Maandagochtend 9 maart is met het personeel van het stadhuis van Nijkerk stil gestaan bij het incident van vrijdag 6 maart waarbij een Nijkerker met zijn pickup truck naar binnen reed. Dat moment heeft velen aangegrepen. Burgemeester Gerard Renkema was hierbij aanwezig: ‘Ik denk op zich dat het goed is dat we op die manier de week zijn begonnen en dat we het met elkaar konden delen. Een aantal mensen heeft een heftige periode meegemaakt. Het was goed om daarbij even stil te staan.’

Zijn er vragen gesteld door het personeel?

Renkema: Niet richting ons. Wel had men het gevoel dat de manier waarop in z’n totaliteit was geopereerd, afgelopen vrijdag, passend was bij wat zich heeft voorgedaan.

Had het personeel behoefte om hun verhaal te doen of hun hart te luchten?

Renkema: Onderling. Ik weet dat men het er onderling over heeft gehad. Om het te delen. Indien men behoefte had aan extra ondersteuning, dan was dat beschikbaar voor de mensen.

Bent u zelf geschrokken?

Renkema: Ja. Behoorlijk. Ik was ook zelf aanwezig in het pand. Mijn werkkamer is hierboven. Dus ik hoorde zelf ook een enorme klap. Ik zag aan de achterkant van de auto dat hij naar binnen was gereden. Vervolgens hoor je ook veel lawaai binnen. Mensen die in paniek zijn. Ik ging kijken wat er precies aan de hand was. Dan zie je ook wel de ontzetting op de gezichten van veel mensen. Dat doet veel met je als je dat zo ziet. Je laat het op je inwerken en daarna merkten we dat de beleving heel heftig is geweest. En daar hebben we gisteren ook aandacht aan besteed.

Is er een relatie tussen de persoon die de gevel heeft ingereden en het feit dat er iets speelde op het stadhuis?

Renkema: Het is een inwoner van de gemeente. Dat is altijd een relatie.

Hij had dus ook gewoon een willekeurig ander pand kunnen inrijden, als het niet was gericht tegen de gemeente. Echter, er is expliciet gekozen voor het gemeentehuis.

Renkema:  Ik moet het doen met de verklaring zoals die bij de politie is afgegeven. Bij de politie is gecommuniceerd dat het niet expliciet was gericht tegen de gemeente of de gemeentelijke organisatie.

Hij had dus ieder willekeurig pand binnen kunnen rijden.

Renkema: Die vraag moet je niet aan mij stellen. Daar heb ik geen antwoord op.

Het is iemand die in psychische nood verkeert, maar ook in voorarrest? Is dat geen discrepantie (tegenstrijdigheid)? Je zou denken dat deze persoon nu alle hulp nodig heeft in plaats dat hij in de cel zit.

Renkema: Ik neem aan dat daarover binnen politie- en justitiekringen goed is nagedacht. In geval van nood en iets strafbaars zal dat vaker voorkomen.

Wethouder Wim Oosterwijk vult aan: Wat Gerard aangeeft, is dat het een best wel vaak voorkomende combinatie is. Justitie gaat daar in die zin adequaat mee om door iemand in psychische nood toch met iets anders te behandelen. Maar het blijft een justitionele zaak en daar hebben wij geen informatie over.

Renkema: Bij verwarde mensen komt het wel eens voor om een inbewaringstelling aan te geven. Dan zie je ook met enige regelmaat mensen dingen doen, die op het strafrechtelijke vlak zijn. Maar dat wordt gedaan omdat ze behoorlijk in de war zijn. Het gaat wel degelijk samen en daarop worden specifieke maatregelen van toepassing.

Wanneer is de normale entree weer toegankelijk?

Renkema: Daar kan ik nog geen exacte datum over geven. Ik ga uit van binnen een paar weken. En dan moeten we nog kijken hoe de oplossing er dan precies uitziet. Dat wordt nu geinventariseerd: wat de schade is aan de draaideur en of er wel of niet herstel mogelijk is. Kijkend naar de constructie van het gebouw: die is niet aangetast, maar dat laat onverlet dat de draaideur niet meer draait.

Interview en foto Kees van den Heuvel