Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een feuilleton van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Een vervolgverhaal dat met een briefwisseling begon… Vandaag schrijft ds. Judith Visser.
(13a) Opgelucht door de vriendelijkheid van de monnik gaan de kinderen met hem mee naar binnen. Jon mompelt tegen Silje, wat is dat toch met die warme chocolade? Iedere keer komt het weer op ons pad en iedere keer gebeurt er dan iets vreemds… Wat staat ons nu weer te wachten? Silje giechelt een beetje zenuwachtig, want Jon heeft inderdaad gelijk. Maar ze lopen toch achter de monnik aan. Ze volgen hem door de grote poort van het klooster en komen op een prachtige binnenplaats uit. De binnenplaats is bestraat met kasseien, en in het midden staat een grote waterput, het ziet er allemaal zo rustig en vredig uit. Ze volgen Thomas door de kloostergang rond de binnenplaats op weg naar de kloosterkeuken. Zwijgend lopen ze door de gangen, de monnik zwijgt en dus zwijgen de kinderen automatisch mee. Maar eenmaal in de kloosterkeuken begint Thomas weer te praten, hij heeft veel te vragen en ook veel te vertellen. Deze kinderen zijn toch wel een wonderlijke verschijning voor hem, wat moet hij hier nu van maken? Wie zijn ze, waar komen ze vandaan? Hoe komen ze aan die perkamentrol? Was het werkelijk een vogel-man die hen dat gaf? En waar staat dan zo’n bord met welkom in de 14e eeuw? Het duizelt hem van de vragen en de kinderen weten helaas niet overal antwoord op. Maar het maakt de monnik niet uit, hij weet nu eindelijk de betekenis van zijn naam Quartier! Of althans, hij denkt het nu te weten. Kwartier maken! Hij zal zorgen voor deze kinderen, dat zij onderdak krijgen, dat ze gevoed worden, dat er gewoon goed voor hen gezorgd wordt. En terwijl hij vraagt en vertelt pakt hij alles wat hij nodig heeft om dat verrukkelijke drankje – cho-co-la-de- te maken. En uiteindelijk heeft hij drie eenvoudige mokken gevuld met de verrukkelijke warme drank. Tevreden kijkt hij naar de kinderen en biedt hen ieder een mok aan.
Jon en Silje pakken allebei een mok aan, maar drinken er niet direct uit, allebei hebben ze nog zo hun twijfels. Vragend kijkt de monnik hen aan. Jon en Silje kijken terug naar hem en dan weer naar elkaar. Jon kijkt nog eens in zijn mok en weer terug naar Silje. Silje haalt haar schouders op, maakt een proostend gebaar met haar mok en neemt een slok. Met ingehouden adem kijkt Jon naar Silje om te zien wat er gaat gebeuren… niets… Silje kijkt Jon grijnzend aan met een enorme chocolademelksnor boven haar mond. Niks aan de hand toch? lacht ze en neemt gauw nog een slok. Jon lacht ook en zet de mok aan zijn mond. Enigszins verward kijkt Thomas naar de kinderen, dan haalt hij zijn schouders op en drinkt samen met hen de warme chocolade op. Alledrie voelen ze een warme gezelligheid in de kloosterkeuken.
Welnu, zegt Thomas na enige tijd, we zullen eens op zoek gaan naar een verblijfplaats voor jullie. Het zal eenvoudig zijn, we zijn immers in een klooster, maar het zal voldoende zijn. En dan kunnen we eens rustig de tijd nemen om te overdenken wat de betekenis is van jullie perkamentrol en hoe die in jullie bezit is gekomen. Zwijgend lopen ze weer door de kloostergangen, ditmaal zijn ze op weg naar het gastenverblijf. Jon en Silje krijgen hun eigen kamertje, waarin een bed staat, een tafel en een stoel. Op de tafel staat een kaars, voor als het donker wordt. Het is niet veel, maar het is goed. Nu ze weten waar ze mogen overnachten neemt Thomas hen mee naar de bibliotheek, want als je antwoorden zoekt op wonderlijke vragen lijkt de bibliotheek je meestal een heel eind op weg te kunnen helpen. En wat een bibliotheek hebben ze in het klooster!! Als ze de ruimte binnen stappen zien ze eindeloze rijen kasten vol met boeken. Hoe ver ze ook kijken, het gaat maar door!? Maar… hoe kan dat nu eigenlijk? Ze zijn toch in de 14e eeuw? De boekdrukkunst is toch nog niet ontdekt? Alles wat op schrift staat, op perkamentrol eigenlijk, is met de hand geschreven. En ze zien ook wel perkamentrollen liggen, heel veel zelfs… maar ook boeken. De kinderen lijken de monnik vergeten te zijn en beginnen langs de boekenkasten te lopen, perkamentrol na perkamentrol… maar ook boek na boek… Jon? zegt Silje, hoe kan dat nou? Begrijp jij er nog wat van?

















