Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Leendert van der Sluijs.
(39) Nagenietend van Peppa komen Jon en Silje in de foyer een goede bekende tegen. Hee kijk nou, Jon stoot Silje aan, kijk wie we daar hebben! Ah ja, zegt Silje, en ze legt een arm om de schouders van Nemo. Hij kijkt haar verbaasd in het gezicht. Ah, ie, huh, dehat b-en jij, brengt Nemo uit. Jazeker, zegt Jon, en ik ben er ook. Maar waar kom jij nu zo ineens vandaan? M-ja, zegt Nemo, iek-eh op de-it adres hekomen, eh, sehamen met eh.., ja met eh.., met Virginia? – Nog een keer?, zegt Silje, kennen wij die? Haha, zegt Jon, ik vind het leuk voor je, in de bibliotheek, in die van toen, ik weet nog wel, dat grote bureau, met de typemachine, en je projecteerde er in 3D die dame, en echt hé, ze zat gewoon ons verhaal te typen, en ik weet nog dat ik dacht: aan wie doet zij mij denken, en toen later toen dacht ik: ah, maar nu weet ik het, waarschijnlijk jouw grote boekenliefde, zij die schreef schrijvend zoals niemand schreef, ons aller Virginia Woolf! – Oh, zegt Nemo, he-t is w-at je z-egt, m-aar nu d-an ook! Hie-ier op d-it mo-ment! – Wat bedoel je, zegt Silje, je wil zeggen dat Virginia hier nu ook is? – Yep, zegt Nemo. Hoe dát zo? vraagt Jon. Nou eh, hie-ier voor Ham-let, de gro-te, prins v-an Dene-marken wel-is-waar, m-aar ien Oslo nu ook, en om-dat d-aar ook v-oor schrij-vers-groep, oo-k A-mos Oz er-bij, de stem-mmen schal-den: Friends to this ground! – What! Is Horatio there? – A piece of him! Daar-om wij dach-ten for another piece of him in dit Leiden moet hij et ook z-ijn.
Aha, zegt Jon, jullie waren bij Hamlet – nou wij waren bij Peppa. Ja-ha, zegt Nemo, zelf-de voor-stelling, Ham-let in Pep-pa gekropen.
Op dat moment spreekt een oude vrouw met rollator hen aan: Zeg lieve mensen, mag ik even jullie aandacht, het lopen valt mij steeds zwaarder, al mijn jaren zij tellen op maar niet af, en ik moet toch echt mijn taxi halen, maar zo’n voorstelling duurt altijd langer dan je denkt, juist omdat je denkt dat zoiets tijdverslindend snel is en voor je het weet sta je weer buiten, dat wil zeggen hier binnen, maar daar buiten wacht dus mijn taxi, maar zou iemand van jullie mij even willen duwen? Dan ga ik hier zitten, zo hier op het plankje van mijn auto-mobiel, en ik moet die kant op. – Ach, maar natuurlijk zegt Silje, ik zal u wel even helpen, komt u maar mee.
Dag Virginia, zegt Nemo zachtjes, zo zachtjes dat niemand het hoort, maar wij wel.
Oké, zegt Jon, maar hoe kom je hier zo? Ik bedoel in Leiden, ik bedoel dit hier is toch niet naast de deur..
Mja, zegt Nemo, naast de deur, naast de deur, wat is naast de deur?
Huh, zegt Jon, hoe kan het dat je nu gewoon praat?
Mja, zegt Nemo, dat heb ik eerlijk gezegd nooit, dat ik niet gewoon kan praten, maar eerlijk tegen jou gezegd, dat vreemde praten heb ik alleen als ik in de buurt van Silje ben.., dan begint dat..
Hè, zegt Jon, dat meen je?!
Ja, zegt Nemo, dat is echt zo. Ik vind het zelf ook heel raar. Net of er iets in me begin te storen, alsof ik dan een programma ben dat op het scherm de cursor steeds een beetje laat verspringen.., zoiets..
Oh, zegt Jon, en dat komt door Silje? Ja zegt Nemo. Nemo zegt ja. Ja zegt Nemo. Nemo zegt ja. Ja zegt Nemo. Nemo zegt ja. (kleine storing hier nu ook)
Silje voegt zich weer bij hen. Ze zegt: nog nooit zo’n oude taxi gezien zeg! Maar echt een lief mens die mevrouw, ze was me zo dankbaar. Ze wenste me een goede reis naar Noordwijk! Maar haha, hoe kan ze dat nu weten, ik heb haar dat helemaal niet verteld dat we naar Noordwijk zouden gaan!
Haha, zegt Jon, misschien staat het op je gezicht te lezen. Nou nee hoor, zo’n open boek ben ik nu ook weer niet, zegt Silje. Maar jij Nemo, waar ga jij nu heen, ga je met ons mee, wij gaan Noordwijk verkennen, Noordwijk als Noordrijk, haha.. Nemo knikt, hij zegt: da-at w-il hik wel.
Oké, zegt Silje, ik koop nog even lekkere broodjes voor onderweg, ik ben zo terug, er is hier naast de deur een echt Hollandse warme bakker met de zoetste broodjes zag ik.
- Naast de deur, fluistert Nemo, naast de deur.. Jon kijkt hem aan. Hij zegt: vertel. Wat weet jij over Silje? Ik heb het idee dat jij meer weet over haar, over ons, dan wie ook maar. En laat me raden: ook jij hebt een eigen bureau, we zijn collega’s, collega-detectives.. – Nemo glimlacht, hij zegt: dat heb je goed geraden. Mja, hoe ver zijn we nu, er is een Noordrijk en een Zuidrijk zoals je weet, sinds kort doet ook het Oostrijk mee in het verhaal, en wat denk je zelf: waar is het Westrijk?
Jon kijkt hem aandachtig aan. Je bedoelt: Silje wil ons laten geloven dat alles binnen ons bereik ligt? Ja, zegt Nemo, dat klopt. Vroeger werd er gesproken over het Wilde Westen, onthou van mij: het heet nu het Waanzinnige Westen… Er wonen al schrijvers als Rushdie en Foer (Extreem luid & ongelooflijk dichtbij, you know) en Franzen en Nathan Englander (Het ministerie van buitengewone zaken). Dus let goed op. Enne, ik ga toch niet mee naar Noordwijk. Zeg maar tegen Silje dat ik werd weggeroepen. Ik zie je wel weer…
Ze geven elkaar nog een hand en Nemo verdwijnt tussen de mensen.

















