Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Leendert van der Sluijs.
(18) Tijdens de maaltijd wordt er niets gezegd. Ze laten het zich goed smaken en Jon en Silje lijken helemaal in hun eigen gedachten op te gaan. Ook Petronilla zegt niets. Af en toe kijkt ze even onderzoekend naar die twee. Wat hebben ze al veel meegemaakt, en wat staat ze nog te wachten? Petronilla zou Petronilla niet zijn als zij niet vliegensvlug alle mogelijkheden scant en dus overziet en dus de kaarten schudt waarmee het kaartenhuis van hun verhaal niet in elkaar stort, maar juist des te steviger in weer en wind het eigen huis zal zijn waarmee wel een heel dorp of zelfs stad gebouwd zou kunnen worden, inclusief vestingmuren, onaardse kelders en gangen, en het zal niet meer weg te denken zijn uit de geschiedenis van mensen die een klein beetje meer durven te denken dan alleen de overgeleverde logica van hoog en laag en van a naar beter. Nee dit huis doorstaat alles. Het kan immers met alles meebewegen. De wereld kan niet zo geschud of geschokt worden of de kaarten vertellen hun eigen verhaal, eventueel verstrooid, maar nooit door op te houden een verhaal te vertellen dat de wereld als zodanig tot een huis maakt, met misschien oneindig veel kamers en deuren, gangen en kieren, maar daarom dus – wie zijn of haar oor maar te luisteren legt daar waar maar iets te horen valt, zal veel te vertellen hebben, door te vertellen, door te vertalen, te hertalen desnoods.
Zo ook nu. Precies tegelijk schuiven Petronilla, Jon en Silje hun borden van zich af. Genoeg gegeten. Was het lekker? Het was heerlijk. Welk cijfer geef jij? Ik geef het een 9, het zou een 10 zijn als er ook een toetje zou zijn dat in m’n maag zou passen maar ’t kan er echt niet meer bij. Ik geef het ook een 9, om dezelfde reden. En ook Petronilla is het er roerend (en beetje boerend) mee eens.
- Maar Silje, zegt Jon, nu heb ik toch wel een vraag: wat is er met het boek gebeurd? – Hoezo? zegt Silje. Nou ik weet het niet hoor, maar zo te zien ben je een deel kwijtgeraakt. Hoe bedoel je dat? Nou, als ik zo naar het boek kijk, is er precies in het midden een heel stuk uitgehaald. Precies tegelijk kijken Silje en Petronilla naar het boek, terwijl Jon met zijn vinger de richting wijst. Het boek ligt gewoon dicht op tafel, maar inderdaad: precies in het midden van de bladzijden kiert een opening, als een openstaande deur waar je niet naar binnen zou durven omdat het er zo donker is. Verbaasd pakt Silje het boek op en doet het in het midden open, zodat de deur verdwijnt en ook het donker en wie is er bang voor Virginia Woolf? Onderaan links op blz.100 staat te lezen: ‘Ademloos loopt ze langs de ramen en kijkt haar ogen uit.’ En even daarvoor: ‘De afbeeldingen op de glas in lood ramen zijn haar maar al te bekend!’ Maar na dus de ademloos-zin gaapt er een leegte. Het lijkt alsof het boek is gebombardeerd. Er is een gat in geslagen. De bladzijde rechts is blz. 124. Op die bladzijde staan bovenaan deze zinnetjes en een zin: ‘He, Silje! Hallo, Silje! Herken je me niet?? Geschrokken draait Silje zich om, die stem komt haar wel heel bekend voor…’
Silje wat is er gebeurd? Kun je je dat herinneren? Er zijn 23 bladzijden uit… Jon heeft zijn stoel naar achteren geschoven, alsof hij terugdeinst, alsof hij wil weglopen. Silje zegt hij, wij hebben het hier weleens eerder over gehad, dat je in de toekomst kunt kijken door in een boek al achterin te kijken, het laatste hoofdstuk of het slot, daar mag je niet kijken, want zover ben je nog niet, maar toch wil je graag weten… Silje? Dat wij hier nu aan deze tafel zitten, op blz. 125, dat is volgens het boek iets van de toekomst! Want eigenlijk ben jij bij blz. 100 gebleven.., en daarna.. Wat gebeurde erna?! Wat gebeurde er tijdens die 23 bladzijden die wég zijn?! Het doet mij denken aan een oud lied, een hymne, een psalm, of hoe het ook heet.. Al ga ik door een donker dal… Silje, er is een gat geslagen in het boek, het lijkt wel gebombardeerd – en nu ik deze woorden zeg lijkt het wel alsof die woorden al eerder geschreven zijn, is dus wat ik zeg een soort echo, en misschien is dat wel zo, dat alle dingen die gebeuren een echo zijn van eerdere dingen, maar dat betekent dus ook dat dat wat we nu horen iets van de toekomst is, de toekomst die begon met wat eerder plaatsvond, begrijp je wat ik bedoel?
Silje knikt. Ja, zegt ze. Eigenlijk is ons verhaal nog niet het verhaal van deze tafel en dat we hier zitten en dat ik je weer ontmoet heb en dat ik je weer terug heb.. Alleen u, mevrouw Petronilla, u bent altijd dezelfde. U was er op bladzijde 100, en al eerder, en misschien al veel eerder, ja eigenlijk altijd al. En nu, op deze bladzijde van ons verhaal bent u er ook. Weet u misschien waar we zijn gebleven? Ik herinner me nu iets van een donkere kamer (toch niet die van Damocles! – roept Jon), een gevangenis leek het wel.. en ik zag Ole in een kooi… Maar voordat ik terug ga, eerst wil ik nog aan jullie vragen: waar is Thomas? Wat is er met hem gebeurd?
















