Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.

(39a) Beduusd kijkt Jon Nemo na en ziet hem verdwijnen tussen de mensen in de foyer. Het duizelt hem een beetje. Enerzijds voelt het alsof hij ineens een heel stuk wijzer is door Nemo, alsof hij meer weet. Maar anderzijds dansen de vele vraagtekens ook rond in zijn hoofd. Nemo heeft hem heel wat dingen vertelt… of bevestigt… of in ieder geval niet ontkend? Hamlet werd Peppa en zo konden ze elkaar in de Leidse schouwburg ontmoeten. Maar toch, hoe dan? Hoe kon Nemo weten dat ze via Hamlet bij Peppa kwamen en daarmee in Leiden bij Jon en Silje? Of was dat het werk van Virginia? En hoe kan het dat Nemo zo begon te storen bij Silje? Terwijl hij eigenlijk ook gewoon praten kan? En tjonge, die Nemo, eigenlijk is het net zo’n detective als wij, denkt Jon. Wat zou hij allemaal al echt op het spoor zijn? Of zijn wij zijn spoor? Of het eindpunt van zijn spoor? Pfff, zoals gezegd, het duizelt Jon. Hij kijkt nog eens de foyer in.

Hmm, bijzonder eigenlijk, de mensen in foyer, je zou toch verwachten dat ze na de voorstelling wel naar huis zouden gaan? Maar het wordt niet rustiger in de foyer. Nemo is opgegaan in een kleine mensenmassa die er nog altijd is. Terwijl de voorstelling al afgelopen is. Of zou er al gelijk een nieuwe voorstelling van start gaan? En is de mensenmassa niet groter of kleiner geworden, maar slechts veranderd? 

Jon probeert de gezichten van de mensen te bekijken. Stuk voor stuk kijkt hij hen aan, maar het is zinloos, natuurlijk herkent hij de mensen niet. Ze zaten net immers naar de voorstelling van Peppa, of liever gezegd de voorstelling van Hamlet als Peppa te kijken, en niet naar de mensen in de zaal… De mensen die hij hier nu ziet, tja, het is nog altijd een menigte van grote, kleine, uitgedoste, uitgebluste, jonge en oude mensen. Met een zucht wil Jon zich net omdraaien als… mama, mama! Een klein meisje met blonde krulletjes kijkt hem aan terwijl ze aan haar moeders arm trekt. Mama, kijk, die meneer zat net naast mij bij Peppa! Ja liefje, haar moeder pakt het meisje glimlachend bij de hand en neemt haar mee, terwijl ze een knipoog aan Jon geeft. 

Ho eens even, denk Jon, maar dat meisje herken ik inderdaad ook. Wat doen ze nu nog in foyer? Ze zouden toch al naar huis kunnen gaan? Hij probeert achter het meisje en haar moeder aan te gaan, maar ook zij lijken opgegaan te zijn in de kleine menigte van mensen in de foyer, tot grote ergernis van Jon. Verdraaid zeg, hier schiet ik ook niets mee op. Nemo weg, meisje met krullen weg… en Silje… waar blijft Silje eigenlijk? Wat ging ze ook alweer doen? Lekker broodjes kopen voor onderweg? Hoe lang kan dat duren? Het was hier naast de deur zei ze toch? En waarom begon Nemo daar zo op te wijzen op dat ‘naast de deur’? 

De vragen rollen op een angstige manier over elkaar heen en langzaamaan voelt het Jon aan alsof hij overspoeld raakt door zijn eigen vragen. En niet alleen door zijn vragen… verdraaid het lijkt wel of het steeds drukker wordt hier. Wat doen al die mensen hier in de foyer? Het is er inmiddels zo druk dat Jon niet zomaar zijn weg kan vinden. Niet handig, want als Silje inderdaad zo terug komt hoe moet ze hem dan kunnen vinden? Jon probeert terug te keren naar de plek waar ze net nog waren, met z’n tweeën en even met z’n drieën en toen weer alleen. Maar waar was het? He, die verdraaide Hollanders zijn ook allemaal zo lang, hij kan nauwelijks over de mensen heen kijken om zich een beetje te oriënteren. Hij voelt zich langzaamaan ingesloten worden, en net zo langzaamaan voelt hij van binnen een soort paniek opborrelen…. Wat nu?!

Ineens voelt hij hoe een hand zijn schouder vastpakt. Hij schrikt… en met een ruk draait hij zich om. He, ik ben het maar, zegt Silje met een lach op haar gezicht. Hier, kijk, ze houdt een papieren zak met heerlijk geurende broodjes op, nu kunnen we naar Noordwijk, of Noordrijk, knipoogt ze er achter aan. Nou, wat sta je daar nu? Kom, dan gaan we!