Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.

(44a) Mais non! Mon cher duc! Jái besoin d’aide, et beaucoup! Alors… hoe is je Frans, beste hertog? Ik ben helemaal van mijn à propos! Jon en Silje komen er aan? En ce moment même? Och toch, och toch, en ze staan al onder de Tour Eiffel? Dan zal ik haast moeten maken, hop hop. Jij kunt er zo makkelijk over praten vanuit je Noordrijk zonder wegen, maar hier in mijn Zuidrijk, vol met wegen, ben ik zomaar niet bij de Eiffeltoren. En dat wil ik wel graag, ik wil Jon en Silje niet missen, ik wil ontdekken waar ze naar toe gaan, wat ze op het spoor zijn. Maar nu eerst mijn eigen spoor ontdekken. Je moet immers eerst ontdekken waar je bent voor je kunt bepalen hoe je op een andere plek komt, toch? Maar waar ben ik? Even goed om me heen kijken. Ik ben in een restaurant, best een beetje een chique restaurant. Ik kan vanaf mijn tafeltje de keuken in kijken. Dat vind ik altijd best gewaagd van een restaurant. En ik vind het knap van de kok. Iedereen kan je op de vingers kijken terwijl je het eten staat te bereiden. Dan is er weinig ruimte voor een grande of een petite erreur. De kok is druk aan het werk. Ik moet me een beetje uitrekken om te zien wat hij aan het maken is. Er staat een groot bord klaar, maar ik geloof nooit dat het bord helemaal gevuld zal gaan worden. Daar is het restaurant te chique voor, je kent ze wel, grote borden met kleine hapjes die en fortuin kosten. De beste man legt er een schep op van iets dat lijkt op aardappelpuree, purée de pomme de terre, dat klinkt toch veel smakelijker en veel chiquer? Prachtig die Franse taal, Jon en Silje hebben een mooie plek uitgekozen om het Zuidrijk te bezoeken. Na de purée de pomme de terre legt de kok er een zwart-achtig bolletje op, het lijkt wel aangebrand, maar dat zal wel niet zo zijn, het zal een exclusief hapje zijn, dat kan bijna niet anders. En tot slot zie ik hem een sausje over het geheel schenken, très bien! Ik ben benieuwd hoe het geheel zal smaken. 

Vol verwachting kijk ik naar de kok. Hij kijkt op, lacht en maakt een uitnodigend gebaar, hij vraagt of ik bij hem in de keuken wil komen? Een beetje beduusd blijf ik zitten en kijk hem vragend aan. Nog iets nadrukkelijker wenkt hij mij te komen. Wat onzeker schuif ik mijn stoel naar achter en zoek ik zo onopvallend mogelijk naar de ingang van de keuken. Want je kunt er wel inkijken, maar ik ziet niet zo snel waar je de keuken kunt binnengaan. Na een snelle scan langs de keuken zie ik in het uiterste hoekje een deur waarop ‘cuisine’ staat. Daar moet ik zijn! Ik loop er omzichtig naartoe, geen idee wat   me te wachten staat. Ik doe de deur open en stap naar binnen. Achter mij valt de deur zachtjes dicht.

Ik slaak een diepe zucht en schiet in de lach. Tja, dit is immers het Zuidrijk… Ik ben in een ruimte aangekomen, je kunt het vergelijken met een kleine hal, op de vloer licht een dieprood fluweel zacht tapijt. Er hangt een prachtige kroonluchter aan het plafond die de ruimte zacht verlicht. Er zijn geen ramen, alleen maar deuren! Gewoon deuren, mooie deuren, maar wel deuren zonder bordjes, zonder aanwijzingen naar waar deze deuren zouden kunnen leiden. Tja, het is en blijft het Zuidrijk, ik zal een keuze moeten maken! Welke deur zal het worden? Welke deur zal mij het dichtst bij Jon en Silje brengen? 

Keuzestress, zo noemen ze dat toch? Ik kan niet kiezen, want als je eenmaal een deur gekozen hebt, dan zul je nooit meer kunnen ontdekken wat zich achter de andere deuren bevindt. En mijn nieuwsgierigheid is zo groot, het liefste wil ik weten wat er achter alle deuren zit. Maar ik zal toch een keuze maken, anders blijf ik in deze hal en kom ik helemaal nergens. 

Ik kijk nog eens goed en loop langzaam alle deuren langs. Ze zien er allemaal hetzelfde uit, mooie zware houten paneeldeuren met goudkleurige deurklinken. Als ik alle deuren langsgelopen ben, loop ik nog een rondje en net waar het goed voelt pak ik de deurklink van de dichtstbijzijnde deur, ik open de deur en stap er met dichtgeknepen ogen doorheen. Als ik de deur achter me hoor dichtvallen doe ik langzaam mijn ogen open.