Met een lach, een vleugje spanning en veel enthousiasme hebben de leerlingen van groep 8 van Kindcentrum De Koningslinde deze week afscheid genomen van hun basisschooltijd. Maandag- en dinsdag brachten zij de humoristische afscheidsmusical Undercover op Ibiza op de planken voor een enthousiast publiek.

Maandagavond was de première speciaal voor ouders en verzorgers. Dinsdag volgden nog twee voorstellingen: één voor de leerlingen van de school en één voor opa’s, oma’s, familieleden en andere genodigden. Bij alle uitvoeringen lieten de leerlingen zien hoeveel talent en plezier zij in de afgelopen periode in de musical hadden gestoken. Het publiek beloonde hen dan ook met een warm en welverdiend applaus.

In Undercover op Ibiza staat de familie Brokken centraal, een gezin dat normaal gesproken vooral pech kent. Wanneer zij meedoen aan de hilarische spelshow Grijp die Prijs! van presentator Nick Slick, lijkt het geluk eindelijk aan hun zijde. Ze winnen een volledig verzorgde reis naar Ibiza én 25.000 euro vakantiegeld. Eenmaal aangekomen op het zonnige eiland wacht echter een flinke tegenvaller: er blijkt helemaal geen hotelkamer voor hen gereserveerd te zijn. Vader Ger Brokken bedenkt daarop een slim, maar riskant plan. Het gezin doet zich voor als personeel van het resort in de hoop enkele gasten weg te jagen, zodat er een kamer vrijkomt. Wanneer eigenaresse Rosa hen doorziet, lijken hun plannen in duigen te vallen. Toch geven ze niet op. Vanuit een schuilplaats in de spa ontdekken ze dat Koning Lomp incognito naar het resort komt. Dat brengt hen op een nieuw en nog gewaagder idee: zelf undercover gaan als Koning Lomp en zijn vrouw Millennia. Dat zorgt voor een aaneenschakeling van komische situaties en verrassende wendingen.

Met Undercover op Ibiza namen de leerlingen van groep 8 op een feestelijke en onvergetelijke manier afscheid van hun basisschooltijd. Voor hen wacht na de zomervakantie een nieuw hoofdstuk op de middelbare school, maar deze musical zal ongetwijfeld nog lang in herinnering blijven.

Tekst en Foto’s: Aalt Guliker.