Sparta Nijkerk heeft zich woensdagavond 23 september op Sportpark De Ebbenhorst verzekerd van een ticket voor de eerste ronde van het hoofdtoernooi van de KNVB Beker. In een vermakelijk kwalificatieduel rekenden de oranjehemden af met Derde Divisionist UDI’19 uit Uden: 3-1.

Onder het kunstlicht van De Ebbenhorst schoot Sparta Nijkerk flitsend uit de startblokken. De thuisploeg greep direct het initiatief en dat betaalde zich al vroeg in de wedstrijd uit. Thomas Buitink die de ban brak. Met een ijskoud instinct zette hij de Nijkerkers al vroeg op een 1-0 voorsprong. UDI’19 probeerde zich te herpakken, maar Sparta Nijkerk bleef de bovenliggende partij. Net op het moment dat de ploegen zich opmaakten voor de kleedkamers, sloeg Buitink opnieuw genadeloos toe. Met zijn tweede treffer van de avond verdubbelde hij op slag van rust de score naar 2-0. Een mentale tik voor de Brabanders en een zetel voor de formatie uit Nijkerk.

Wie dacht dat de wedstrijd na de rust geruisloos naar het einde zou kabbelen, kwam bedrogen uit. UDI’19 rechtte de rug en vond kort na de thee de aansluitingstreffer via Geurts. De spanning keerde daardoor direct terug op De Ebbenhorst, waar de meegereisde supporters uit Uden weer hoop kregen. Sparta Nijkerk raakte echter niet in paniek. De ploeg herpakte de controle en zocht geduldig naar de beslissing. Die viel na ruim een uur spelen. Het was de ervaren Luciano Slagveer die op de juiste plek stond om de marge te herstellen naar twee doelpunten: 3-1. Na deze treffer was het verzet van de Udense formatie definitief gebroken. Sparta Nijkerk speelde de wedstrijd volwassen uit en kwam in de slotfase niet meer in de problemen.

Door de 3-1 overwinning mag Sparta Nijkerk zich gaan opmaken voor het échte bekertoernooi. Aanstaande vrijdagavond gaan de ballen in de koker voor de loting van de eerste ronde. Omdat in deze fase de profclubs uit de Eredivisie en de Keuken Kampioen Divisie instromen, hoopt heel Nijkerk op een droomaffiche tegen een grote betaald voetbal organisatie.

Verslag: Kees van den Heuvel.
Foto’s:  Aalt Guliker en Kees van den Heuvel.