Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Leendert van der Sluijs.

(31) Nieuwsgierig volgen ze Ulf die de Bibliotheek der Dieren binnenstapt door de hoofdingang die nu duidelijk de vorm van een cirkel heeft aangenomen, twee bomen hebben zich naar elkaar toegebogen tot een volmaakte ronde, met een sierlijkheid die heel natuurlijk is en knipogend naar de nieuwe bezoekers laten ze hun takken een beetje kraken op een kleine melodie: It seems so long ago.. in the House of Honesty.., in the House of Mystery – Silje kent het wel, het is van Leonard Cohen, en ze neuriet met de bomen mee.. it seems so long ago.. De ingang-opening O van de bibliotheek baadt in groen licht en wie er als mens door naar binnengaat (zij allemaal dus: Jon, Silje, Thomas, Petronilla, Ejlis) wordt getransformeerd tot vliegmens: eindelijk heb je het idee dat je je vleugels kunt uitslaan, altijd al zaten die onzichtbaar op je rug en je voelt weleens een kriebel daar, dat is de beweging die eigen is aan vleugels die opgevouwen zitten en zich een beetje aan elkaar vast lijken te klampen, zoals een paraplu die niet goed open wil – dat zorgt dan voor die kriebel op je rug, en je zou eens voor de grap bij avondlicht onder een boom op je rug moeten kunnen kijken, dan zul je zien dat niet alleen schaduw van takken er een tekening maakt; ook je vleugels liggen klaar, mocht je ooit weer willen vliegen.

Terwijl de bezoekers binnenkomen hebben wij een verrassing voor ze: het interieur is een tot oerwoud verwilderd bos, maar dat niet alleen, het begint ook binnen exact drie seconden te stortregenen, een enorm gedruis van water barst los. Maar het leuke is, je wordt er niet nat van: wij houden van film, en dan bedoelen we we houden van film in 3D. Je maakt het allemaal mee wat er mee te maken valt, en hoe meer er valt hoe meer je denkt dat er nog meer zal vallen, maar uiteindelijk valt er niks, valt het allemaal mee, valt het je allemaal toe, en ben je wie weet hoeveel ervaring rijker. Wie van ons dit zo heeft bedacht weten we eigenlijk niet meer, we zijn er al zo aan gewend, op deze manier hebben we terugveroverd wat verloren was gegaan, heel dat driedimensionale paradijs van ooit dat in de vroegste tijden zelfs vierdimensionaal was, zo wordt gefluisterd, tussen takken van bomen, tussen wolken onderling, waar zon en maan nog van weten en waar alleen de sterren nog in delen, in dat vierdimensionale, dus met lengte, breedte, hoogte en dat vierde, dat onbenoembare, want de taal is van later datum, maar dat vierde dat is het licht, dat wat bij God vandaan komt. Daarom heeft volgens de Bijbel God eerst over licht gesproken en heeft God ook vleugels.

Maar we zullen ons eerst even voorstellen, anders weten jullie niet eens wie jullie hiervan in deze Bibliotheek van DIT allemaal op de hoogte willen brengen (of stellen? hoe zeggen jullie dat?). Kijk gerust goed om je heen als je de neiging hebt je ogen uit te kijken. Dat is niet vreemd, dat gebeurt bij nieuwe bezoekers meestal. Zeker wanneer ze eigenlijk heel hun leven met hun ogen in hun zakken hebben gelopen, zoals het spreekwoord zegt. Ben ik overigens goed verstaanbaar? Ik denk het wel hè? Het watergeweld duurde ook maar precies zeven seconden, het heeft drie seconden de tijd om op volle kracht los te barsten en dat duurt dan vervolgens dus die zeven seconden, zodat het na tien tellen voorbij is. Jullie mensen kunnen het op je vingers natellen en daarvoor heb je ze dus ook alle tien gekregen, mocht je dat nog niet weten, hoe zou je anders kunnen leren tellen, dan op je vingers?

Maar om dus nu eerst mijzelf voor te stellen: ik ben Grote Bosuil, dat hadden jullie al gezien, en dit is mijn collega Mevrouw Postduif – van adellijke bloede, en ooit goede en oude bekende van de hertog en hertogin, aan wie we deze Bibliotheek te danken hebben –, haar hebben jullie ook al herkennend aangestaard zag ik, haha, hoewel ze dat niet fijn vindt hoor, als er zo naar haar wordt gekeken, en dan hebben we hier ook nog, ja kom maar tevoorschijn – hij verbergt zich altijd omdat hij van vestoppertje spelen houdt – kom erbij, we hebben je al gezien, ons oerwoud is nu ook weer niet zó dat je eindeloos van plek kunt wisselen zonder gezien te worden, juist ja, even voorstellen dus ook: hij is Vriendelijke Draak.

En wij, Grote Bosuil, Mevrouw Postduif en Vriendelijke Draak, heten jullie hier van harte welkom, want wij zijn van de welkomstcommissie (of gebruiken jullie nog steeds dat lelijke woord comité?). En jullie zijn hier dus in de Bibliotheek der Dieren en jullie zijn hier van harte welkom, dat hadden jullie denk ik al begrepen, ik had het ook al gezegd (maar herhaling is de beste leermeester, en daarom, en niet alleen omdat die wijsheid aan mij als Grote Bosuil gegeven is). Ik kan jullie vertellen dat we met een nieuw project bezig zijn – onze ambassadeur vliegmens Ejlis heeft voor jullie vast al een tipje van de sluier opgelicht, is het niet, en Ulf weet er alles van – maar we zijn echt trots dat we nu al zo ver zijn: we zijn bezig met de vertaling van alle werken van Toon Tellegen in dierentaal. En vertaling is dan natuurlijk niet zomaar een beetje vertalen, maar het gaat ons om echt ver-talen, als jullie begrijpen wat ik bedoel. Voor alsnog zullen onze ver-talingen alleen in de enige echte Bibliotheek der Dieren te lezen, te horen en te ervaren zijn. Wat dat betreft kun je ons vergelijken met de Bibliotheek van onvervulde Dromen, die ooit werd ingericht door Peter Manseau, een Joodse schrijver (je kunt straks even op naam en titel googlen mocht je hem niet kennen). Maar wat Toon Tellegen betreft: wij ver-talen zijn boeken zo dat hijzelf de hoofdpersoon is. ‘Het verlangen van de egel’ is bijvoorbeeld door Egel ver-taald en ‘De genezing van de krekel’ door Krekel. Dat levert prachtige ver-talingen op. Egel leert Toon omgaan met zijn eenzaamheid, en Krekel helpt hem zijn depressies te overwinnen. En wees welkom. Geniet van wat wij te bieden hebben. Hier in de foyer zien jullie ook een standbeeld, dat is Haas, ons grote voorbeeld, en nu dus vereeuwigd in dit beeld, hij was een haas met vleugels en vliegmens inéén, hij heette bij leven Anton Koolhaas.