Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een Corona-briefwisseling van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Hun vragen zouden zomaar ook uw/jouw vragen kunnen zijn. Hun antwoorden misschien eye-openers… Vandaag antwoordt ds. Leendert van der Sluijs.

Ehm Judith,

help! Ik denk dat het paard is doodgegaan. Het paard van Lewis! Het kon er niet meer tegen. Ze wilden allemaal hoog te paard, katholieken, hervormden, gereformeerden. De katholiek had een eigen krant, de hervormde een eigen brood- en koekenbakker en de gereformeerde een eigen partij voor politieke dagen en doeleinden. Zij groepeerden zich. D.w.z. zij groepten niet met elkáár samen, maar allen tegen iedereen afzonderlijk. Zo groepeerden zij. Een slimmerik merkte erbij op dat sinds die tijd paarden peerden werden, omdat zij dus groepeerden. De edele dieren behielden hun hoofd en hun benen, maar zoals al genoteerd, zij dus wilden hoog te paard. Het fenomeen werd Verzuiling genoemd. Zo rezen zij op. Als zuilen. Maar ach, wat werd ieder ongelukkig. De katholiek werd ziek, de hervormde verarmde en de gereformeerde deed het vooralsnog niet slecht, maar wist van betere tijden. 

Desalnietteminder of -meer bleef het paard op de been. Het liet zich berijden met teugels als vleugels. Tot op een dag de teugels niet meer werden gevonden en men moest rijden naar eigen beste kunne. Toen geschiedde hetgeen jij, Judith, in beeld hebt vastgelegd: elk rekende het paard tot zijn bezit en haastte zich den rug toe te eigenen – het werd vallen, of ter linker- of ter rechterzijde, – eindeloos vallen werd het, tot geen groep katholieken, hervormden, gereformeerden meer bestond, letterlijk, zij vielen zoveel dat zij uit-één vielen. 

Maar het paard leefde nog. Het at nog. Het zette nog een stap of wat. Maar zonder eigenaar het paard het paard laten, dat wil niemand. Ieder op zichzelf maakte aanspraak op de rug en op de rit. Steeds één voor één. Maar het ongeluk bleef. Wie ter linkerzijde viel zou ook ter rechterzijde hetzelfde lot beschoren zijn. Overeenkomstig jouw waarneming, Judith, geheel naar waarheid. 

Met deze waarneming de blik gescherpt blijkt dat ook elke eenling, rechts van het paard, niet zonder bubbel kan, links van het paard. Dit bracht teweeg dat men het paard in het oor fluisterde over appgroepen, chatrooms en wat dies meer zij. Dat werd het paard teveel. Nu is het dood. Het paard dat toch bedoeld was een hij – een hengst – te zijn, of een zij – een merrie. Maar als een paard paard moet zijn of peerd, en meer is het niet weerd, dan alleen om in uitersten te vervallen en zij die hoog willen gaan te doen sneven, moet het paard het uiteindelijk begeven. 

Dit is een verdrietige zaak. Ware het niet dat in Troje een uitvinding is gedaan: al was het paard van hout, het werd niet oud, integendeel: het paard heeft de overwinning gebaard. Een nieuw wij werd geboren. Niet wij tegenover zij. Maar wij zijn wij. Niet ons kent ons, maar ons kent iedereen. En het paard? Het paard kreeg weer vleugels.

Collegiale groet met hartzeer,

Leendert