Dat de gemeente Nijkerk deze week heeft gemeld dat het onderhoudsniveau van de sporthal De Slag en sportzaal Ridderspoor in Hoevelaken ‘significant is verbeterd door de inzet van een nieuwe schoonmaker’ , is in het verkeerde keelgat geschoten van Michael Blaas, voorzitter van volleybalvereniging Surf uit Hoevelaken. Normaal gesproken zoekt hij de pers niet actief op en wil hij op de achtergrond problemen oplossen, maar in dit geval drukt hij nadrukkelijk op de alarmbel. ‘Ik ben echt ontploft toen ik dit gisteren las. Er is niets verbeterd. Wij moeten nog altijd wekelijks sporten in een sporthal die te vies is. Er zijn teams die naar me toekomen en zeggen: ‘We gaan hier niet douchen, want het is ons te smerig’. De sportvloer is zodanig vervuild en glad, dat het eigenlijk niet meer verantwoord is om erop te sporten. Dat is dan alleen nog de schoonmaakgerelateerde problematiek. Er is sprake van achterstallig onderhoud, er zijn defecten die consequent niet worden opgelost. De verlichting valt uit. Het is ook het visitekaartje van de gemeente, denk ik dan, zo’n sporthal.
Vrijdagmiddag 8 maart heeft Blaas opnieuw escalatieoverleg met exploitant Optisport. Blaas: ‘Wat daar gebeurt is dat er elke keer toezeggingen worden gedaan en er wordt telkens geen uitvoering aan gegeven.
Geldt het alleen voor de Slag of ook Ridderspoor?
Blaas: Dat geldt wat mij betreft voornamelijk voor De Slag. Optisport doet het beheer van Ridderspoor niet anders, maar het gebruik ervan is beperkter. De ernst van de situatie is bij Ridderspoor iets minder groot.
Is dit onderhoudverhaal een erfenis van SRO, de vorige exploitant, of is het onder Optisport slechter geworden?
Blaas: Het is in elk geval niet beter geworden. Al voor de overdracht zijn aan de SRO en de gemeente punten aangegeven wat voor de verenigingen die structureel gebruik maken van de sporthal, belangrijk is. Wij maken vier dagen in de week gebruik van de Slag en dan zijn er ook nog competitiewedstrijden op zaterdag. Wij zijn grootgebruiker. Er is gezegd: Pas op, er is een aantal zaken die aan de onderhoudskant aandacht verdienen. Er is denk ik in de overdracht van SRO naar Optisport het één en ander tussen wal en schip geraakt, maar daarmee zijn we niet geholpen. Ik ben er al heel lang mee over in gesprek. We hoeven echt geen luxe en state-of-the-Art topaccommodatie want we snappen ook wel dat het met weinig geld geëxploiteerd moet worden, maar we leggen wel de situatie consequent langs drie criteria: Dat is dat de accommodatie veilig moet zijn om te sporten, dat deze accommodatie hygiënisch schoon moet zijn en dat ie qua materieel moet voldoen aan de eisen die sportbonden stellen om er te mogen sporten.
Heb je hierover contact gezocht met de gemeenteraad?
Blaas: Ja. Ik heb er contact over met in elk geval één gemeenteraadslid. We hebben overigens ook al een keer de wethouder aan tafel geroepen. Die schoof het snel terug naar de ambtelijk verantwoordelijke. Die hoort elke keer ons verhaal aan en knikt. Wat ik richting het gemeenteraadslid heb gezegd: Ik werk zelf voor de overheid en zit in de aanbestedingen. De wereld is eigenlijk heel simpel. Je doet een aanbesteding. Daar schrijft een partij op in en die wint. Maar ook gedurende de exploitatieperiode ben je als aanbestedende partij verplicht om te toetsen of die partij nakomt de verplichting die is aangegaan. Daarom vind ik dat de gemeente een nog nadrukkelijker rol in zou moeten nemen. Er is een contractuele verantwoordelijkheid. In die driehoek vind ik wel dat de gemeente iets te gemakkelijk zegt dat ze er buiten blijft. Nee, jullie zijn de partij die het contract met Optisport hebben en wij zijn degene die in de praktijk de accommodatie gebruiken. We hebben ook geen enkel pressiemiddel om de situatie te verbeteren. Het moet echt van de gemeente komen.
Je zou bij al die klachten ook wat meer actie verwachten van Optisport zelf.
Blaas: Primair hoort Optisport zelf het op te lossen, maar het is maar de vraag met welke commerciële blik zij naar zo’n contract kijken. Ze kunnen bijvoorbeeld heel erg spelen op kosteneffectiviteit. Dat betekent in de praktijk zo min mogelijk doen en dan maar wat gezeur accepteren. Of je benadert het vanuit klanttevredenheid en dat betekent dat je wat meer actie mag verwachten. Het is dus uitdrukkelijk meer dan schoonmaken. Het zit ook op communicatie en de onderhoudsstatus. Kijk, ik ben voorzitter van zo’n volleybalvereniging en dat is hartstikke leuk werk, maar op dit moment besteed ik ongeveer vier uur in de week aan het afhandelen van klachten van mijn leden over de sporthal, het proberen te organiseren dat ik met Optisport een stapje verder kom, de afstemming met andere verenigingen daarover enzovoorts. Dat is onredelijk veel tijd.’
Interview Kees van den Heuvel
















