Sommige avonden zijn niet in woorden te vangen. Je kunt vertellen hoeveel dansers er op het podium stonden. Hoe mooi het licht was. Hoe strak de choreografieën waren. Hoe vaak het publiek applaudisseerde tijdens de twee jubileumvoorstellingen van Badabounce in Theater De Flint. Maar daarmee vertel je nog niet wat er zaterdag écht gebeurde. Want zaterdag werd niet alleen gedanst. Er werd een levenswerk gevierd.

Twintig jaar geleden zette Jantina Klompenhouwer haar handtekening onder een dansschool die nog maar 33 leden telde. Een sprong in het diepe. Geen garantie op succes, geen uitgewerkt businessplan. Alleen een droom. Een droom waarin ieder kind ertoe doet. Waar niemand een nummer is. Waar je niet alleen leert dansen, maar ook leert geloven in jezelf. Wie had toen kunnen bedenken dat die droom zou uitgroeien tot een familie van 346 dansers? En misschien is ‘familie’ nog wel het mooiste woord dat bij Badabounce past. Dat zie je niet terug op een ledenlijst. Dat voel je. In de blik van een klein meisje dat vlak voor haar eerste optreden nog even de hand van haar docent zoekt. In de puber die ooit onzeker binnenkwam en nu zelf lesgeeft aan de volgende generatie. In ouders die al twintig jaar langs de lijn staan en elkaar inmiddels beter kennen dan sommige familieleden.

En midden tussen al die mensen staan Jantina en haar man Jarno Klompenhouwer. Niet op afstand. Niet verscholen achter een bureau. Maar tussen hun dansers. Meegenietend. Meelevend. Soms corrigerend. Vaak trots. Altijd betrokken. Want Badabounce is nooit alleen hun werk geweest. Het is hun leven geworden. Ze maakten hoogtepunten mee die je iedereen gunt. Maar ook momenten waarop alles leek weg te vallen. Corona. Buitenlessen in de vrieskou. Eindshows die niet door konden gaan. De sluiting van Nautilus, waardoor ze in drie maanden tijd een nieuw thuis moesten vinden voor honderden dansers. Het waren momenten waarop stoppen misschien wel de makkelijkste keuze was geweest. Maar opgeven paste niet bij hun droom. Omdat je een familie niet achterlaat.

Dat zie je ook terug in de kleine verhalen die misschien wel veel groter zijn dan alle danspassen samen. De moeder van Jantina, inmiddels bijna 84 jaar, die nog steeds kostuums vermaakt voor de shows. Liefkozend ‘Badabounce-oma’ genoemd. Hun zoon Olivier-Jax, die opgroeit tussen de dansers en inmiddels zelf de eerste stappen op het podium heeft gezet. Dan besef je ineens dat Badabounce niet alleen kinderen heeft zien opgroeien. Badabounce is zélf opgegroeid. Misschien was dat wel het meest ontroerende aan deze zaterdag. Er stonden jonge kinderen op het podium, maar ook docenten die ooit als kleuter bij Jantina begonnen. Twintig jaar geleden met knikkende knieën hun eerste dansje. Nu zelf degene die een nieuwe generatie leert dat fouten maken mag, dat plezier belangrijker is dan perfectie en dat applaus pas echt mooi klinkt als je het samen verdient. Dat krijg je niet met een lesrooster. Dat bouw je met liefde.

Toen aan het einde van de voorstelling alle dansers samen op het podium stonden, zag je meer dan een jubileumfoto. Je zag duizenden uren voorbereiding. Honderden kostuums. Ontelbare autoritten naar repetities. Tranen van teleurstelling. Tranen van geluk. Je zag verjaardagen die plaatsmaakten voor repetities, vakanties die om danskampen werden gepland en ouders die jarenlang langs de kant zaten. Twintig jaar samengebald in één moment. Het applaus leek minutenlang niet te stoppen. Misschien applaudisseerden de mensen niet alleen voor de prachtige show. Misschien applaudisseerden ze wel voor twee mensen die twintig jaar geleden besloten hun hart te volgen. Voor Jantina en Jarno Klompenhouwer, die een dansschool wilden beginnen en, zonder het misschien zelf te beseffen, een tweede thuis bouwden voor honderden kinderen. Want choreografieën vervagen. Muziek stopt. Spotlights doven. Maar een kind dat zich gezien voelt… danst daar de rest van zijn leven op verder. Lieve Jantina en Jarno. Ik voel me vereerd dat ik mocht mee groeien in jullie droom. Liefs, Aalt.