Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.

(41a) Een beetje onzeker over wat hier de bedoeling van is, kijkt Silje aandachtig naar Hertog Leendert. Hij ziet er uit als een echte hertog, niet zo’n nieuwe zelfgemaakte hertog, maar eentje oude stijl zeg maar. Hij loopt niet te koop met zijn adellijk bloed, maar aan alles is zijn adellijke afkomst te zien. De rust die hij uitstraalt, de ontspannen houding op de luxe draaistoel achter het statige bureau, de tijd die hij Silje geeft om de situatie even in zich op te nemen, en ook het nette pak dat hij aanheeft, het staat hem goed, precies zoals een pak bij een hertog hoort te staan. Ja, hier zit echt een wijze hertog. Maar wat bedoelt hij eigenlijk met zijn ‘wel jammer, dat ik je nu alleen zo kan ontmoeten.’?

Beste Hertog Leendert, begint Silje voorzichtig, kunt u mij dit misschien allemaal eens wat uitleggen? Hoezo kunnen wij elkaar alleen maar op deze manier, via een scherm, ontmoeten? Hertog Leendert kijkt Silje vriendelijk aan wanneer zij deze vragen aan hem stelt en hij knikt haar bemoedigend toe. Het helpt Silje om haar voorzichtigheid een beetje los te laten en er rollen meer vragen uit haar mond. En weet u misschien in wat voor nieuw avontuur ik nu weer verzeild ben geraakt? Weet u meer over hoe Jon en ik, u weet nog wel wie Jon is toch?, maar hoe wij elkaar zijn kwijt geraakt, op weg naar uw Noordrijk nota bene? Silje laat de woorden maar even lopen. Het is zo’n chaos in haar brein en ze merkt dat het stellen van al deze vragen een klein beetje orde schept, en dat is best reuzefijn als het zo’n chaos is in je brein. Ze gaat nog verder. En Nemo, weet u meer over Nemo? Hij was net onzichtbaar, terwijl ik hem eerder nog wel kon zien. Hij had het over gevaar. Weet u daar misschien meer van? En ben ik dan ook in gevaar, of hoef ik me geen zorgen te maken? Vol verwachting kijkt Silje naar Hertog Leendert.

De hertog gaat eens verzitten in zijn stoel en herschikt de prachtige rode roos op zijn bureau, voor zover er sprake kan zijn van herschikken. De roos is immers maar een enkele roos. Maar toch, wie oog heeft voor detail zal het wel begrijpen. Het maakt heus verschil vanaf welke kant je de prachtige rode roos bekijkt, hoe is de lichtval, hoe staan de blaadjes. De hertog maakt er echt even werk van. Maar ineens kijkt hij weer op, alsof hij zo opging in zijn schikking dat hij vergeten was dat Silje tegenover hem zat, verbonden door een scherm. 

Ja, tja, verzucht de hertog, hij kucht eens even, het is een bijzondere zaak, mijn beste Silje, dat is het. Eerder hebben we elkaar eens in het echt ontmoet he, ja, dat weet je ook vast nog wel. Maar denk niet dat het een nieuw avontuur is, nee echt niet, het is nog altijd hetzelfde avontuur waar jij en ik ons in bevinden. Tja, het is nogal lastig onder woorden te brengen he, maar weet je, ik denk dat we op zoek zijn naar hetzelfde. Ooit zijn we ergens een deur door gegaan die niet altijd een deur is en begaven we ons in geschreven verhalen. Nog net op de valreep heb ik Hertogin Judith mee kunnen krijgen in het verhaal en samen zijn we op zoek naar de uitgang. En jouw verhaal, jullie verhaal, want ja ik weet inderdaad nog wie Jon is, is hier ook mee verweven. Maar op de een of andere manier vinden we niet wat we zoeken. Of misschien zoeken we niet wat we zouden moeten vinden…?

Silje heeft een beetje moeite de hertog te volgen in zijn verhaal. Maar ze is ook opgelucht dat hij Jon nog kent en dat hij ook Hertogin Judith noemt, het zijn herkenningspunten voor haar. Maar het is haar nog altijd een raadsel waarom ze elkaar nu via een scherm moeten ontmoeten en niet in het echt. Dus ze besluit de vraag maar gewoon rechtstreeks te stellen. Hertog Leendert, begint ze, maar kunt u me dan wel uitleggen waarom we met elkaar in gesprek zijn via een scherm, en niet in het echt? 

Hm, ja, begint de hertog, dat kan niet anders, want jij bent daar en ik ben hier. Je was er bijna Silje, in het Noordrijk, in mijn Noordrijk, maar ergens ging het mis. Ergens zijn de wegen van Jon en jou verschillend geworden. Jon stapte in de bus en kwam in mijn Noordrijk. Jij stapte in de bus, maar ja… wat er gebeurde? Tja, wie zal het zeggen…