Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een Corona-briefwisseling van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Hun vragen zouden zomaar ook uw/jouw vragen kunnen zijn. Hun antwoorden misschien eye-openers… Vandaag antwoordt ds. Judith Visser.

Ha Leendert, beste collega en vragensteller!

Wat een lofzang op jouw locale krant. Dat schept hoge verwachtingen. Ik ben ook tevreden met onze locale Barneveldse krant, daar vind ik ook nog zo nu en dan wat gedachtespinsels uit jouw pen, toch? Zou de Barneveldse een beetje in de buurt van de Nijkerkse komen?

En toch ben ik blij dat Shakespeare de Stad Nijkerk niet tot zijn beschikking had. Nu hebben we tenminste Hamlet. En eerlijk is eerlijk, ik lees toch liever literatuur dan de krant. Maar misschien moet ik eens jouw Stad Nijkerk lezen!

Ik moest bij jouw hoge waardering van jouw krant denken aan een meneer die ik eens jaren geleden bezocht had. Hij was in het bezit van een boekje genaamd: ‘Het boek met alle antwoorden’, wat een bijzondere titel he. Hij daagde mij uit tot het stellen van een vraag, het maakte niet uit welke vraag. Ik kan me de vraag niet meer herinneren en het antwoord al evenmin, maar dat het werkelijk waar nergens op sloeg kan ik me nog wel herinneren, ik krijg er nog de lachkriebels van (maar ja, die krijg ik snel, dat weet je inmiddels wel). Een loze vraag en een loos antwoord en de reactie van de beste man was ‘nou, zie je wel!’ De verbazing zal van mijn gezicht af te lezen zijn geweest.

Toch is dit voorval mij bijgebleven en moet ik er bij jouw brief ook weer aan denken. Er is iets met het spel van vraag en antwoord. Hebben alle vragen een logisch antwoord nodig? Hebben alle vragen een sluitend antwoord nodig? Zijn alle vragen zinvol? Voegen alle antwoorden daadwerkelijk iets toe? Jij vindt antwoorden een beetje spannend, maar vragen zijn eigenlijk ook wel een beetje spannend…

Je noemt mijn brief een antwoordenbrief. Daar heb ik een poosje over na moeten denken. Je begon ook al wat ongeduldig te appen waar mijn brief bleef (is uiteindelijk goed gekomen he). Ik moest er over nadenken, omdat ik vind dat vragen stellen ook heel belangrijk en goed is. Ik heb me zelfs eens laten vertellen dat het een belangrijk kenmerk is van de Joodse leermethode. Geen ellenlange verhalen van een lera(a)r(es) aan haar(zijn) leerlingen, maar gewoon ‘stel vragen, zodat je kunt leren’. Ik zie jou al in de schoolbanken zitten, ongeduldig wiebelend op je stoel, vinger omhoog, klaar om jouw lawine aan vragen uit te storten… Als ik ook in diezelfde schoolbanken zou zitten, zou ik, vrees ik, met grote ogen stil blijven. Want waar moet ik beginnen, om mijn lawine aan vragen los te kunnen wrikken? Waar jij schrijft dat je wat angstig bent voor antwoorden, ben ik misschien wat angstig voor vragen. Ik zou denken dat je toch ook antwoorden nodig hebt om tot vragen te kunnen komen? Anders zou ik vooral bang zijn om de verkeerde vragen te stellen. Maar vrees niet, de antwoorden die ik opschrijf zijn nooit absoluut hoor! Eigenlijk denk ik dat elk antwoord een opstapje moet zijn voor de volgende vraag. Bouwen we zo onze kennis niet op? Dat kan niet met alleen maar vragen, en ook niet met alleen maar antwoorden.

Wat een leuk idee weer, zo samen in de schoolbanken, heb je elkaar gewoon nodig. De vragensteller en de antwoorder, beantwoorder vind ik dan niet zo’n passend woord, omdat het dan te veel lijkt of je toch ‘het definitieve antwoord’ geven kunt en dat is er niet, denk ik. Ach en beide woorden worden door mijn spellingscontrole afgekeurd, dus ik kies voor antwoorder. En, weer even terug naar die schoolbanken, je zit er nooit in dezelfde rol, de ene keer stel je vragen en de andere keer geef je antwoorden.

Maar nu is mijn schrijfruimte op… en vraag ik mij af, heb ik Leendert nu wel een of meerdere echte vragen gesteld? Ik laat het antwoord aan jou! Ja ja, het doet een mens goed zo nu en dan zijn (haar) angsten tegemoet te treden.

Hartelijke collegiale groet, en ik kijk uit naar je antwoord,

Judith