Staatssecretaris Derk Boswijk (Defensie) heeft op donderdag 2 april een werkbezoek gebracht aan Nijkerk en Flevoland. Tijdens het bezoek stonden de plannen voor de nieuwe centrale kazerne nabij de Nijkerkerbrug centraal. Met een oppervlakte van bijna zeven vierkante kilometer is dit het grootste project uit het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie. Burgemeester Tinet de Jonge-Ruitenbeek en wethouder Esther Heutink-Wenderich benadrukten dat deze ontwikkeling alleen kan slagen als er fors wordt geïnvesteerd in de regionale bereikbaarheid en leefbaarheid. Hoewel de nieuwe megakazerne in de gemeente Zeewolde wordt gerealiseerd, vervult Nijkerk een cruciale rol als logistieke en infrastructurele schakel. “Nijkerk is een sleutelgemeente in de verbinding tussen de nieuwe kazerne en andere defensielocaties in Gelderland en Midden-Nederland,” aldus burgemeester De Jonge-Ruitenbeek. Dit biedt kansen voor de lokale werkgelegenheid en woningbouw, maar brengt ook grote uitdagingen met zich mee voor de infrastructuur.
Wethouder Esther Heutink-Wenderich (Ruimtelijke Ordening) bracht tijdens het gesprek de noodzakelijke investeringen onder de aandacht. De bereikbaarheid van de regio staat momenteel al onder druk door files bij Knooppunt Hoevelaken (A1/A28). Volgens de wethouder zijn “stevige investeringen” nodig aan de wegen, het spoor, het station en de Nijkerkerbrug om de komst van de kazerne op een leefbare manier te faciliteren. Ook de ontsluiting van oostelijk Nijkerk is hierbij een harde voorwaarde.
De gemeente Nijkerk spreekt van een constructief overleg. Het feit dat staatssecretaris Boswijk al in zijn eerste zes weken de regio bezoekt, wordt gezien als een belangrijk signaal. De staatssecretaris heeft de intentie uitgesproken om de realisatie van dit omvangrijke project als partners — rijk, regio en gemeente — gezamenlijk op te pakken.
Portefeuillehouder Esther Heutink-Wenderich concludeert: “We zijn verheugd dat de staatssecretaris Nijkerk volwaardig en actief betrekt bij dit plan. We zien de kansen, maar de knelpunten vragen om gezamenlijke, landelijke oplossingen.”