klein van formaat, maar had duidelijk een grens gesteld waar geen discussie over mogelijk was.”

De familie Guliker was voor Hajo een tweede thuis. Als kind speelde hij daar graag. ,,Wij waren net als veel andere jongetjes met vuurwerk aan het klooien rond Oud en Nieuw. Op Oudjaarsdag lag ons eigen huis altijd onder vuur, omdat mensen het huis van de bovenmeester echt als doelwit uit kozen. Nijkerkerveen is altijd al een vuurwerkdorp geweest. Toen ik met mijn vriendje Gerben aan het spelen was, staken we vuurwerk af vanuit hun dam; recht tegenover de school van mijn vader. Vervolgens vloog de lage heg bij de school, die kurkdroog was, in de fik en brandde tot de grond toe af. Mijn vader was ziedend. En ik heb hem nooit verteld dat het zijn eigen zoon was die dat geflikt had. Ik werd op school nooit gezien als ‘het zoontje van de meester Witzel’. Mijn jongste zus ook niet. Zoals het een goede meester betaamd had ook mijn vader een scheldnaam; ‘de Witkalk’. Natuurlijk zeiden de kinderen dat nooit in zijn gezicht. Ik heb daar nooit moeite mee gehad. Ik weet dat mijn broer het wel lastig heeft gevonden om bij zijn vader in de klas te zitten.”

Juf Ada Vos aan het woord

Ada Vos was hoofd van de GWK Hugen Holtzschool in Nijkerkerveen, de kleuterschool van het dorp. Ada: ,,Ik was hoofd van de eerste twee klassen van de kleuterschool en later kwam daar nog een derde bij. In 1985 kwam er een nieuwe wet. Deze hield in dat de kleuters op de basisscholen geïntegreerd zouden worden. Ik had met beide scholen in Nijkerkerveen goed contact, maar ben zelf mee gegaan naar de Van Rootselaarchool.Foppe Witzel was toen al hoofd van de school. Twee kleuterklassen zijn naar de Van Rootselaarschool gegaan en de derde naar de Johannes Calvijnschool. Ik kwam in de functie van adjunctdirecteur terecht. Ik herinner me Foppe als een gedreven man die erg enthousiast was en veel energie had. Hij heeft zijn hart en liefde gestoken in het Veen. In die tijd had je als hoofd van een school toch een bepaalde rol in het dorp. Nu is dat heel anders.

Het was altijd feest op Koninginnedag. We reden rond met wagens met de leerlingen. Dankzij een hele actieve oudercommissie hadden we prachtige wagens. Foppe leidde de aubade. Kerst vierden we in de Eben Haëzerkerk.  Ook feesten voor leerkrachten werden groots gevierd. Toen ik 12,5 jaar in het onderwijs zat hebben we nog een groot feest in de Baggelaar gehad dankzij de inzet van Foppe. Hij was reëel en streng en een gedreven leider van het leerkrachtenteam. Ik heb een leuke tijd op de Van Rootselaarschool gehad en heb er jaren met plezier gewerkt, mede dankzij Foppe.

Toen hij met pensioen was, heeft hij ons nog gebeld om te vragen of we foto’s hadden van het treintje, een kunstwerk op de muur van de kleuterschool. Toen is er nog iemand van de stichting Oud Nijkerk gekomen om het treintje te kunnen fotograferen. Nu de kleuterschool wordt afgebroken is het mooi dat hij op deze manier de geschiedenis heeft kunnen bewaren. Foppe was een markante man. Met zijn overlijden en de sloop van de Van Rootselaarschool komt er echt een einde aan een bijzonder tijdperk in Nijkerkerveen.”

Meester Jan Bijlsma over zijn tijd met Witzel

,,Mijn schooltijd was een hele mooie tijd. Ik ben in 1969 als onderwijzer op de Van Rootselaarschool terecht gekomen vanuit Friesland. Na de kweekschool moest ik in militaire dienst en de banen lagen niet voor het oprapen. Ik had overal gesolliciteerd en had weinig ervaring als leerkracht. Toch wilde ik graag onderwijzer worden omdat ik er immers voor had geleerd. Op de Van Rootselaarschool heb ik aan verschillende klassen les gegeven. Foppe heeft mij geholpen om mijn draai te vinden in het dorp. Op school hielp hij mij met veel dingen.

