Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.

(40a) Welkom in Noordrijk! Jon glimlacht en kijkt om zich heen. Eindelijk is hij er dan, Noordrijk! Pfff, hij zucht er van. Hij stopt zijn handen in zijn zakken en begint te wandelen. Waarheen? Tja… Het doel van zijn wandeling? Geen idee… Met een lichte tred bereikt hij de boulevard, zijn pad verandert van zand naar steen. Alhoewel, zijn pad? Een zweem van twijfel overvalt Jon, er zijn immers geen paden of wegen hier, en als ze er al stiekem toch zouden zijn dan had hij toch zojuist beloofd ze niet te bewandelen? Geen platgetreden paadjes of rechtlijnige wegen voor Jon! Ha, en zo is het, beloofd is beloofd! Jons zekerheid keert weer terug en daarmee ook zijn lichte tred. Hij stapt verder, zo nu en dan een steentje voor zich uit schoppend.

Zo loopt Jon in Noordrijk, met zijn ogen dicht. Zomaar op gevoel loopt hij lukraak verder. Het voelt goed, al heeft hij geen idee wat hij nu eigenlijk aan het doen is. Hij loopt, linkerbeen, rechterbeen, eerst de ander dan de een. Er gebeurt niet veel, maar toch voelt het goed. Ik kan dit wel uren volhouden zo, denkt Jon. Hij laat zijn gedachten de vrije loop gaan.

Zo loop Jon in Noordrijk, dromend. Want dat is wat vaak gebeurd als je lang genoeg je ogen dicht houdt. Eerst moet je ze bewust dichthouden, omdat je ogen de neiging hebben zomaar open te floepen, nieuwsgierig naar wat er te zien is, want zo zijn ogen nou eenmaal gemaakt. Maar als je ze doelbewust dichthoudt dan worden je ogen, of liever gezegd je oogleden zwaar, steeds zwaarder, tot het branderige gevoel op je ogen wegebt en je ogen tot rust komen, niet meer naar buiten gericht, maar naar binnen gericht… Jon vindt het fijn in Noordrijk, het ruisen van de zee op de achtergrond geeft hem een heerlijk ontspannen gevoel. Dit kan ik wel uren volhouden, denkt Jon. Maar ergens voelt hij wat onrust opkomen. Hoe kan ik nou zo met m’n ogen dichtlopen? Dit moet een keer misgaan, ik kan mijn pad helemaal niet zien zo, straks loop ik ergens tegenaan!

Zo loopt Jon in Noordrijk, op de tast. Van schrik begint hij ineens met zijn handen voor zich uit te lopen, bang dat hij ineens een gebouw, of een boom, of een mens tegen het lijf zal lopen, letterlijk. Maar er gebeurt niets. Langzaamaan kalmeert Jon, natuurlijk gebeurt er niets, begrijpt hij, want er zijn geen paden of wegen hier. Verwonderd gaat hij verder.

Zo loopt Jon in Noordrijk, op goed geluk, want het begint hem toch wel te dagen dat dit wel een heel wonderlijke situatie is, waar hij zich nu in bevindt. Was hij niet in Leiden, met Silje? In de Schouwburg, in het theater, en hij had Nemo gezien en Virginia, en Silje was hij kwijtgeraakt, of toch weer gevonden? Kom op joh, we gaan, had ze gezegd. En zo was hij uit de bus gestapt in Noordwijk, wat eigenlijk ook Noordrijk is, voor wie het weten wil, voor wie het zien wil. Was er niet iets met een hertog in Noordrijk? Zou hij ook hertog in Noordwijk zijn? Jon voelt zich verdwaald, ineens voelt het allemaal niet zo goed meer. Hij mist Silje, waar is ze toch? Hoe moet hij nu verder? Jon spert zijn ogen eens goed open. Hij wil nu toch eens even goed zien waar hij zich bevindt, wat hij aan het doen is en of hij misschien iemand ziet die hem zou kunnen helpen, die hem de hand zou kunnen reiken. Als hij zijn ogen goed open heeft ziet hij een speeltuintje voor zich, zo’n gezellig klein speeltuintje, een zandbak, een wipwap en een schommel. En op de schommel zit een lief klein meisje met blonde krulletjes. Ze kijkt naar hem en glimlacht. Jon glimlacht terug, want hij herkent het meisje, uit het Leidse theater. Daar zat ze naast hem nota bene! En later in de foyer heeft hij haar nog eens gezien. Hij is blij een bekend gezichtje te zien en kijkt even rond of haar moeder er misschien ook is. Ja! Daar zit ze, op een bankje. Ze ziet Jon kijken en glimlacht ook naar hem. Hij hoort het meisje zeggen, kijk mama daar is die meneer uit het theater weer! Ze springt van de schommel af en loopt naar Jon. Ze pakt hem bij de hand en neemt hem mee naar haar moeder.

Zo loopt Jon in Noordrijk, aan de hand meegenomen door een kind… Is dit wat ze bedoelde op het formulier? Hoe gaat u zich verplaatsen, werd er gevraagd. Nou, zo, denk ik, denkt Jon, aan de hand van een kind, zonder een bepaalde route, laat ik mij brengen…