De rechtbank spreekt een 30-jarige man vrij van betrokkenheid bij twee explosies bij woningen in Nijkerk. Volgens de rechtbank is hier onvoldoende bewijs voor. De man is wel schuldig aan het medeplegen van een poging tot oplichting via een babbeltruc. Hij krijgt een celstraf van 5 maanden. Op 26 en 29 november 2024 vonden er bij woningen in Nijkerk zware explosies plaats. Tijdens de rechtszaak liet de officier van justitie weten dat –er onvoldoende bewijs bestond voor betrokkenheid bij de explosie van 29 november 2024. De rechtbank zelf ziet ook onvoldoende bewijs in het dossier dat hij bij die explosie betrokken was en spreekt de man van dit feit vrij.

Voor wat betreft de andere explosie, van 26 november 2024, stelde de officier van justitie zich op het standpunt dat de man medeplichtig is. De rechtbank komt ook voor wat betreft die explosie tot een vrijspraak, omdat alleen bewezen kan worden dat de man – pas nadat de explosie plaatsvond – moet hebben geweten wat zijn vriend had gedaan. Dat hij zijn vriend vervolgens thuisbracht, maakt de man niet medeplichtig. Gedragingen na afloop van een misdrijf kunnen op zichzelf geen medeplichtigheid opleveren.

Schuldig aan oplichting
Volgens de rechtbank is de man wel schuldig aan het proberen op te lichten van een oudere vrouw via een babbeltruc. Daarbij deed hij zich voor als politieagent om zo deze vrouw haar kostbaarheden en pinpas met pincode afhandig te maken. De man bekende tijdens de zitting dat hij dit had gedaan. De rechtbank rekent het de man aan dat hij misbruik maakte van het vertrouwen die burgers in een organisatie als de politie hebben. Dit is een ernstig delict dat – naast eventuele financiële schade – veel overlast en gevoelens van onmacht en onveiligheid bij slachtoffers veroorzaakt. Dat het bij een poging bleef had niet te maken met het handelen van de man, maar is te danken aan de alertheid en doortastendheid van het slachtoffer die direct de (echte) politie inschakelde.

De rechtbank gaat net als in eerdere uitspraken uit van een uitgangspunt voor oplichting door middel van een babbeltruc van een gevangenisstraf van 5 maanden. In dit geval weegt de rechtbank in strafverminderende zin mee dat het gaat om een poging en geen voltooide oplichting. Aan de andere kant weegt de rechtbank in strafverzwarende zin mee dat uit het strafblad van verdachte een pro-criminele houding blijkt en dat hij nog maar drie dagen voor de oplichtingspoging op borgtocht was vrijgelaten in België.  Tot slot moet de man aan het slachtoffer 450 euro schadevergoeding betalen. Foto Kees van den Heuvel