Buiten school deden we veel samen met de kinderen. De woensdagmiddag was onze vrije middag, maar dan gingen we met de jongens voetballen, wat erg leuk was. Foppe was elf jaar ouder dan ik. Hij was een goede collega, we konden goed samenwerken. Ik werd als leerkracht in heel veel zaken vrijgelaten. Ik vond het belangrijk om kinderen muziek bij te brengen en daar kreeg ik de ruimte voor. Toen de Baggelaar er kwam en we Volkskerstzang hadden, bereidde ik mij altijd een groep kinderen voor om muziekinstrumenten te bespelen. Ik speel zelf gitaar en er waren kinderen die keyboard of blokfluit konden spelen. Andere leerlingen mochten tijdens vieringen zingen. Wat ik ook wil noemen, is dat hij door ons als leerkrachten altijd Meester Witzel werd genoemd. Op een gegeven moment kregen we een leerkracht genaamd Mea van Eck. Ze had een handicap, maar ondanks haar handicap kon ze gewoon lerares zijn op de school. Op een gegeven moment zei ze: we gaan Meester Witzel gewoon Foppe noemen vanaf dit moment. Onderling noemden we elkaar al bij de voornaam. Daar hadden wij eerst wel veel moeite mee. Mea kon niks verkeerds doen bij hem. Ze deed vreselijk haar best. We hadden een leuk team in die tijd.

Foppe en ik woonden allebei in het dorp, de andere leerkrachten woonden buiten het dorp. Als er een kerkdienst was in de Baggelaar, dan waren wij daar samen druk mee met hulp van anderen. Met Koninginnedag was dit net zo, wij woonden daar en de kar moest versierd worden. Wij deden dat vervolgens met mensen uit het dorp en anderen die aan de school verbonden waren. We hadden een hele actieve ouderraad die met ons de leukste karren versierden. Wij vonden automatisch dat je op zo’n dag als Koninginnedag voor de school bezig moest zijn. In de jaren die volgden kwam hij regelmatig vragen hoe het op school ging, hij bleef belangstelling houden voor de Van Rootselaarschool. Hij was ook heel druk met het archief. Op de zolder van de school stonden de mooiste geschiedenisplaten waar hij veel over kon vertellen. Die heb ik zelf ook nog in mijn lessen gebruikt.” Hieronder ziet u een aantal foto’s uit de “van Rootselaarschooltijd”

Een groepsfoto van het schoolpersoneel uit 1985. (Archief Ada Vos)

Een klassefoto van de laatste kleutergroep van juf Ada Vos (Archief Ada Vos)

Een krantenbericht over het vertrek van Juf Ada Vos. (Archief Ada Vos)

Witzel bij de opening van de nieuwe school in 1973 (Archief Hajo Witzel)

Witzel tijdens de aubade op Koninginnedag 1977 (Archief Hajo Witzel)

Witzel met zijn zoon Hajo op een schoolfoto uit 1981 (Archief Hajo Witzel)

Een groepsfoto, genomen tijdens 1 van de Koninginnedagvieringen in Nijkerkerveen (Archief familie Bijlsma)

Groepsfoto CJ van Rootselaarschool Nijkerkerveen 1990

In het kader van zijn afscheid in 1990 liet Witzel deze schoolfoto maken.

Burgemeester van het Veen

Door de inwoners van Nijkerkerveen werd Foppe soms ook wel ‘de burgemeester van het Veen’ genoemd. ,,In Nijkerkerveen woonden heel wat mensen die de ambtelijke taal niet machtig waren. En er ontstonden natuurlijk wel eens conflicten tussen de burgers en de gemeente. Als mensen er niet uitkwamen, dan gingen ze naar de bovenmeester, want die kon dan helpen. Toch was hij daar heel bescheiden over, hij liep daar niet mee te koop. Hij was ook ouderling in de kerk. Dankzij zijn inmenging konden er ook heel wat ruzies worden gesust.”

