‘Mijn schooltje in Baarn gaat nog steeds door hoewel de helft van mijn leerlingen reeds de grote reis met onbekend doel moest ondernemen’. Dat schrijft de jonge onderwijzers Anna de Liever uit Nijkerk in een van de laatste brieven. Een klassenfoto uit 1941 helpt om de geschiedenis door te vertellen.
Het is 1941. De Tweede Wereldoorlog is in Nederland ruim een jaar aan de gang. De Duitse bezetters hebben stevig greep gekregen op de Nederlandse samenleving. Veel gemeenten voeren anti-democratische en anti-Joodse maatregelen met instemming van burgemeesters en politiecommissarissen. Ook in Baarn werken ambtenaren mee aan het registreren en isoleren van bevolkingsgroepen zoals in heel Nederland. Vooral Joodse inwoners worden ‘apart’ gezet, zij mogen in steeds meer situaties niet meer mee doen. Wat betekent dat voor Joodse kinderen?
Wat merken zij van die steeds strenger wordende maatregelen? De Joodse kinderen mogen vanaf 1 september 1941 in heel Nederland niet meer naar hun eigen school. Ook Joodse leraren mogen geen les meer geven en worden ontslagen. Aan het einde van de zomervakantie van 1941 moeten alle schooldirecties in Nederland hun Joodse leerlingen de toegang tot de school weigeren. Dat gebeurt ook in Baarn en Soest en zeker twintig Joodse kinderen zijn daarvan de dupe. Maar dankzij een doortastende jonge Joodse vrouw – Anna de Liever uit Nijkerk – krijgen deze kinderen toch les. Anna de Liever is in 1941 bijna klaar met haar opleiding als lerares aan de Rijkskweekschool in Amersfoort. Maar ze krijgt geen toestemming om haar opleiding helemaal af te maken, omdat ze Joods is. Anna besluit niet bij de pakken neer te zitten. Zij krijgt het verzoek van een aantal Joodse ouders uit Baarn en Soest om kinderen thuis les te gaan geven en ze zegt ja.
Lees de rest van het artikel op Stadnijkerk.nl

















