Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Leendert van der Sluijs.

(43) Jon kijkt de moeder niet begrijpend aan. Hij zegt: U zegt dat u Silje bent? Ze knikt. Mja, zegt hij, dat kan natuurlijk, er zijn meer mensen die Jan of Marrie heten, maar dat u ook Silje bent! Ik bedoel eigenlijk een collega van mij – ze heet Silje. Ja zegt de vrouw, dat begrijp ik wel, maar Silje dat ben ik dus… Jon maakt al aanstalten om nu maar op weg te gaan, prima dat zij dé Silje wil zijn, maar hier komt hij niet verder mee. Maar dan gebeuren er dingen die hij niet heeft voorzien. Langzaam beweegt de vrouw een vinger langs haar rechterwang en wat gebeurt dat gebeurt: ze verwijdert iets van een filmlaagje en nu ze dat verwijdert, verdwijnt het langzaam helemaal van zelf… Jon denkt dat hij acuut een droom intuimelt, dit kan niet waar zijn. Voor hem zit Silje, dé Silje, de Silje die hij kent, die hij al jaren kent, de ene Silje die Silje is, ook als verder alle andere vrouwen ter wereld Silje zouden heten. Huh?, zegt hij, waar kom jij nu zo opeens vandaan? Silje lacht, ze zegt: grapje van Nemo, een uitvinding van hem! Hij kan zichzelf zelfs onzichtbaar maken. Maar mij gaf hij een goedje dat als een filmlaagje over je heentrekt, en ja, dan zie je er dus anders uit.. Maar voila, hier ben ik! Jon kan het nog bijna niet geloven, hij knippert eens met zijn ogen, kijkt in de verte en dan weer naar Silje, en hij zegt: ja je bent het! Maar hoe ben je hier dan nu eigenlijk zo opeens helemaal direct op deze plek zoals je hier nu zit en je bent het echt, gekomen?! Haha, zegt ze, alweer Nemo. Hij wilde me wel een klein beetje tijdreizen leren, dus ik was hier al voordat jij hier kwam, sneller dan het licht, sneller dan jij kunt typen. Cool, zegt Jon. Maar.., maar.. – en hij kijkt naar het kind.. Hij zegt, maar eh.., wie is zij dan, ik bedoel je dóchtertje.., ik bedoel jij de moeder en.. Hahahaha, lacht Silje, alwéér Nemo! En ze lacht naar het meisje, en het meisje moet ook lachen. Het meisje zegt: filmlaagje hé! En ook zij gaat met een vinger langs haar wangetje, en het filmlaagje breekt, en wie hebben we daar?! Huh, zegt Jon, maar jou ken ik toch? Ja zegt het meisje, zelfde straat, twee huizen verderop. Ja ja ja, roept Jon, nu weet ik het: jij bent Siv, ons buurmeisje! Wat leuk je weer te zien! Maar hee, wat zijn dit voor rare toestanden… In dit Noordrijk is gewoon alles mogelijk!! Maar, maar waarom zijn jullie nu eigenlijk hier? 

Ja, dat is natuurlijk een kwestie van deuren, zegt Silje. Kijk nog eens even goed om je heen. Ja, zegt Jon, het is hier prachtig. Daar de duinen, en daar de zee… Nou zegt Silje, dit uitzicht blijft echt genieten ja, het is een uitzicht dat je niet meer kan vergeten, dat gewoon altijd met je meegaat, en zeg maar altijd met ons meegaat… Ga jij dan ook met ons mee? Kom dan gaan we. Silje staat op, en Siv ook, en Siv pakt Silje bij de hand, en Silje zegt, ik heb nog een hand, en Jon pakt Silje bij die andere hand, en ze beginnen te lopen, op de onbekende weg, omdat er daar nog nooit een weg is geweest, daarom kunnen ze hun eigen weg kiezen, kunnen ze gaan waar ze willen, en ze stappen als door een deur die zomaar ergens alleen in een landschap staat, als door een Narnia-kleerkastdeur, of door welke deur een deur dan ook precies een deur is, en Silje zegt: Jon, jij had het over de zee, en echt zoveel zee te zien, terwijl we nu dan weer terug in Oslo zijn, kijk maar, kijk weer goed om je heen, we zijn best lang weggeweest, maar hier zijn we weer, en echt hé, die zee van water, al dat water daar, in de schittering van de zon, het wordt hier in Oslo geen zee genoemd, maar uitgestrekt als de zee is het Oyungen Lake wel…, met aan deze oever die prachtig glooiende hellingen… Ja ja ja, zegt Jon, hier zijn we weer, dit is Oslo, en kijk daar, die gebouwen, ons pand voor ons detectivebureau is er één van! We zijn weer thuis!

Ha Judith! Zeer gewaardeerde collega, hertogin van het Zuidrijk, balletdanseres en mooiste verhalen-genieter,

Je hoeft je wat Jon en Silje betreft geen zorgen meer te maken. Dank voor je brief, maar ik heb begrepen dat ze elkaar weer hebben gevonden. Ze zijn weer in Oslo gearriveerd. Ze zullen dus weer door de deur van hun detectivebureau gaan, ze zullen de centrale pc opstarten, maar dan zullen ze lezen dat de dieren in opstand zijn gekomen. In de bibliotheek van de dieren is een boek gestolen. Je raadt het al: het boek van Jon en Silje. Het boek waarin staat dat de dieren moeten worden bevrijd. Dat de mensen de dieren nog altijd overheersen. Dat dat onterecht is. Dat de dieren hun stem is ontnomen. Dat dát pas ondemocratisch is. Dat de mensen wel een partij voor de dieren willen, maar niet zó partij voor de dieren trekken dat ze eens aan de dieren vragen wat ZIJ nu eigenlijk willen, dat ze dus eindelijk de dieren echt weer hun stem terúg geven, dat ze dus weer echt kunnen praten, kunnen praten zoals dat in bijbelse tijden nog geen probleem was, slang of ezel, of welk dier ook maar, ze hadden allemaal hun eigen taal, en onderling worden die talen nog altijd gesproken, maar de mensen willen het niet horen…
En dit allemaal, hoe zal het ooit nog gehoord worden als dat boek van Jon en Silje gestolen blijft, voor altijd wég blijft…

Mijn beste collega, ik heb wel een plan, maar ik hoor graag eerst jouw advies!

Vrolijk groetend,
immer je hertog