Ik voel een klap van achteren, en ineens lig ik op de grond. Iemand roept: ’Schop hem!’ Het volgende moment gaat het licht uit.” Voor de 42-jarige man uit Hoevelaken eindigt een impulsieve actie tegen vuurwerkoverlast in een ziekenhuisopname. Hij houdt er een zware hersenschudding en flinke littekens aan over, maar weigert het erbij te laten zitten. „Ik weet precies wie de daders zijn,” merkt hij op in een interview in de Telegraaf. Het begint met weken van overlast. Jongeren die bij een speeltuintje vuurwerk afsteken, harde knallen, rook en een groeiend gevoel van frustratie. Tot Does op vrijdagavond 8 november besluit dat hij er genoeg van heeft. „Ik ben nogal impulsief, dus spring op mijn elektrische eenwieler en ga erheen. Er moet iets gebeuren.”
Bij het speeltuintje treft hij een groepje jongens. „Ik roep ’hé!’, waarop het groepje van zo’n zeven jongens zich splitst en wegrent. Eentje krijg ik te pakken, een jochie van 13, maar die ontkent iets gedaan te hebben, dus ik laat hem gaan. Daarna rijd ik naar de andere jongens, spreek ze stevig aan en vraag wat ze aan het doen zijn. Een van hen begint te lachen en steekt een joint op. Ik dacht nog: wat is dit voor houding? En toen… een flits. Een klap van achteren. Ik val, maar ben op dat moment nog niet buiten bewustzijn. Ik hoor die jongen daarop roepen: ’Wat een beest! Schop hem!’”

Een zware hersenschudding en een stukje tand eraf
De man wordt op zijn hoofd getrapt en verliest het bewustzijn. Pas later hoort hij hoe hij op straat wordt gevonden door een buurvrouw, bebloed en buiten westen. De schade is groot. Een zware hersenschudding, een stukje tand eraf, en flinke littekens op zijn hoofd. „Nog steeds ben ik snel moe. Ik heb een eigen bedrijf, maar moet soms om 3 uur ’s middags al stoppen omdat het niet meer gaat.” „Mijn oudste dochter zegt nu bij elke knal: het zijn toch niet weer die jongens hè?” Eerlijk vertellen wat er gebeurd was, kostte hem moeite. „Ik wilde zeggen dat ik van de trap was gevallen. Maar uiteindelijk besloten we toch eerlijk te zijn. Het is een heftig verhaal, maar de steun die ik sindsdien vanuit heel Hoevelaken krijg, doet me goed. Ik kreeg meer bloemen, kaarten en cadeautjes dan op mijn verjaardag.”

Oog in oog met een van de daders
Hoewel hij het geweld zelf niet zag aankomen, weet de inwoner van Hoevelaken inmiddels precies wie zijn aanvallers zijn. „We hebben videobeelden van buren en de supermarkt. Via via kom je dan achter namen. Sterker nog: vorige week stond ik oog in oog met een van de daders. Dan moet je slim zijn en het negeren. Hij dook ook weg achter een pilaar toen hij mij zag. Op dit moment zijn ze banger voor mij, dan ik voor hen. En ik moet eerlijk zeggen: als het niet voor mijn dochters was, had ik allang wat gedaan.” Het idee dat jongeren uit zijn eigen buurt hiertoe in staat zijn, blijft wrang. „De jongen die mij heeft neergeslagen, die ken ik. Zijn opa sprak ik vroeger weleens en die zei toen al: ’Die kleinzoon van mij wordt niks’. Toen was hij nog maar negen jaar oud. Een van de andere daders schijnt de lokale drugsdealer te zijn. Dat wordt ook steeds een groter probleem, wat resulteert in een hoop zinloos geweld.”
De politie kan zonder direct bewijs weinig doen, vertelt hij. Zij zijn daarom dringend op zoek naar getuigen en camerabeelden die meer duidelijkheid kunnen geven over de daders. „Een eerste getuigenoproep leverde weliswaar enkele tips op, maar voor ons onderzoek is meer informatie nodig. Daarom hopen we dat mensen die meer weten over deze mishandeling, contact met ons opnemen. De daders mogen hier niet zomaar mee wegkomen”, aldus de politie Gelderland. „Ik ben zelf ook nog wel van plan de ouders erop aan te spreken”, aldus de Hoevelaker, die zich niet gauw gewonnen geeft. Vlak na het zinloze geweld richtte hij samen met andere buurtbewoners de Hoevelaken Action Troops (HAT) op, „een appgroep met fanatieke mensen die op dat soort dingen afkomen. Niet om te vechten of confronteren, maar om laten zien dat we dit niet accepteren.”

Angst en geweld
Wat het slachtoffer misschien wel het meeste raakt, is hoe angst en geweld de sfeer in Hoevelaken veranderen. „Je krijgt steeds meer mensen die iets niet meer durven. Ik vind dat een slechte ontwikkeling. We zitten in soort cirkeltje van steeds minder politieagenten, minder wijktoezicht en steeds meer extreme jongeren. Die kun je niet maar hun gang laten gaan. Als we onze mond houden, blijven zij winnen.”