De bouw van het woningencomplex Poort naar Hoevelaken, op de hoek van de Westerdorpsstraat en de Koninginneweg, leek in kannen en kruiken. Maar inmiddels is al een tijdje niets meer gehoord over de voortgang van dit project waar 47 woningen worden gerealiseerd.  De Lokale Partij zegt bij monde van fractievoorzitter Peter Collignon te hebben vernomen dat er momenteel één belanghebbende die bezwaar heeft gemaakt tegen dit plan bij de Raad van State. ,,Door de werkdruk bij de Raad van State kan dit nog wel enige tijd – lees jaren – duren. Dit zou betekenen dat de bouw van nieuwe woningen op die plek nog lange tijd zal gaan duren, terwijl de nood zeer hoog is. Er vinden momenteel gesprekken plaats tussen de vertegenwoordiger van indiener van het bezwaarschrift en de projectontwikkelaar, waarbij gesproken wordt over de bouwhoogte van De Poort naar Hoevelaken. Een eventuele verlaging van de bouwhoogte zal waarschijnlijk een vermindering van het aantal te bouwen woningen inhouden en dat is wat ons betreft onwenselijk.” In het actuele plan is sprake van een bouwhoogte van 20 meter. Volgens de Lokale Partij zijn deze woningen zeer nodig in Hoevelaken voor de starters, maar ook voor de doorstroom. Bovendien zijn in dit plan acht sociale huur/koopwoningen uit het woningbouwplan Het Spaanse Leger ondergebracht.

Daarom heeft de Lokale Partij de volgende vragen gesteld aan het college van B&W van Nijkerk:
1. Kan het college haar mening geven over het feit dat er gesprekken plaatsvinden tussen de projectontwikkelaar en de indiener van het bezwaar?
2. Heeft het college het initiatief genomen tot gesprekken tussen de projectontwikkelaar en de indiener van het bezwaar? Is de gemeente hierbij bestuurlijk of ambtelijk aanwezig?
3. Indien het antwoord op vraag 2 positief is, kan het college aangeven wat de kaders zijn die meegegeven zijn aan de gesprekken waarbinnen de mogelijke oplossingen zouden kunnen komen te liggen?
4. Indien het antwoord op vraag 2 positief is, kan de raad de gespreksverslagen van deze bijeenkomsten ter beschikking worden gesteld?
5. In het door de raad vastgestelde plan heeft de Poort naar Hoevelaken een bouwhoogte van maximaal 20 meter en bevat de realisatie van 47 woningen volgens een vastgelegd woningbouwprogramma; is dit nog steeds het uitgangspunt van het college?
6. Mocht de indiener van het bezwaar met de projectontwikkelaar tot overeenstemming komen dat er minder hoog gebouwd gaat worden met eveneens een kleiner aantal woningen, kan het college dan aangeven hoe dit zich verhoudt tot het door de raad vastgestelde bestemmingsplan?