Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.
(27) Een beetje verbluft schuifelen Jon en Silje door de deur… Ze kijken wat onzeker heen en weer, naar elkaar, naar de hertogin, naar de kapitein. De hertogin had zo’n spraakwaterval over hen heen laten komen, dat ze letterlijk even de weg kwijt zijn. Maar het schijnt toch echt de bedoeling te zijn dat ze door deze deur gaan, dus schuifelen ze toch maar een beetje door, steeds verder en verder. De hertogin kijkt het met een stralende lach na en wuift nog een laatste keer naar hen en dan doet ze de deur dicht…
Op het moment dat ze de deur dicht doet horen de hertogin en de kapitein een kuchje achter zich. ‘Ahum, dit is toch wel wat onfortuinlijk zeg…’ Hertog Leendert staat op de drempel van de werkkamer van hertogin Judith. Hij kijkt wat ongelukkig naar de deur waarachter zojuist Jon en Silje verdwenen zijn. ‘Ach, mijn beste hertog, hoe bedoelt u “onfortuinlijk”? Ik heb Jon en Silje weer een stukje verder op weg geholpen, dat is toch eigenlijk juist een goede daad?’ Met haar stralende lach kijkt ze de hertog aan. Die staat daar nog steeds op de drempel, met z’n handen in z’n zakken, wat heen en weer huppend van z’n ene naar z’n andere been. Hij is teleurgesteld, dat is duidelijk aan hem te zien. ‘Tja, toch wel onfortuinlijk eigenlijk, ik had Jon en Silje zo graag even gezien, echt, in levende lijve… misschien had het mij… ons?… wel kunnen helpen om weer terug te keren, uit dit verhaal, in ons eigen gewone leventje van het uitleggen van de verhalen van die Ene God, in persoonlijke ontmoetingen of in een preek. Maar steeds weer loop ik Jon en Silje mis. En nu, tja, nu laat jij ze gewoon door die deur gaan… en loop ik ze weer mis!? Ik had gehoopt, met mijn brief, je op andere gedachten te brengen, maar helaas…? Je hebt mijn brief wel ontvangen, toch?’ De hertog kijkt wat vertwijfeld naar het bureau waar het door hem beschreven perkament nog ligt. ‘Blijkbaar zit je liever vast in een verhaal, of in meerdere verhalen, dan dat je je bezig houdt met onze alledaagse taken?’
Nu is het de beurt aan de hertogin om vertwijfeld te raken. Haar stralende lach neemt wat af en ze kijkt schichtig naar Petronilla, die zich ook nog altijd in diezelfde ruimte bevindt. Die kijkt met grote vragende ogen terug en gauw kijkt de hertogin weer voor zich uit, zoekend naar woorden. ‘O, ja, nou ja, als je het zo bekijkt… zo had ik het nog niet bekeken… eerlijk gezegd had ik daar helemaal niet aan gedacht!? Ja, weet je, dat gebeurt nou eenmaal, als ik eenmaal in een verhaal zit, dan kom ik nogal moeilijk uit, zeker als het een beetje spannend is ofzo, of als er regelmatige plotwendingen zijn, of… of… nou ja, snap je? Ik had helemaal niet meer aan mijn gewone dagelijkse beslommeringen gedacht. Ja, nou ja, want dat is toch juist ook het mooie van verhalen, van literatuur, het helpt je om je fantasie te ontwikkelen om mee te kunnen leren leven, om je horizon te verruimen door al die nieuwe werelden die je kunt ontdekken.’ De hertogin haalt tussendoor eens diep adem. ‘Dit was misschien toch niet zo handig van mij he?’ Haar lach is verdwenen en bedremmeld staart ze naar de hertog.
Ondertussen zijn Petronilla’s ogen steeds groter geworden. Ze vraagt zich af wat hier nu eigenlijk aan de hand is. Maar nuchter, praktisch en avontuurlijk als ze is, begint zich langzaamaan een oplossing te vormen in haar gedachten. ‘Zeg, mijn beste hertog en mijn beste hertogin’, begint ze, ‘uw problemen lijken me toch heel eenvoudig opgelost te kunnen worden? Blijkbaar hebt u, op de een of andere manier, Jon en Silje, die net nog hier waren, nodig voor het vervolg van uw leven. Welnu, wat houdt u beiden tegen om door dezelfde deur als Jon en Silje te gaan?’
Blij verrast kijkt de hertogin op. ‘Petronilla, wat een uitmuntende oplossing van jou! Geweldig! Zeg, mijn beste hertog, wat vind jij daarvan? Zullen we het er op wagen? Nog een keer? Nog een deur? Nog een avontuur misschien? In ieder geval een nieuwe poging om ons leven van weleer weer te hervinden?’ Vol verwachting kijkt ze naar de hertog. De hertog doet nog net alsof hij er even over na moet denken, maar aan de twinkelende lichtjes in zijn ogen ziet de hertogin dat hij best ook door deze deur zou willen gaan. Petronilla doet de deur open en kijkt uitnodigend naar de hertogin. De hertogin maakt op haar beurt een sierlijke buiging voor de hertog en lacht ‘na u!’. Grinnikend stapt de hertog door de deur, op de voet gevolgd door de hertogin.
















