De broers Cees, Jan en Gerrit Guliker waren een begrip in Nijkerkerveen. Als melkboer brachten ze vanaf 1938 melk rond langs de huizen van Nijkerkerveen en Holkerveen. Alie en Marry, dochters van Cees, en Frans, partner van Alie, blikken terug op die tijd, waarin zijzelf ook als hulp mee gingen op de melkwagen. Ook nichtje Ada ging mee op de melkwagen.

Marry: ,,Ik zeg altijd tegen mensen dat ik denk dat ik van de melkboer ben, en dat ik dat ook hoop, want anders is mijn vader vreemdgegaan.” De vader van Alie en Marry was de oudste van de drie broers die plannen hadden om melkboer te worden in Nijkerkerveen. Als zonen van een boer en als kinderen uit een gezin van 16 was het lastig om zelf op de boerderij te blijven werken. Marry: ,,Mijn opa en oma hadden een boerderij aan de Kipsteeg, zoals een bepaald stukje op de Van Dijkhuizenstraat werd genoemd. De straat kwam uit op de Amersfoortseweg. Hier zijn de broers begonnen met melk venten.” Met ouderwetse melkbussen van vroeger werd bij de Volharding in Nijkerk met de handkar melk en boter gehaald. Later reden de broers met paard en wagen langs de huizen. Marry: ,,Ze werden door de mensen ‘de Gulikers’ genoemd. Als ze het over ‘Grote Cees’ hadden, hadden ze het over onze vader, de tuinkabouter was ome Jan, want die was klein, en met ‘het dikkerdje’ bedoelden ze ome Gerrit.” 

De ouders van de drie broers

Tweede Wereldoorlog

We maken even een kleine zijstap, want vader Cees heeft in de Tweede Wereldoorlog in Duitsland in de gevangenis gezeten wegens botersmokkel. Al het voedsel zat op de bon en er kwam een grote handel in valse distributiebonnen. Alie: ,,Hij heeft er nooit over willen praten, alleen rond bevrijdingsdag. Die dagen vond hij altijd heel moeilijk, dan trapte hij in zijn nachtmerries dwars door het bed heen. We weten wel dat hij het heel zwaar had in Duitsland. Hij heeft er zelfs ratten moeten vangen om maar wat te kunnen eten.” Cees werd tewerkgesteld in een vliegtuigenfabriek. Marry: ,,We mochten van hem ook nooit zeggen dat we honger hadden, hij zei: ‘nee, je hebt trek’. In totaal was hij twee jaar gevangen en moest hij voor de Duitsers werken tot hij door ome Diest werd bevrijd, Die kende hij daarvoor niet, maar heeft hij in Duitsland leren kennen. Ze werden vrienden vanwege de oorlog. Diest was van de bewakingsdienst en ze zijn samen ontsnapt en naar Nederland gelopen. Ze wisten tijdens die tocht nog niet dat de oorlog al afgelopen was. Onze opoe meende dat hij dood was, ze schrok zich een ongeluk toen papa ineens voor haar neus stond.”

Terug naar de melkhandel. Toen de zaken na de oorlog goed liepen, werd er een Volkswagenbus gekocht. Marry: In die tijd stond mijn vader om 6 uur ‘s ochtends op om de producten op te halen. Het was altijd een feest om mee te gaan, want ik kreeg vaak wat vla van een boer die Van den Hoorn heette en in Hoevelaken woonde.”Een foto uit 1940. Jan met Gerrit achterop

Een foto uit 1940. Jan op de bakfiets bij de boerderij op de Kipsteeg 

De drie broers aan het werk

Gerrit bij een vrachtwagen met melkbussen

Jan met broer Berend bij paard en wagen

Ook op deze foto ziet u Jan bij paard en wagen

De broers begonnen met een paar huizen in Nijkerkerveen en Holkerveen, maar al gauw hadden ze alledrie een eigen wijk. Alie: ,,Papa had driehonderd klanten in die tijd, onze oom Jan en oom Gerrit iets minder, maar die hadden ook de klanten die buitenaf woonden erbij. Al met al zullen het er zo’n 850 zijn geweest. De broers hadden het alleenrecht op het melk venten in Nijkerkerveen, de concurrentie waren ze zelf.” Ome Jan besloot een eigen winkel te starten waar zijn vrouw Riek de producten verkocht. Ook de opslag van de producten was in de winkel en de flessen konden hier gespoeld worden. Alie: ,,Het winkeltje is later flink uitgebreid in artikelen, zodat onze klanten ook een boodschappenlijstje konden maken.” Marry: ,,Ik heb mijn middenstandsexamen gedaan en toen ze vroegen wat ik wilde worden zei ik: ‘Melkboer’ waarop ze wilden weten welke producten een melkboer allemaal verkoopt. Ik heb toen alle producten op genoemd die we in de winkel verkochten en ben een hele poos aan het praten geweest. je kunt je voorstellen hoeveel producten het dus waren.” Alie weet zich nog te herinneren dat tante Riek Fruxano verkocht, een priklimonade, wat heel bijzonder was in die tijd. ,,Mijn vader haalde een aantal kratten en dan kreeg hij één krat gratis. In het weekend kregen we dan een glaasje limonade en dan wilde we het liefste de bruine limonade, want dat leek op bier.” Het mooiste was het als het Tweede Pinksterdag was, dan mochten de meiden vriendjes en vriendinnetjes uit de buurt meenemen en dan werden er tientallen kinderen achterin de bus gestopt, op weg naar het bos waar ze aanmaaklimonade kregen. Alie: ,,Je kunt je haast niet voorstellen dat we nooit een bekeuring hebben gekregen van de politie.”

