Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.

(37a) Writer’s block… verwonderd kijkt Amos om naar de groep schrijvers waar hij zich net uit los had gemaakt. Schrijversblok… klinkt het nu. En Nemo en Virginia kijken met Amos mee. Schreibblockade… Amos, Virginia en Nemo kijken elkaar vragend aan. Bloc de l’auteur… het wordt wat onrustig binnen de groep schrijvers. Bloqueo de escritor… een wanhoopskreet stijgt op uit de groep. 

Langzaam staat Virginia op en loopt voorzichtig naar de groep schrijvers, op de voet gevolgd door Nemo. Rustig aan maar, sust ze de groep schrijvers. Paniek is nergens voor nodig. Dit hebben jullie ongetwijfeld al wel eens eerder meegemaakt. Je moet het niet groter maken dan het is. Niet zo die tunnel in blijven staren, daar wordt geen mens wijzer van. We zijn toch allen schrijvers? Aan woorden hebben we nooit tekort. Kom, loop eens mee met mij. Een wandeling heeft nog nooit iemand iets verkeerds opgeleverd. En jullie weten ook, een eindje wandelen kan vastgelopen gedachten weer op gang brengen.

Streng, maar ook meelevend, kijkt ze de schrijvers even aan. Draait dan resoluut om en begint richting de uitgang van het perron te lopen. Nemo kijkt even beduusd, maar besluit dan in een drafje achter haar aan te gaan. De andere schrijvers, wat beduusd over deze kordate dame, besluiten ook maar achter haar aan te gaan. Amos heeft zich inmiddels ook weer bij hen gevoegd. 

En zo wandelt dit bijzondere gezelschap van het perron de stationshal binnen en met de kordate tred van Virginia wandelen ze zo het station uit. Er heerst stilte in het gezelschap, de gezichten staan wat bedrukt, ieder is een beetje in zichzelf gekeerd, bezig met haar/zijn eigen gedachten en zoekend naar zijn/haar eigen woorden. En zo stappen ze achter Virginia aan. 

De enige twee gezichten die niet bedrukt staan zijn die van Virginia en Nemo. Nemo loopt inmiddels naast Virginia en kijkt naar haar gezicht om te kunnen peilen of hij zou kunnen praten of dat hij misschien gewoon beter even z’n mond zou kunnen houden. Terwijl hij kijkt en peilt ziet hij de mondhoeken van Virginia iets omkrullen. Wees niet bang Nemo, fluistert Virginia met een grijns, je mag best praten hoor, niet te hard, we willen de schrijvers niet afleiden, maar gewoon weer een beetje op gang brengen. Leuk he, die Amos? Komt uit het oosten zegt hij, het oostrijk. Hoe leuk is dat? Nog even en we hebben ook het westrijk vertegenwoordigd, dan hebben we het plaatje compleet. Nemo gniffelt, ‘t is eigenlijk gewoon een kwestie van afwachten, of niet? Het komt vanzelf op ons pad? Ja, zo is dat, beaamt Virginia. En dat, mijn beste Nemo, is precies wat wij de schrijvers achter ons laten zien nu. Je kunt er naar op zoek gaan, maar hoe harder je je best doet, hoe moeilijker het wordt. En als je je ontspant en om je heen kijkt gaat er een wereld voor je open.

Kijk bijvoorbeeld daar eens, naar rechts, daar, kijk eens, zie je daar dat puppy? ‘t Beestje komt net bij de hondenkapper vandaan. Wat een avontuur zal hij daar beleefd hebben, en nu komt hij daar parmantig, keurig gekapt en welriekend de hondenkapperszaak uit gestapt, met een prachtige paarse strik op z’n borst. 

En daar, daar links, moet je daar eens kijken. Daar lopen een paar meisjes, tjonge wat zien ze eruit. Strakke broeken hoge zwarte laarzen, helemaal onder de modder… Ach, ik snap het al, het zijn amazones. Komen net bij de manege vandaan natuurlijk! Wat zoude ze gedaan hebben? Voor de paarden gezorgd, allicht, zouden ze ook gereden hebben, gesprongen misschien zelfs?

Geamuseerd kijkt Nemo mee met Virginia. Hij besluit ook een duit in het zakje te doen. Kijk daar, eens, zegt hij, daar recht vooruit, wat een prachtig theater, de rode loper ligt uit voor de gasten, zo uitnodigend, wat zou daar binnen te beleven zijn? Kijk de aanplakbiljetten hangen buiten, kunnen we daar eens langs lopen? Hij kijkt achterom, het zou de schrijvers best een handje kunnen helpen. 

Dit, mijn beste Nemo, zegt Virginia, is het Nationatheatret, hier worden vele voorstelling getoond en stuk voor stuk zijn ze de moeite van het kijken waard. Laten we hier inderdaad maar eens binnengaan. We nemen de schrijvers mee en laten hen hun eigen keuze maken. Wordt het EN MIDTSOMMERNATTSDRØM, of DØDSDANSEN of misschien wel JANE EYRE? We zullen zien wat ze kiezen, we laten ons verrassen! En met een knipoog naar Nemo stap ze kordaat met het gezelschap richting het Nationaltheatret.