Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.
(15a) Van schrik laat Silje zich op de grond vallen. Langzaam sterft het geluid van de sirene weg. Voorzichtig tilt Silje haar hoofd op om te kijken waar die drie roofvogels gebleven zijn… niets, ze ziet niets. Waar zijn ze gebleven? Wat gebeurde er nou eigenlijk zonet? In gedachte gaat ze terug en langzaam, als in een film, laat ze voorbij gaan wat er net allemaal gebeurde. Ole… het boek… het vreemde en onbekende Oslo… de deur die er ineens niet meer was… Ole waarschuwde haar, ze hoorde het, één blaf, precies zoals ze ooit afgesproken hadden! En nu, waar was ze nu weer beland? Zonder Ole… en zonder Jon! Waar zou Jon zijn? Hoe zou het met hem gaan? Zou ze hem ooit weer zien? Ze voelt zich ineens zo alleen, zo verdrietig, hoe moet het nu verder?
Silje… Silje! Silje, lieverd, je moet niet blijven liggen nu, de roofvogels hebben je gezien, we hebben niet veel tijd meer. Kom op nu, opstaan! Je moet verder, ik zal je de weg wijzen, je bent niet alleen. Als Silje haar hoofd optilt kijkt ze in een prachtig gezicht omlijst met prachtige lange rode haren. Wie b…bent u? De vrouw kijkt haar glimlachend aan en reikt haar de hand, ik ben Petronilla, de eerste vrouwelijke ridder. Silje kijkt haar schaapachtig aan, en krabbelt voorzichtig overeind, met hulp van Petronilla. Even staan ze tegenover elkaar en kijken ze elkaar aan. Dan haalt Petronilla diep adem en zegt, Silje we moeten nu echt gaan, geen tijd te verliezen. Nogmaals, de roofvogels hebben je gezien en het zal niet lang meer duren voor ze terug komen. Kun je paardrijden? Silje kijkt Petronilla met open mond aan. Maar… hoe dan?… en waar is Ole?… en wie zijn die roofvogels?… Lieve Silje, ik begrijp dat je veel vragen hebt, zegt Petronilla, maar daar hebben we nu geen tijd voor. Ik heb mijn twee snelste paarden mee, Abhaya de onbevreesde en Baldur de dappere, kom nu Silje, straks is er tijd voor al je vragen.
Petronilla zet Silje met groot gemak op Abhaya en springt zelf met een soepele beweging op Baldur en met een strijdkreet spoort ze beide paarden tegelijk aan. Silje kan zich net op tijd vastgrijpen aan de manen van Abhaya. Ze weet niet zo goed hoe ze dit moet doen, ze wil Abahya geen pijn doen, maar als ze zich niet heel stevig vasthoudt valt ze. Ze heeft ooit een keer eerder op een paard gezeten, maar toen was ze nog klein, zat ze netjes op een zadel en liep er een begeleider naast het paard. Dat vond ze toen al spannend. Maar nu gaat ze in vliegende vaart, zich vastklampend aan Abhaya, ze heeft niet eens de kans om het landschap in zich op te nemen. Waar zijn ze? Waar gaan ze naartoe? Schuin voor zich ziet ze Petronilla op Baldur, heel doelgericht zijn ze op weg met een adembenemende snelheid. Silje wil wel roepen, maar de snelheid ontneemt haar de adem en ze besluit dat ze zich maar beter concentreren kan op het blijven zitten op Abhaya, daar heeft ze al haar kracht en al haar wilskracht voor nodig.
En dan ineens mindert Petronilla vaart met Baldur en als vanzelf mindert ook Abhaya vaart. Eindelijk kan Silje een beetje op adem komen. Ze wil net wat zeggen tegen Petronilla als zij zich waarschuwend omdraait en een vinger op haar lippen drukt. De strenge blik van de ridder maakt dat Silje spontaan stil blijft en al haar vragen toch nog weer even inslikt. Stapvoets gaan de paarden verder, voorzichtig, in vertrouwen op hun ridder, vrouwe Petronilla, die de weg wel weet, zoals altijd. Ze gaan verder, dwars door het struikgewas, zo lijkt het in ieder geval. En dan volgt er ineens rotsachtige bodem en als Silje opkijkt ziet ze dat ze voor een groot kasteel staan, helemaal uitgehouwen uit een rots. Silje ziet hoge uitkijktorens waarmee de bewoners van het kasteel alle wegen rondom het kasteel in de gaten kunnen houden. Petronilla stijgt van af van Baldur en, bijna als een gelijke, loopt Baldur met haar mee. Silje zou dit voorbeeld wel willen volgen, maar ze heeft zich zo verkrampt vastgehouden aan Abhaya dat het haar gewoonweg niet lukt om haar manen los te laten en zich van haar rug af te laten glijden. Petronilla kijkt achterom en zegt, het is al goed Silje, hier zijn we veilig, blijf maar even rustig zitten, Abhaya neemt je wel mee. En zo naderen ze de ingang van het kasteel. De hefbrug wordt neergelaten en over de brug gaat Silje met Petronilla mee het kasteel binnen.
