Het winkeltje zat naast de Grote Kerk in Nijkerkerveen aan de Nieuwe Kerkstraat. Alie: ,,De broers deden alles samen: als de melkbussen schoongemaakt moesten worden, hielp de hele familie elkaar en ook het uitzoeken van de glazen flessen deden de broers samen. De verdiensten werden eerlijk tussen de broers verdeeld en ook tante Riek kreeg haar deel omdat zij de winkel runde.”

Het winkeltje van Jan en Riek op de Nieuwe Kerkstraat 83

In eerste instantie werd er vooral melk, pap en boter verkocht. Later kwamen daar producten als kaas bij. Frans: ,,De mensen gaven de broers een kannetje dat onder de melkbus werd gehouden. Hier zat een kraantje aan waardoor er zo in de kan getapt kon worden.”  Boterleveranciers wilden nog wel eens een leuke actie met zegeltjes bedenken. Alie: ,,Als ze een kaart vol hadden, konden ze gratis serviesgoed krijgen. Onze klanten wilden de zegeltjes zelf niet op plakken, dus wij zaten thuis avonden achter elkaar weer zegeltjes te plakken voor onze klanten.”

Eén keer per jaar gingen de broers na elkaar op vakantie. Dan werd de wijk van de broer die afwezig was, verdeeld onder de andere broers. Marry: ,,We hadden in de zomervakantie altijd een bel op de kar die we luidden als we er waren, anders lukte het ons nooit om op tijd onze ronde te rijden. Dan kwamen de mensen uit de hele straat naar de kar toe om hun producten op te halen.” Frans: ,,Vroeger hadden de mensen nog geen koelkasten. Dan mocht er op Eerste Kerstdag niet gevent worden, maar op Tweede Kerstdag wel, want mensen konden hun producten niet zo lang bewaren.”

Toen de meiden oud genoeg waren, moesten ze verplicht voor en na school meehelpen en in de weekenden en de vakanties. Marry: ,,Het had ook voordelen om mee te gaan. We verdienden wel wat. En bij klanten kregen we koffie, een bal gehakt, pepermunt, een dropje of een stukje kaas. Het mooie was dat vroeger de gereformeerden bij de gereformeerde winkeliers kochten en de hervormden bij de hervormde winkeliers, maar onze vader en ooms kwamen bij iedereen, want er was maar één melkboer.” Zelfs de scholen kregen melk van de broers: Marry: ,,In de ochtend brachten we voordat we de klas ingingen de melkflessen in ijzeren kratten de school binnen. Kinderen konden aan het begin van de week een bijdrage voor schoolmelk in het busje doen.”Een foto uit 1971. Cees en Gerrit met een eierkist lopend op de Nieuwe Kerkstraat, toen nog een klinkerweg met op de achtergrond de oude Christelijke school

Een foto uit 1972. De eerste rit met de winkelwagen

Marry en Alie gingen langs de deur met de melk. Van de meeste mensen schreven ze wat ze moesten betalen op. Alie: ,,Daar hadden we een speciaal boekje voor. Eén keer in de week werd er afgerekend. Samen met Frans moest ik ‘s avonds in het donker naar de klanten toe die bij ons ‘op de pof’ kochten, want vader wilde niet dat andere mensen zagen dat die klanten poffers waren. Mijn moeder heeft nog een hele tijd nadat pa allang gestopt was geld opgehaald bij sommige mensen. Ze hadden geen geld, maar bestelden wel roomboter, wat heel duur was.” Frans: ,,Ik moest eens op een dag twee eieren bij iemand brengen, daar konden we toch niets aan verdienen? Ik had ze liever laten vallen.” Natuurlijk hadden sommige mensen wel een streepje voor bij de melkboeren. ,,Bij de winkel kwam de politieagent en de dominee achterom, om een bekertje slagroom te halen, dat kregen ze iedere week gratis. Het was wel leuk, want dan konden ze meteen een praatje maken. Als er een baby was geboren bij een klant, kreeg het gezin ook een flesje slagroom.”

Het was Cees die als allereerste met het venten stopte. Marry: ,,Pa kreeg het aan zijn hart, maar hij kon er ook niet tegen dat er een supermarkt kwam waar de mensen voortaan naartoe gingen. Hij kon het niet verkroppen dat mensen waar hij al dertig jaar voor langs de deur kwam slechts een pakje boter afnamen toen de supermarkt er eenmaal kwam. Als het regende was hij van harte welkom, maar bij een zonnetje haalden de mensen hun spullen bij de supermarkt en kon onze vader en zijn broers naar hun omzet fluiten. Hij is voor de Volharding gaan werken en niet snel daarna volgden mijn ooms. Ook de winkel is toen gestopt. De knecht van de broers, Aart van Essen, is vanuit zijn eigen huis begonnen met een melkzaak. Het winkeltje van Riek is nog een tijdje een diervoederswinkel geweest waar men aan het eind van het jaar vuurwerk kon kopen.”

September 1963. De overeenkomst tussen de melkboeren en Aart van Essen voor de overname van enkele wijken

Overleg Oranjevereniging rond 1969. Vlnr onbekend. Henk Buitink. Cees Guliker. Roel Posthouwer

Vermoedelijk begin jaren 90 Jan Guliker op de bakfiets

Wil je meer uit de Nijkerkerkerveense geschiedenis lezen en zien? Klik dan hier.