Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.
(42a) Ha Leendert! Zeer gewaardeerde collega, heerser van het Noordrijk, boeken-liefhebber, schrijver en doler door verhalen…
Waar ben je? Steeds weer kom ik verhalen tegen, flarden, van Jon en Silje, van Nemo en de anderen, van jou, maar steeds grijp ik weer mis. Ik jaag er op, zo voelt het in ieder geval. Ik probeer de verhalen te pakken te krijgen, ik probeer de verhalen mij te pakken te laten krijgen… zoiets… maar het lukt niet? Steeds weer zie ik een deur en als ik er dan op af ga, dan is de deur weer verdwenen. Het is net alsof het Noordrijk voor mij afgesloten is. Hoe gaat het daar? In het Noordrijk? Heb je Jon en Silje al gevonden? Heb je hun verhaal gevonden? Is er een weg naar huis?
Begrijp me niet verkeerd hoor, ik vermaak me prima hier in het Zuidrijk. Het is hier prachtig! En de bibliotheek… tja, de bibliotheek… het is een plek waar ik wel voor altijd zou willen blijven. Als je over de drempel stapt overvalt je zo’n knussig en warm gevoel. De geur van papier, oud papier, niet bedompt, maar precies goed, het spoort je aan om verder naar binnen te gaan. Je komt dan in een prachtige ruimte, een vloer met zwart witte tegels en een prachtige lange, houten, schoongeschrobde tafel, je weet wel zo’n zware eiken geval. En op die tafel staat naast een aantal lantaarns, met net voldoende licht om te kunnen lezen, heerlijke warme chocolademelk voor je klaar. Ik kan het niet helpen, maar elke keer als ik er ben neem ik gauw een mok van dit heerlijke bruine goud. Deze prachtige tafel wordt omringd door eindeloos lange rijen boekenkasten. De perfecte plek om de tijd uit het oog te verliezen. Zoveel boeken… en je hoeft niet bang te zijn geen boek te kunnen vinden of niet te weten waar je moet beginnen. De boekenkasten, of zijn het de boeken?, ze lijken zelf aan te voelen waar je op dat moment behoefte aan hebt en ze zorgen ervoor dat je zo zonder moeite het juiste boek uit de kast kunt halen. Ha, hoe wonderlijk is dat?
En het is juist in deze bibliotheek dat ik steeds weer flarden tegenkom van verhalen van het Noordrijk, flarden maar, alsof de bibliotheek niet wil dat ik de hele verhalen te lezen krijg. Snap jij dat? Dus steeds maar kom ik hier terug, pak ik een mok warme chocolade en ook het eerste verhaal dat mij voorhanden komt en dan begin ik weer met lezen. Het is fijn en gezellig, maar ik kom niet verder.
Ooit was ik achter jou aan de verhalen in gelopen om je te zoeken en om samen de uitgang weer te vinden. Maar nu denk ik dat jij beter mij kunt zoeken? Of zouden we het zoeken moeten laten voor wat het is en gewoon als eeuwige dolers door verhalen verder gaan? Misschien komen we elkaar dan ooit nog weleens tegen?
Ik pak er nog een mok warme chocolade bij en ga nog eens wat lezen. De laatste keer las ik over een gesprek tussen jou en Jon nota bene, ik dacht, nu ga ik ontdekken hoe ik met jullie kan communiceren, maar het verhaal verdween weer. En met het verhaal verdwenen jullie ook weer. Ik snap er niks van. Beste heerser van het Noordrijk, zou jij je collega-heerser van het Zuidrijk kunnen helpen?
Grote groet, Judith

