Familiemens

Thuis was Foppe niet meester Witzel, dan was hij papa. Hajo: ,,We hebben hem altijd papa genoemd, nooit pa. Als hij thuis was, was hij in zijn studeerkamer aan het werk. Dat was op dat moment echt een ‘No Go-Area’. Zijn studeerkamer was zijn heiligdom. Toch was hij wel echt een familiemens. Zodra het zomer was, gingen we naar Frankrijk in de grote witte Opel Record met daarachter een Alpenkreuzer. Wij, zijn vijf kinderen, werden in de auto gezet en als alles zorgvuldig was ingepakt dan gingen we op weg, meestal samen met een tante en een oom die drie kinderen hadden.  Dit was altijd een enorm spektakel. Zij hadden een caravan, en samen gingen we van camping naar camping. We stonden nooit ergens langer dan een week. We kozen wel bewust voor boerencampings, als er maar een plek was waar we een fikkie konden stoken en een plek waar water was. Aan het begin van de vakantie gingen we dan met de hele groep uit eten en dat betaalde het ene gezin. Op het einde van de vakantie was het andere gezin aan de beurt. Het was altijd een enorm spektakel als we met twaalf man en de honden een restaurant binnenkwamen. Op vakantie was mijn vader echt een familieman en niet de meester. Thuis bemoeide hij zich ook niet met ons huiswerk. Hij kende mijn moeder van de HBS en tot en met de HTS heeft zij mij met mijn huiswerk kunnen helpen. Zij was degene die met mij tafelpuzzels zat te maken tot vervelens toe. Toch heb ik wel eens misbruik gemaakt van het feit dat mijn vader bovenmeester was. Hij had een stempel voor het zetten van zijn handtekening. Als ik wilde spijbelen op de Mavo in Nijkerk knalde ik die stempel op een briefje. Heel tricky, want die schooldirecteuren kenden elkaar onderling natuurlijk wel.”

Een vakantiefoto uit 1980. Witzel zit samen met zoon Arjan in een kano op de Dordogne. (Archief Hajo Witzel)

Arjan

Toen Foppe nog maar acht jaar oud was, overleed zijn moeder in november 1941. ,,Dat heeft natuurlijk een enorme invloed op hem gehad; ook in combinatie met die periode in de Tweede Wereldoorlog. Uit die tijd komen vermoedelijk ook zijn angsten en onzekerheden. Hij kwam altijd over als een zekere man, maar dat was hij diep van binnen niet. Een andere traumatische gebeurtenis was de dood van zijn zoon, mijn broer Arjan. In 1983. Arjan was toen 22 jaar oud. Hij studeerde aan de landbouwhogeschool Wageningen maar was een echte jongen van het dorp. Voor zijn afstudeerproject is hij naar Colombia (de stad Pasto) gegaan om te onderzoeken hoe hij de leefomstandigheden van cavia’s kon verbeteren zodat er minder ziektes konden ontstaan en de kleine boerbedrijfjes daar en betere opbrengst aan vlees van kregen. Arjan liep over straat met een andere student en viel dood neer door een bloedpropje dat zijn hersenen bereikte. Ineens lag daar een dode student op straat, die naar huis moest. Via de telex werd de politie in Nederland bereikt en de dominee kwam samen met hen aan de deur bij mijn ouders om te vertellen dat Arjan overleden was maar ze wisten de omstandigheden niet. Geurt Ruitenbeek, de conciërge van de school en tevens begrafenisondernemer van het dorp, beschouwde Arjan als een soort zoon. Zijn interesse in dieren had hij daar opgedaan. Geurt had nu de trieste taak Arjan op Schiphol op te halen en de begrafenis te verzorgen. Mijn vader heeft alles bewaard van die periode; vier archiefdozen vol. Onder andere ruim 200 condoleancekaartjes waarmee je het hele dorp zo’n beetje kunt samenstellen. Maar met dit archief heeft hij nooit iets kunnen doen.”  In 2016 vloog Hajo met zijn drie zussen naar Colombia om het verhaal over de dood van zijn broer compleet te krijgen. Hij maakte er zelfs een documentaire over. ,,Mijn ouders zijn zelf in 1992 in Colombia geweest, maar zij hebben zelf niet de gesprekken kunnen voeren die ik daar wel heb kunnen voeren dankzij een Colombiaanse vriendin die ook mee is gegaan. Voor mijn vader is er een wereld vóór de dood van zijn zoon en een wereld erna. Ik weet dat zijn geloof toen erg onder druk is komen te staan. Voor mij is het heel bijzonder dat hij na 1983 nog steeds de dingen heeft gedaan die hij deed.”

