Elke week twee keer domineespost als flessenpost op deze site, op dinsdag en vrijdag: een Corona-briefwisseling van de twee Veense dominees Judith Visser en Leendert van der Sluijs. Hun vragen zouden zomaar ook uw/jouw vragen kunnen zijn. Hun antwoorden misschien eye-openers… Vandaag antwoordt ds. Leendert van der Sluijs.

Ha Judith,

Is het een vraag, is het een vraag? Dit zou een geweldig liedje kunnen zijn! Ta-dam ta-dám, ta-dam ta-dám! Jij vraagt aan mij of je vraag als vraag genoeg vraag is om vraag te zijn en zo als vraag een vraag die vraagt om iets dat wordt gevraagd. Begrijp ik je zo goed? (dat is mijn vraag) Mijn antwoord is een antwoord zoals een antwoord antwoord moet zijn: ja je vraag is vraag (en zo is mijn antwoord antwoord 😉). Maar alle gekheid op een stokje: je vraag is een spannende vraag!

Mag je wat jij denkt als dominee denken???

Poeh… En nu verwacht je van mij dus een antwoord?!

Mijn antwoord heeft twee letters: ja.

Omdat je vraag een lange vraag is, of in ieder geval één met een lange aanloop (en dat zijn altijd de beste), zal ik hem even samenvatten: IS HET WAAR DAT ALS JE JEZELF LEERT KENNEN, DAT JE DAN OOK GOD LEERT KENNEN?

Wow! Als het antwoord ja is (en het is ja), betekent dat dus nogal wat! Je bent óf een vreemde voor jezelf óf je bent geen vreemde meer voor jezelf en dan heb je God ontmoet. Ik weet niet of iedereen hier blij van wordt. Dan hebben we in onze samenleving dus twee soorten mensen: vreemdelingen en gelovigen, en nee die vreemdelingen zijn geen allochtonen, het zijn autochtonen.

Pfff Judith, hoe komen we hieruit? Misschien dat je nu denkt: stel ik gewoon een vraag, zet ik gelijk de hele wereld op z’n kop… Tja. Het is zo. Het zij zo. Het is niet anders.

Weet je wat het is? Jij vraagt niet naar de bekende weg, maar naar de ónbekende.

Ik kan niet meer doen dan je vraag omzetten in een antwoord: Ja, wie zichzelf leert kennen, leert Gód kennen. Er is geen dominee die dit durft te preken. Want als je dit zou gaan preken dan heb je een preek nodig die ik weet niet hoe lang moet duren, voor het juiste besef. Eerst bij jezelf en dan bij je hoorders.

Iemand die er een held in was (maar hij hoefde er dan ook niet over te preken), is C.S. Lewis. Hij schreef in een brief in datzelfde spoor van denk-niet-aan-God-hoog-in-de-hemel-maar-aan-God-dichterbij-dan-iemand-ooit-kan-komen: ‘Onze gebeden zijn in feite Gods gebeden: Hij spreekt tot zichzelf door ons.’ Het is Gód die bidt! Dus kijk uit met elk gebed, ook met elk schietgebedje, want je komt God erin tegen. Ja, wie zichzelf leert kennen, leert God kennen. Wie zichzelf eerlijke vragen stelt, hoort God vragen stellen. Wie zichzelf durft te zijn, met al het lek en gebrek, vindt God als beste vriend, liefdevolle vader en één die als een moeder is: ze begrijpt je altijd.

In deze traditie van Judith en Lewis staat, inmiddels verontruste lezers, ook kerkvader Augustinus. Hij noemt God ‘U hoger dan mijn hoogste hoogte, mij dichterbij dan ik mijzelf’. Kom ik dus dichterbij mijzelf (Judith, jij noemt dit heel terecht jezelf léren kennen), kom ik dichterbij God.

En hee, jullie hebben het van géén vreemde(!), er is al een dichter van een oude psalm die het zo durfde zeggen: ‘Heer, die mij ziet zoals ik ben, dieper dan ik mijzelf ooit ken’. Een zinnetje uit de Bijbel zelf!

Dank voor je stoutmoedige vraag Judith! Een onbehoorlijke domineesvraag, maar wel een echte!

Hartelijke collegiale groet,

Leendert