Sommige weken lijken het hele leven samen te vatten. Vreugde en verdriet. Hoop en zorgen. Bouwen en afscheid nemen. De afgelopen dagen waren daar misschien wel het mooiste voorbeeld van. Terwijl de gemeente trots bekendmaakte dat er vorig jaar 428 woningen zijn opgeleverd, boeren met hun tractoren de A28 opgingen uit onvrede over de stikstofplannen en vrijwilligers van de Voedselbank kratten vol levensmiddelen in ontvangst namen, bleef mijn gedachte steeds teruggaan naar één man: Ds. Daan Riemens.
Wegens gezondheidsredenen was ik veroordeeld tot de livestream van zijn afscheidsdienst in de Kruiskerk. Natuurlijk is dat anders dan zelf in de kerk aanwezig zijn. Je mist de gesprekken, de handdrukken en de stilte die je alleen in een volle kerk kunt voelen. Maar zelfs via een beeldscherm was zichtbaar hoeveel deze man voor Nijkerk en Nijkerkerveen heeft betekend.
De kerk zat vol. Niet alleen met gemeenteleden, maar met mensen die hem in de afgelopen veertig jaar hadden leren kennen tijdens een huwelijk, een uitvaart, een doopdienst of een pastoraal bezoek. Dominee Van der Klis schetste een beeld dat me raakte. Ds. Riemens was een toegewijde echtgenoot, vader en opa. Een pastor die luisterde voordat hij sprak. Een verbinder die over kerkmuren heen keek. Maar boven alles was hij, zoals Van der Klis het noemde, een ‘dienaar van het goddelijk Woord’. Christus stond centraal in zijn leven én in zijn prediking.
Misschien was dat wel de rode draad van deze week. Op allerlei plekken zag ik mensen die, vaak zonder veel aandacht te vragen, bouwen aan een gemeenschap. Vrijwilligers van de Voedselbank stonden bij Jumbo Veltink klaar om producten in ontvangst te nemen. Komende week trekken leerlingen van Aeres VMBO de wijken in om opnieuw levensmiddelen in te zamelen en tegelijkertijd het gesprek aan te gaan over voedselarmoede. Het Odensehuis ontving een prachtige donatie van 20.000 euro om mensen met dementie en hun naasten te blijven ondersteunen. De nieuwe leescoalitie ‘Heel Nijkerk Leest’ wil ervoor zorgen dat lezen weer net zo vanzelfsprekend wordt als fietsen. Ik vond het overigens jammer dat de media niet welkom was bij de aftrap. Juist dit soort initiatieven verdienen het om gezien te worden.
Ondertussen blijft Nijkerk letterlijk groeien. De woningbouw draait op volle toeren. In Paasbos zijn de plannen voor een compleet vernieuwde wijk definitief geworden. Ook bij de Vredeskerk worden woningen gebouwd om een markant kerkgebouw voor de toekomst te behouden. Volgende week krijgt de gemeente bovendien een nieuw college. Nieuwe gezichten, nieuwe portefeuilles en nieuwe keuzes die richting zullen geven aan de komende jaren. Maar de week liet ook een andere kant zien. Dinsdagavond reden tientallen tractoren over de A28 richting De Schakel. Binnen werd gesproken over stikstofmaatregelen, buiten maakten boeren duidelijk dat zij vrezen voor het voortbestaan van hun gezinsbedrijven. De verschillen lijken soms groot, maar uiteindelijk gaat ook daar dezelfde vraag onder schuil: hoe zorgen we ervoor dat onze gemeenschap leefbaar blijft voor volgende generaties? Zelfs de open dag van Brandweer Zwartebroek vertelde eigenlijk hetzelfde verhaal. Honderd jaar vrijwilligers die klaarstaan voor een ander. Kinderen die met grote ogen naar de brandweerwagens kijken, terwijl achter die voertuigen mannen en vrouwen schuilgaan die midden in de nacht hun bed uitkomen als de pieper gaat. Geen helden volgens henzelf. Gewoon mensen die iets voor een ander willen betekenen.
En toen kwam zaterdagavond.
In Theater De Flint vierde Badabounce haar twintigjarig bestaan. Natuurlijk zag ik schitterende choreografieën, honderden dansers, prachtige kostuums en een publiek dat minutenlang bleef applaudisseren. Maar wat mij het meest raakte, stond niet in het draaiboek. Twintig jaar geleden begonnen Jantina en Jarno Klompenhouwer met een dansschool van 33 leden. Ze bouwden geen onderneming. Ze bouwden een tweede thuis. Een plek waar kinderen leren dansen, maar vooral leren geloven in zichzelf. Waar verlegen kleuters uitgroeien tot docenten. Waar ouders elkaar na twintig jaar beter kennen dan sommige familieleden. Waar ‘Badabounce-oma’ op haar bijna 84ste nog altijd kostuums vermaakt en waar een nieuwe generatie alweer opgroeit tussen de muziek en de spotlights. Ineens zag ik de overeenkomst met de afscheidsdienst eerder die week. Twee totaal verschillende werelden. Een predikant op de kansel en twee dansdocenten in een theater. Maar uiteindelijk draait het om precies hetzelfde. Niet om gebouwen, functies of applaus. Wel om de mensen die je onderweg hebt geraakt.
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les van deze week. Gebouwen kun je neerzetten. Beleidsstukken kun je schrijven. Protesten komen en gaan. Maar een gemeenschap wordt gebouwd door mensen die zich jarenlang, vaak bijna geruisloos, inzetten voor anderen. Door vrijwilligers, leraren, brandweermensen, mantelzorgers, boeren, predikanten en dansdocenten. Want choreografieën vervagen. Muziek verstomt. Spotlights doven. Maar een kind dat zich gezien voelt, een gemeentelid dat zich gehoord weet of een gezin dat dankzij een voedselpakket weer even vooruit kan… dat draag je de rest van je leven met je mee. En misschien is dát wel de mooiste nalatenschap die een mens kan achterlaten. Tot volgende week.
Aalt.

