Vrienden

Foppe had diverse vrienden waar hij het inhoudelijk volslagen oneens mee kon zijn, maar die hij toch waardeerde in hun vriendschap. ,,Dominee Edward van der Kaaij is zo’n voorbeeld; hij heeft op uitdrukkelijk verzoek van Foppe zijn uitvaart gedaan. Deze vond plaats op zaterdagmiddag 8 februari 2020 in de Eben-Haezerkerk in Nijkerkerveen. Nadat Edward een boek had geschreven waarin hij zegt dat de historische Jesus nooit heeft bestaan, kwam hij in conflict met de kerk. In die periode was hem verboden de gemeenteleden op te zoeken. Mijn vader is toen naar hem toe gegaan en zei: ‘jij mag dan misschien niet naar mij toe komen, maar ik mag wel naar jou toe komen’.

Timo Ridder was ook een hele goede vriend van Foppe. Ze hadden allebei een grote liefde voor de geschiedenis van Nijkerk. Het is grappig hoe ze elkaar hebben leren kennen en waarderen. Het bijzondere was dat Timo in Nijkerk woonde en hetzelfde telefoonnummer had als mijn vader; enkel het netnummer verschilde (03495 – 71916 versus 03494 – 71916). Hierdoor kwamen bellers nog wel eens bij de verkeerde uit. Timo is absoluut een hartsvriend geweest. Zijn plotselinge dood in 2014 (Timo werd in Duitsland onwel tijdens het zwemmen), heeft hem heel erg geraakt. Het zou mij niet verbazen als hij het gesprek met God toen weer is aangegaan.”

Gezondheid

In 2009 kreeg Foppe een zware hartaanval, waar hij wonderbaarlijk van wist te herstellen. Maar die hartaanval is waarschijnlijk wel een trigger geweest voor het verslechteren van zijn gezondheid en de latere ontwikkeling van dementie. In 2016 heb ik mijn vader nog geïnterviewd voor de documentaire over mijn broer, maar daarna werd zijn dementie erger. Zijn eigen vader is 92 geworden en dat was een ander soort dementie. Hij werd een vriendelijke oude man, die aan het einde van het gesprek het begin alweer was vergeten. Mijn eigen vader kon zich ook dingen niet meer herinneren maar dat was hij zich ook heel erg bewust. Zijn emotionele remming ging eraf. Hij is altijd een emotioneel mens geweest maar wist daar naar buiten toe altijd goed mee om te gaan. Door de dementie viel de remming eraf. Hij werd bij het minste of geringste al emotioneel. Hij vond dat heel vervelend en zei dan: ‘verdorie ik wil dit niet! Waarom word ik nou weer zo emotioneel?’ Op dat soort momenten is Alzheimer zó moeilijk. Hij had ook steeds minder energie. Een energie waar je voorzichtig mee om moest gaan. We dachten met kerst 2017 dat hij het jaar 2018 niet zou halen, maar er zijn nog drie jaar bij gekomen. Hij maakte ook regelmatig de grap: ‘Witzels zijn taai, die moet je dood slaan’. Dit is iets wat hij tot het laatste moment heeft gezegd. Hij had een groot gevoel voor humor en heeft ontzettend vastgehouden aan het leven. En hij was bang om alleen gelaten te worden; wilde ook beslist niet naar een ziekenhuis of iets dergelijks. Langzaam ging het steeds slechter maar dankzij mijn moeder en mijn zussen is het gelukt om hem tot het laatst toe thuis te kunnen verzorgen. Foppe Witzel. Een icoon voor het dorp Nijkerkerveen die zeker niet mag ontbreken in ons archief over de geschiedenis van Nijkerkerveen.

Tekst: Maranke Pater