Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.

(4a) Nee, echt niet, zegt Silje zo plotseling dat Jon een sprongetje maakt van schrik. Ja echt niet hoor, zegt Silje nog eens. Ze kijkt van Jon naar Nemo en daarna met een achterdochtige blik naar Ejlis Nojack. Ze huivert in de kou, die zo plotseling met de Autolimo meegekomen is. Ze heeft er genoeg van, dit wordt allemaal wel heel avontuurlijk zo. En heeft ze niet geleerd van haar vader en moeder dat je nooit zomaar bij een vreemde in de auto mag stappen? Ze vertikt het, punt uit. We kunnen wel lopen, we zoeken onze eigen weg wel, zegt ze, wij hebben Nemo, die kan ons de weg wel wijzen. Maar ik vertik het in die auto te stappen! 

Ejlis Nojacks mond zakt open van verbazing. Dit heeft hij nog nooit meegemaakt. Zei ze nou werkelijk dat ze niet in wilde stappen? Dat kleine wicht, wie denkt ze wel niet dat ze is? Als de hertog en hertogin je ontbieden, en ze halen je op met deze prachtige zwarte Autolimo, dan zeg je toch geen nee?? 

Ook Jon kijkt enigszins verbouwereerd naar Silje. Hij had al bijna aanstalten gemaakt om de Autolimo in te stappen. Maar Silje reageert zo heftig, zo resoluut, dat is hij niet van haar gewend. Meestal kan hij haar wel overhalen voor avontuur, maar ze klinkt nu echt heel beslist. Hij draait zijn hoofd en kijkt vragend naar Nemo, wat zou die er van vinden? 

Nemo kijkt geamuseerd naar het gehele tafereel. Dit zag zij ook niet aankomen. Maar Jon en Silje zijn aan zet, het is slechts zijn taak de twee kinderen op weg te helpen. Ze mogen zelf kiezen of ze in de Autolimo stappen of niet. Ergens snapt ze het wel, die idioot van een Ejlis Nojack, altijd maar opscheppen over de hertog en de hertogin, altijd maar met die dikke Autolimo op pad en doen of hij de hertog(in) zelf is.  J-ullie b-oek, j-ullie k-euze, zegt Nemo tegen Jon en Silje. 

Dankbaar kijkt Silje naar Nemo, ze draait haar hoofd, doet haar armen uitdagend over elkaar en kijkt naar Jon. Nou, eh, ok, dan gaan we maar lopen, denk ik, zegt Jon. Eh, dag, dan maar, zegt hij tegen Ejlis Nojack. Zeg maar tegen de hertog en de hertogin dat we misschien wat later komen? Hij hervindt langzaamaan zijn moed, recht zijn schouders en gaat naast Silje staan. Zeg maar tegen de hertog en de hertogin dat wij dan toch liever veilig dan heilig zijn. Dankbaar kijkt Silje haar vriend aan.

Ejlis Nojack slaakt een diepe zucht, hier heb ik dus echt geen tijd voor he, tjid is heilig en niet veilig. Dit gaat hem niet worden, ik zal jullie bericht overbrengen aan de hertog en de hertogin. Ik hoop dat dat nog lukt voor de aanstaande nacht, ik moet verdraaid racen van het Noordgebied naar het Zuidgebied! Hij laat zijn raampje langzaam dichtgaan en met een laatste venijnige blik naar de kinderen, en een extra venijnige blik naar Nemo, commandeert hij de Autolimo te vertrekken. Die stuift over de lange laan weg, richting het oneindige.

Terwijl de auto wegspurt verdwijnt de kou ook. Pfffff, zeggen Jon en Silje tegelijk en kijken Nemo aan. En nu?  J-ullie b-oek, j-ullie k-euze, zegt Nemo, l-open d-us, hij wijst in de richting van het oneindige. De kinderen beginnen dus maar te lopen, in stilte, ieder verzonken in eigen gedachten.

Na een poosje verbreekt Silje de stilte. Zeg Nemo, zegt ze, wie zijn die hertog Leendert van het Noordgebied en die hertogin Judith van het Zuidgebied eigenlijk? En wat willen ze van ons? Nemo begint langzamer te lopen, hoe kan ze dit nou eens het best uitleggen aan deze eigenwijze kinderen?