Vanuit een groot rechtvaardigheidsgevoel meldde hij zich ruim vijfenveertig jaar geleden als zeventienjarig broekje bij de politieschool in Lochem. Nu zwaait Harrie Wilbrink (64) af, als chef van het politieteam Barneveld, Nijkerk en Scherpenzeel binnen de regio Oost-Nederland. ,,Ik ging er op school altijd tussen staan als er klappen vielen. Ik kan gewoon niet tegen onrecht.”

Het is zijn op-een-na-laatste dag als diender, als Wilbrink de trap van het Hulpverleningscentrum in Barneveld afdaalt om de interviewer hartelijk te begroeten. Voor zijn mond draagt hij een donker mondkapje. ,,Dat is inmiddels heel normaal hier”, zegt hij terwijl hij zijn gast naar boven meeneemt voor het gesprek. ,,We hadden hier in oktober een serieuze uitbraak: twaalf corona-besmettingen in ons basisteam. Vijf andere collega’s moesten in quarantaine. Op dat moment besloten we direct mondmaskers te dragen, toen dat bij veel anderen nog helemaal niet zo vanzelfsprekend was. Het was een zware periode voor ons team, maar we hebben het net gered met het personeel dat we over hadden.”

GELDERS BLOED ORKEST Hier en daar kreeg Wilbrink hulp aangeboden van andere politieteams. Die had hij uiteindelijk gelukkig niet nodig. Andersom had hij het net zo gedaan, collegiaal als hij is. Als senior binnen de politie kent de 64-jarige inwoner van Loenen het grote belang daarvan als geen ander. Dat werd hem al bijgebracht op de politieopleiding in Lochem, halverwege de jaren zeventig. Na de opleiding werd Wilbrink geplaatst bij de gemeentepolitie in Arnhem. Hij begon – vanzelfsprekend – bij de surveillancedienst. Begin jaren tachtig kwam de jonge agent bij het Groep Bijzondere Opdrachten (GBO)-arrestatieteam in dezelfde stad. ,,Dat was in de beginperiode van de arrestatieteams. We opereerden vaak op het scherpst van de snede, met beperkte menskracht en middelen. Het was een mooie en spannende tijd.”

Lees de rest van het artikel op Stadnijkerk.nl
Foto: Pauw Media